Start-ups hebben vooral nood aan een netwerk, en het geld volgt dan wel

    Hoe maakt een innovatieve start-up van zijn idee een succes? Met een netwerk, denkt Dirk Lievens, van Start it @KBC. ‘Kapitaal is niet het knelpunt, ondernemerschapskwaliteiten en mentorschap: dat hebben start-ups nodig.’

    Dirk Lievens
    Dirk Lievens

    "Building unusual businesses together", dat is de leuze van het acceleratieprogramma Start it @KBC. "We promoten en stimuleren innovatief ondernemerschap, dus geen business as usual", legt Dirk Lievens uit, Business Developer bij Start it @KBC. Daarom praat hij over start-ups en niet over starters. "Wij richten ons niet op de startende bakker of freelancer. Bij ons moet je een project hebben dat innovatief is, dat schaalbaar is en waar een team achter zit."

    Naast KBC als hoofdsponsor ondersteunen ook Telenet, Mobile Vikings, Accenture, Pfizer, Cronos, Universiteit Antwerpen, Imec, Flanders DC en Joyn het programma, dat gratis is voor de deelnemers. "En je hoeft geen rekening te openen bij KBC, je hoeft geen abonnement bij Telenet of Mobile Vikings te hebben - ook al zijn dat onze partners", zegt Dirk Lievens. "Maar vergis je niet: het is geen vrijblijvend programma. We verwachten veel commitment."

    Van start-up tot mentor

    Hoe begint het? Twee keer per jaar organiseert Start it @KBC een online call, die openstaat voor alle start-ups. Na een eerste selectie volgt een pitch voor een jury. "Je moet dan nog geen volledig businessplan hebben", zegt Lievens. "We werken ook niet met quota: wie voldoet aan de criteria, mag beginnen." De voorbije wave zijn 59 start-ups en scale-ups gestart, jaarlijks rekent het programma gemiddeld op een 120 nieuwe deelnemers."

    Een bootcamp van twee dagen is de volgende stap. "Veel van onze kandidaten hebben vaak nog een job naast hun eigen bedrijfje. Toch eisen we dat je aanwezig bent op de bootcamp. Want daar leer je elkaar kennen. En een van de belangrijkste voordelen van Start it @KBC is het netwerk. Als je praat met mensen die dezelfde problemen en dezelfde opportuniteiten meemaken, geef je een acceleratie aan je start-up."

    Na drie maanden volgt een verplichte boardroom. "Daar evalueren we je processen, je roadmap. Hoe ver sta je? Veel start-ups hebben nog geen echte raad van bestuur. Daarom worden ze in de boardroom geconfronteerd met de visie van doorwinterde ondernemers en seniors van onze partners. Soms nemen we daar al afscheid van start-ups die niet ernstig genoeg bezig zijn met hun business. Maar dat is eerder de uitzondering dan de regel."

    Noem het een MBA die je haalt door het te dóen, niet alleen door te leren.

    Het programma duurt een jaar. Elke maand worden de start-ups een dag verwacht in de Academy, waar ze sessies volgen al naargelang de fase waarin hun bedrijfje zit. "Dat zijn geen dingen die je aan de universiteit leert. Dit is een soort van universiteit voor ondernemers", zegt Dirk Lievens. "Noem het een MBA die je haalt door te dóen, niet alleen door te leren."

    Na een jaar word je alumni. "Dat betekent dat je op dat moment nog een aantal maanden de tijd hebt om "uit te vliegen" naar een eigen locatie. Maar je blijft Start it"er for life: je blijft deel uitmaken van ons netwerk en als je daarvoor geschikt bent kan je een mentorrol opnemen. " Want naast commitment vraagt Start it @KBC ook ambassadeurschap. "Dat is Pay It Forward, het principe dat ook in Silicon Valley innovatie heeft voortgestuwd. “Ik help jou nu ik succesvol ben, omdat ikzelf destijds ook ben geholpen.” Die mentaliteit leeft in Vlaanderen nog niet echt. We horen nog vaak: ik wil mijn idee niet delen. Dan heb je hier wel een probleem."

    Mentoren zijn geen business angels: of je bent investeerder in een start-up, of je bent hun mentor. "Ze delen hun expertise rond ondernemerschap, opschalen, investeerders …. En zo creëren we naast de start-upcommunity ook een mentorennetwerk."

    Innovatief in de voeding

    85 procent van de start-ups bij Start it @KBC is met digitalisering bezig. "Dat betekent dus dat nog 15 procent niét rond digitalisering werkt. Je kunt ook in andere sectoren een innovatief, schaalbaar product hebben, waar een team achter zit. Neem het concept van Ritchie: frisdrank, maar innovatief, want gezonder, minder suiker, premium product en "made in Belgium".

    De gemiddelde starter is begin dertig. "Het zijn mensen die een job bij de overheid of een bedrijf verlaten, zonder enige garantie op succes", zegt Dirk Lievens. "Innovatie is unusual business. Je moet leren omgaan met onzekerheid. En onzekerheden proberen om te zetten in zekerheden."

    "We focussen ook niet op één sector. Want iedereen maakt dezelfde problemen mee, in dezelfde fases. Je leert van elkaar. Mensen met verschillende achtergronden leren elkaar kennen, praten met elkaar en coachen elkaar."

    Geen geld, maar partners

    De levenscyclus van een start-up kan je indelen in vier fases, legt Dirk Lievens uit. "Ideation, wanneer je moet uitzoeken wat je fantastisch idee waard is. De volgende fase is problem-solution fit: heeft iemand een probleem, waarvoor mijn idee de oplossing is? Daarna gaat het over product-market fit: je hebt een markt gevonden en je weet wie wil betalen voor je product of service. In de laatste fase, de scale-up fase, draait het om snelle groei en verovering van de wereld. Hier komt dikwijlsl funding bij te pas."

    Geld ophalen is voor een start-up dan ook een middel, vindt Dirk Lievens, en geen doel. "In de pers lees je wel eens jubelverhalen over een bedrijf dat 2 miljoen euro kapitaal heeft binnengehaald. Maar dat wil niets zeggen. Iedere start-up die een product-market fit heeft, vindt zonder problemen de juiste financiering, daar ben ik van overtuigd."

    In de pers lees je wel eens jubelverhalen over een bedrijf dat 10 miljoen euro kapitaal heeft binnengehaald. Maar dat wil niets zeggen.

    Waar ligt dan wel het probleem? "Er zijn veel uitvinders, maar dat zijn niet altijd ondernemers. Uitvinders hebben een idee, en gaan daarvoor dikwijls op zoek naar geld. Maar hun timing zit fout. Je moet niet op zoek gaan naar geld als je nog in de ideation-fase zit. Je moet eerst ontdekken wie je klanten zijn, hoe je je idee of uitvinding gaat verkopen."

    "Soms zie je heel knappe koppen samen een start-up beginnen: drie PhD"s software of burgerlijk ingenieurs die gespecialiseerd zijn in artificiële intelligentie. Dan heb je drie dezelfde profielen. Wie doet dan de marketing, de sales, de finance?", gaat Lievens voort. "Ingenieurs en ontwikkelaars zijn vooral graag met hun product bezig. Ze weten niet altijd of er een markt voor bestaat. Daarom is het zo belangrijk dat je iemand hebt in je team die met je klanten gaat praten. Die uitzoekt waar je concurrentie zit, want vaak is dat waar je het niet verwacht."

    Dus hamert Start it @KBC ook op het belang van het team. "Als start-up alleen iets in de markt zetten dat nog "onbekend" is? Dat is bijzonder moeilijk, qua kennis en kunde. Diversiteit is belangrijk. Twee tot drie cofounders is volgens mij ideaal. Met meer is de kans op problemen groter naarmate ook de belangen groter worden", denkt Dirk Lievens. "Die matching kan ook spontaan gebeuren. Mensen leren elkaar hier kennen, vullen elkaar aan, stoppen soms met hun originele project en beginnen als nieuwe co-founders aan een bedrijfje."

    We kunnen The Valley Of Death niet vermijden voor de start-up. Maar we zorgen wel dat je er sneller door raakt.

    Ga daarom niet op zoek naar geld, maar naar een netwerk, raadt Lievens aan. "In ons programma leer je in welke fase je zit en wat je doel moet zijn. Tussen fase 1 en product-market fit schuilt de zogenaamde Valley Of Death, waar elke start-up door moet. Daar helpt een programma als het onze. We kunnen The Valley Of Death niet vermijden. Maar we zorgen wel dat je er sneller door raakt. Mensen met een geweldig idee op het juiste moment in contact brengen met de juiste mensen: zo win je maanden, zelfs jaren. Daarom is een netwerk belangrijker dan kapitaal in de prille fase."

    De volgende stap

    Van de 650 start-ups die sinds 2012 bij Start it @KBC begonnen, is 74 procent nog aan het ondernemen. "Het zijn niet allemaal bekende namen. 80 procent van de start-ups ondernemen met een business-to-businessmodel. Dat betekent dat ze zich focussen op verkoop naar andere bedrijven, waardoor ze vaak onbekend zijn bij het grote publiek."

    Begonnen als start-up accelerator, wil Start it @KBC nu ook kmo"s en grotere bedrijven helpen met innovatie. "Veel bedrijven gaan te snel van een idee naar de scaling-fase. Ze snappen de dynamiek van innovatiemanagement niet, dat niet lineair maar iteratief is. Daarom volgen hun medewerkers hier een gelijkaardig traject als dat van de start-ups. Ze kunnen ook een beroep doen op het netwerk, maar weliswaar betalend. Dat model is anderhalf jaar getest, en wordt nu op de markt gebracht."

    Onderwijs uit de jaren 80

    En de rol van de overheid in het start-up landschap? Die doet al veel, vindt Dirk Lievens, met VLAIO, het Agentschap Innoveren en Ondernemen. Het grootste probleem ligt volgens hem bij de Vlaamse cultuur en het onderwijssysteem: "Op school wordt ondernemen eerder afgeleerd. Projectmatig werken wordt nauwelijks gestimuleerd. Mijn kinderen leren grotendeels nog altijd dezelfde dingen die ik 35 jaar geleden leerde. En toch ziet onze maatschappij er ondertussen heel anders uit …"

    In onze scholen moet je goed zijn in het gemiddelde. Zo gaan we snel voorbijgestoken worden door allerlei groeilanden.

    Ook het watervalsysteem van ASO, over TSO naar BSO vindt Lievens achterhaald. "Ondernemen en innovatie draaien rond falen, vallen en weer opstaan. En kinderen leren dat af. Ons onderwijs stimuleert ondernemerschap te weinig. En dan heb ik het niet over een cursus ondernemerschap organiseren in de klas. Het gaat over vaardigheden, over project based en talent based onderwijs. Stop met ondernemers neer te zetten als “rare mensen”, en kinderen en studenten voornamelijk aan te sporen om op zoek te gaan naar een vaste job. Geef ze ook zicht op de mogelijkheden van ondernemerschap. In onze scholen moet je goed zijn in het gemiddelde. Zo gaan we snel voorbijgestoken worden door landen als India en China. Jongeren hebben daar weinig te verliezen en gaan bijvoorbeeld online leren over AI. En ondertussen leren wij nog altijd grotendeels zoals dertig jaar geleden."

    Dit interview maakt deel uit van een reeks die de SERV maakt rond digitalisering. ‘Een ecosysteem voor AI creëren’ en ‘De dialoog organiseren over de ethische en maatschappelijke impact’ zijn twee van de kernaanbevelingen van de SERV-oproep voor een digitale beleidsagenda.