Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers - meting 2019

    In 2019 bedraagt de werkbaarheidsgraad voor zelfstandige ondernemers in Vlaanderen 50,1%. Dit cijfer verschilt niet significant van de meetresultaten uit 2016 of uit 2013. Tussen 2010 en 2013 werd nog wel een (significante) toename van het aandeel zelfstandige ondernemers met een werkbare job werd vastgesteld: de werkbaarheidsgraad steeg van 47,8% in 2010 naar 51,4% in 2013.

    Over de volledige meetperiode en in vergelijking met de nulmeting 2007 noteren we een verbetering van de werkbaarheidsgraad bij de zelfstandige ondernemers met 2,4 procentpunt, maar deze verschuiving blijft net onder de drempel van de statistische significantie. De geregistreerde werkbaarheidscijfers lopen achter op het geambieerde groeipad van het Pact 2020 (een jaarlijkse toename van aandeel werkenden met een werkbare job met 0,5 procentpunt) en de doelstelling van ‘een werkbaarheidsgraad die bij de zelfstandige ondernemers in 2020 de 55% benadert’ wordt niet gerealiseerd.

    De stagnatie in de groei van de werkbaarheidsgraad na 2013 is de resultante van een aantal divergente ontwikkelingen op de onderscheiden werkbaarheidsdomeinen.

    Op het vlak van de leermogelijkheden werd systematische vooruitgang geboekt. Sinds de nulmeting is het aandeel zelfstandige ondernemers met onvoldoende leer- en ontwikkelingskansen in de job stapsgewijs gedaald van 5,6% in 2007 over 4,7% in 2013 naar 3,5% in 2019: een significante verbetering met 2,1 procentpunt over de volledige meetperiode.

    Ook voor de dimensie ‘werk-privé-balans’ registreren we een positieve evolutie. Tussen 2010 en 2013 daalde het aandeel zelfstandige ondernemers, die met een werk-privé-conflict geconfronteerd worden, van 35,0% naar 31,6%. Deze vooruitgang kon worden geconsolideerd: in 2019 klokt de indicator af op 30,4%. Over de volledige meetperiode 2007-2019 gaat het om een significante verbetering met 4,1 procentpunt.

    Voor welbevinden in het werk is er sprake van een negatieve trend: de monitor registreert een toename van het aandeel zelfstandige ondernemers in een problematische situatie (demotivatie, geringe werkbetrokkenheid) van 8,2% in 2007 over 8,4% in 2013 naar 10,2% bij de meest recente meting: een significante toename met 2 procentpunt over de volledige meetperiode.

    De ontwikkelingen op het vlak van psychische vermoeidheid zijn in belangrijke mate verantwoordelijk voor het stagneren van de werkbaarheid bij de meest recente metingen. Tussen 2007 en 2013 daalde het aandeel zelfstandige ondernemers met werkstressklachten van 36,7% naar 33,4% (een significante verbetering met 3,3 procentpunt). In 2016 en 2019 registreren we een equivalente stijging naar 36,2% respectievelijk 37,0% ondernemers met psychische vermoeidheidsproblemen: met deze significante terugval met 3,6 procentpunt belanden we opnieuw bij indicatorscore die bij de nulmeting 2007 werd opgetekend.

    Analyses op de dataset van de werkbaarheidsmonitor 2019 geven aan dat de jobkwaliteit ook vandaag cruciaal is om werkenden langer aan de slag te houden. Van de zelfstandigen van veertig jaar of ouder met een werkbare job vindt 84,9% doorwerken tot het pensioen een haalbare opdracht. Dit aandeel neemt systematisch af naarmate deze veertigplussers met een problematische situatie op één of meerdere werkbaarheidsdimensies geconfronteerd worden: van 67,5% bij één werkbaarheidsknelpunt, over 49,2% bij twee knelpunten, tot 25,7% bij drie of vier knelpunten. Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2019 - zelfstandige ondernemers.

    We registreren in 2019 een beperkt aantal significante afwijkingen in de kengetallen van de Pact 2020-aandachtsgroepen:

    • vrouwelijke zelfstandige ondernemers hebben minder vaak af te rekenen met een problematische situatie op het vlak van welbevinden op het werk (8,5%) en werk-privé-balans (27,3%) dan mannelijke ondernemers;
    • zelfstandige ondernemers 55-plus scoren opvallend gunstiger voor de werkbaarheidsgraad (59,9%), voor psychische vermoeidheidsproblemen (26,6%) en voor knelpunten in de werkprivé-balans (24,1%) dan hun jongere collega’s;
    • bij de kortgeschoolde zelfstandigen noteren we een groter leer- en motivatiedeficit (8,4% en 15,4% in een problematische situatie voor leermogelijkheden respectievelijk welbevinden op het werk) in vergelijking met hun midden- en hooggeschoolde collega’s.

    De werkbaarheidsmonitor brengt niet enkel in kaart in welke mate jobs werkbaar zijn, maar peilt ook naar een aantal achterliggende determinanten c.q. risicofactoren in de arbeidssituatie. Bij de metingen voor de zelfstandige ondernemers worden vier risico-indicatoren gehanteerd: werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie en (belastende fysieke) arbeidsomstandigheden.

    In 2019 rapporteert 46,1% van de zelfstandige ondernemers een problematisch hoge werkdruk, heeft 28,1% een emotioneel belastende job (emotionele belasting problematisch), wordt 7,9% geconfronteerd met routinematig werk (taakvariatie problematisch) en heeft 20,9% af te rekenen met fysieke belastingproblemen (arbeidsomstandigheden problematisch). Voor de drie eerstgenoemde risico-indicatoren worden in vergelijking met de nulmeting in 2007 geen (significante) verschuivingen vastgesteld, het aandeel zelfstandige ondernemers dat een hoge fysieke belasting signaleert is in die periode significant toegenomen.