SERV wil beter streekoverleg binnen vaste structuur

    De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) wil de vaste structuur voor streekoverleg laten voortbestaan maar vindt dat de werking hervormd en geoptimaliseerd moet worden. Ook het aanwenden van de middelen moet dringend herbekeken worden. De sociale partners formuleren zeven punten die richting moeten geven aan een vernieuwd streekoverleg. Daarnaast benadrukken ze het belang van paritair overleg en de betrokkenheid van de sociale partners in het streekoverleg.

    Caroline Copers, voorzitter SERV: “Zonder sociale partners is streekoverleg niet mogelijk. Zij zijn de lokale antennes voor vragen, noden en gevoeligheden. Bovendien vullen zij  het politieke overleg aan. Er is dan ook nood aan een vast forum waar lokale besturen en sociale partners elkaar treffen in het kader van streekontwikkeling.”

    Efficiënt streekoverleg via optimalisatie

    Met de conceptnota ‘Naar een versterkt streekbeleid en (boven)lokaal werkgelegenheidsbeleid’ wil minister Muyters het streekontwikkelingsbeleid hervormen. De SERV kan zich niet vinden in het voorgestelde model en pleit voor optimalisatie van het streekoverleg. De raad vraagt dan ook om de werking (structuur en financiering) voor te zetten in regio’s waar het streekoverleg goed werkt binnen het bestaande wettelijke kader. Daarbij blijft het de opdracht het overleg maximaal te optimaliseren met het oog op efficiënter streekoverleg. Daarnaast moet bijzondere aandacht gaan naar regio’s waar de lokale dynamiek ontbreekt. De SERV pleit voor een proeftuin gedurende een afgebakende periode zodat ook deze regio’s hun streekoverleg kunnen optimaliseren via een veranderings- en verbetertraject.

    Zeven richtinggevende uitgangspunten voor optimalisatie streekbeleid

    De SERV formuleert zeven richtinggevende uitgangspunten voor de optimalisatie van het huidige streekbeleid:

    • Het overlegforum wordt op een voldoende grote schaal georganiseerd. Streekontwikkeling is gebiedsdekkend georganiseerd, met duidelijk uitgetekende rollen en met een duidelijke scheiding tussen overleg en uitvoering.
    • De gelijkwaardigheid van de bij streekontwikkeling betrokken partners is gewaarborgd.
    • De binding tussen streekoverleg, sociaal-economisch overleg en arbeidsmarktbeleid is gelegd.
    • De streekpacten zijn geherwaardeerd als strategische instrumenten voor streekontwikkeling. Streekcontracten leggen de wederzijdse engagementen vast.
    • De focus ligt op strategische visievorming en op effectief overleg. Overleg en advisering over het streekpact en over het VDAB-ondernemingsplan worden gewaarborgd. Ook deze opdrachten worden geoptimaliseerd.
    • Streekoverleg is beperkt tot de regierol. De structuren van het streekoverleg nemen zelf geen actorrol op (operationele opdrachten). Dit wordt verduidelijkt in het streekcontract waarin wordt vastgelegd wat ieder vanuit zijn eigen rol uitvoert.
    • De Vlaamse overheid moet het streekoverleg faciliteren om de interactie tussen het streekoverleg en het Vlaams overheidsbeleid optimaal te laten verlopen.

    Betrokkenheid sociale partners essentieel

    Voor de SERV kan er alleen sprake zijn van een geïntegreerd streekbeleid als alle relevante lokale stakeholders betrokken zijn, in het bijzonder de sociale partners. Zij zijn de lokale antennes voor vragen, noden en gevoeligheden complementair aan het politieke overleg. Ook hier is optimalisatie nodig. De sociale partners engageren zich dan ook om in de toekomst meer betrokken te zijn bij het streekoverleg en hun actieve deelname te verhogen. Tot slot benadrukt de SERV het belang van paritair overleg. De raad vraagt met aandrang dat de Vlaamse Regering blijvend het regionaal paritair overleg faciliteert en responsabiliseert.