Van werk naar werk: inspirerende voorbeelden uit Nederland en Zweden

Project status
Afgerond

Zowel in Vlaanderen als in de ons omringende regio’s en landen worden heel wat ondernemingen geconfronteerd met herstructureringen, afvloeiingen en sluitingen. Ook wijzigen de beroepen en competenties waar bedrijven nood aan hebben. Deze processen zorgen voor uitval van werknemers en leiden ook tot vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt.

Gekende voorbeelden op de Vlaamse arbeidsmarkt om mensen tijdig te heroriënteren naar andere functies en tewerkstellingsplekken zijn: medewerkers poolen, uitwisselingstrajecten en terbeschikkingstelling van mensen, stages en opleiding. Desondanks deze systemen loopt het doorstromen van werk naar werk niet altijd even vlot.

 

Wat onderzoeken we?

We zochten naar inspirerende voorbeelden in Europa, waarbij werknemers makkelijk van werk naar werk stromen over organisaties heen en zo minder snel of minder lang in de werkloosheid terechtkomen. Tools of instrumenten van werkgevers, bepaalde systemen die werkbaar zijn in een bepaald land kunnen inspirerend zijn voor de Vlaamse arbeidsmarkt. We willen weten hoe de tools die van werk naar werk bevorderen eruit zien.  Hoe proactief werken deze voorbeelden of systemen? Is er sprake van een win-win voor alle partijen? Hoe duurzaam zijn de werk-werk transities die tot stand komen? Het doel is om meer inzicht te krijgen in deze voorbeelden en eventuele onderlinge gelijkenissen en verschillen te detecteren.

Werkwijze

Naast het raadplegen van literatuur, cijfers en bestaande rapporten voerden we verkennende gesprekken met experten en beleidsmakers in België en Nederland. Dit leidde ons naar twee relevante systemen die van werk naar werk bevorderen, namelijk netwerkorganisaties in Nederland en transitiefondsen in Zweden.

In Nederland onderzochten we de netwerkorganisaties Match to Work en Mobiliteit Utrecht. In Zweden selecteerden we Trygghetsfonden (TSL), het transitiefonds voor de arbeiders, en Trygghetsstiftelsen (TSN), het transitiefonds voor de overheidssector. De informatie werd bekomen via diepte-interviews met de leiders van elke case. Aanvullend voor de netwerkorganisaties bevroegen we de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV).  De cases worden beschreven aan de hand van een tiental topics.

 

Timing

Het onderzoek werd afgerond in april 2021.

Resultaten

Gelijkenissen tussen de netwerkorganisaties en de transitiefondsen zijn:

  • De initiatiefnemer bij een traject is altijd de werkgever.
  • De betrokkenheid van de overheid is beperkt. Beide systemen vragen aan de overheid een actievere inbreng om te kunnen inspelen op de impact van de coronacrisis.
  • Ze volgen de conjunctuur en streven naar meer proactieve van-werk-naar-werktrajecten.

De systemen verschillen op volgende aspecten:

  • Het fonds heeft een formele structuur; de netwerkorganisaties zijn informeler.
  • Structurele financiering op grote schaal gebeurt enkel bij de fondsen. Voor de netwerkorganisaties is het een zoektocht naar middelen.
  • De dienstverlening van de fondsen is uitgebreider en er is een basisdienstverlening voor iedereen.
  • Het traject bij de netwerkorganisaties blijft meer in handen van de werkgever. Bij de fondsen zit de werknemer zelf meer aan het stuur.

De Nederlandse vakbond FNV onderstreept het belang van het centraal stellen van de werknemer bij van werk-naar-werktrajecten. Ze pleit voor een multipartite zelfregulerend bestuur van het systeem, waarbij werkgevers, werknemers en de overheid een evenwaardige rol kunnen spelen. De meer proactieve en participatieve aanpak van de transitiefondsen is inspirerend.  

Volgende kritische succesfactoren zijn mogelijke bouwstenen voor systemen de van werk naar werk bevorderen:

  • Structurele financiering
  • Formele partnerschappen
  • Aandacht voor de positie van de werknemer
  • Een ruim aanbod
  • Een proactieve aanpak
  • Een inclusieve aanpak
  • Schakelen binnen duurzame loopbanen

Hiernaast, weliswaar buiten de scope van dit onderzoek, is de context van de wet- en regelgeving en, meer specifiek, de arbeidsmarktinstrumenten en werkloosheidsregelgeving in het betrokken land van belang als stimulerende of remmende factor.