Vlaamse werkbaarheidsmonitor werknemers - meting 2019

    Project status
    Lopend

    De werkbaarheidsmonitor brengt sedert 2004 driejaarlijks de kwaliteit (of de ‘werkbaarheid’) van de jobs van werknemers cijfermatig in beeld. Voor verschillende deelgroepen (bv. mannen, vrouwen, leeftijdsgroepen, beroepsgroepen, enz.) en sectoren wordt becijferd hoe jobs scoren op het vlak van werkstress, motivatie, leermogelijkheden en werk-privé-balans.
     

    De werkbaarheidsmonitor kwam er op initiatief van de Vlaamse sociale partners die met de Vlaamse Regering afspraken te streven naar meer kwaliteitsvolle jobs. Die afspraken zijn concreet gemaakt in het zogenaamde Toekomstpact voor Vlaanderen (Pact 2020). De Stichting Innovatie & Arbeid kreeg de opdracht om de werkbaarheid in Vlaanderen cijfermatig in beeld te brengen.

    Wat onderzoeken we?

    De werkbaarheidsmonitor meet vier belangrijke aspecten van arbeidskwaliteit: psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (motivatie), leermogelijkheden en de balans tussen werk en privé. Werkbaar werk houdt in dat je door het werk gemotiveerd wordt en kansen krijgt om bij te leren. Het houdt ook in dat je er niet problematisch overspannen van wordt en dat de werk-privébalans in evenwicht is. De werkbaarheidsgraad is dan het percentage werknemers dat niet problematisch scoort voor én werkstress én motivatie én leermogelijkheden én werk-privé-balans.

    Kwaliteit van de arbeid komt tot stand in een context waarin een hele reeks factoren een rol spelen. De werkbaarheidsmonitor kijkt naar mogelijke sleutels op de werkplek zelf om de werkbaarheid van jobs te verbeteren. Deze sleutels zijn: de werkdruk (heeft te maken met werktempo, tijdslimieten), de emotionele belasting (vooral belangrijk bij zogenaamde contactberoepen), de afwisseling in het werk, de mate van autonomie bij de taakuitvoering, de ondersteuning door de directe leiding en de (fysieke) arbeidsomstandigheden (veiligheids- en gezondheidsrisico’s).

    Werkwijze

    De werkbaarheidsenquête is een schriftelijke bevraging bij een representatief staal van loontrekkenden uit het Vlaams Gewest. In 2019 werden een enquêtepakket toegestuurd aan 40.000 werknemers en werd een netto-respons van 36% gerealiseerd.

    Timing

    De werkbaarheidsenquête wordt om de drie jaar uitgevoerd. De eerste meting werd uitgevoerd in 2004, de recentste meting in 2019 is inmiddels de zesde editie van deze bevraging.

    Resultaten

    In 2019 bedraagt de werkbaarheidsgraad 49,6%. Het aandeel werknemers met een werkbare job is daarmee significant gedaald ten opzichte van 2016 (51,0%) en ten opzichte van 2013 (54,6%). De verbetering in de werkbaarheidssituatie op de Vlaamse arbeidsmarkt, die in het vorige decennium werd geboekt, gaat op die manier opnieuw verloren. Bij vergelijking van de meetgegevens 2019 met deze van de nulmeting 2004 (werkbaarheidsgraad 52,3%), registreren we een achteruitgang met 2,7 procentpunt. De in het Pact 2020 geambieerde doelstelling van een werkbaarheidsgraad van minstens 60% wordt niet gerealiseerd.

    Figuur: Vergelijking geregistreerde werkbaarheidsgraad voor de Vlaamse arbeidsmarkt met het geambieerde groeipad in doelstelling 10 van het Pact 2020

    De terugval in de werkbaarheidsgraad komt voor een belangrijk deel op rekening van de ontwikkelingen op het vlak van werkstress. Het aandeel werknemers met werkstressklachten nam t toe van 29,3% in 2013 over 34,2% in 2016 naar 36,8% in 2019. Daarmee is het aandeel van werknemers met werkstress in vergelijking met de nulmeting 2004 (28,9%) met bijna acht procentpunt toegenomen.

    Ook op gebied van motivatie tekenen we bij de meest recente metingen een negatieve evolutie op: het aandeel werknemers met motivatieproblemen nam toe van 16,6% in 2010 over 18,1% in 2013 en 19,8% in 2016 naar 21,1% in 2019. De vooruitgang die in het vorige decennium werd geboekt (een daling van het aandeel werknemers met motivatieproblemen van 18,7% in 2004 naar 16,6% in 2010), wordt daarmee opnieuw teruggedraaid.

    Voor de werkbaarheidsdimensie werk-privé-balans registreren we een gelijkaardig patroon. De beperkte vooruitgang die op dit terrein tussen 2004 en 2013 werd gerealiseerd (een daling van het aandeel werknemers met combinatiemoeilijkheden van 11,8% in 2004 naar 10,8% in 2013) kon niet worden geconsolideerd. In 2019 klokt deze indicator af op 12,8%.

    Alleen voor de werkbaarheidsdimensie leermogelijkheden registreren we een systematische verbetering van de situatie op de Vlaamse arbeidsmarkt in de voorbije vijftien jaar: tussen 2004 en 2019 is het aandeel werknemers met een leerdeficit gedaald met zes procentpunten (van 22,6% naar 16,6%). Deze substantiële vooruitgang op het vlak van leermogelijkheden heeft een duidelijk positieve impact op de evolutie van de werkbaarheidsgraad en compenseert gedeeltelijk de hoger vermelde negatieve ontwikkelingen.

    Een volledig overzicht van alle publicaties uit de metingen (bij werknemers en zelfstandige ondernemers) van 2004 tot en met 2019 vind je hier terug.
    De Stichting ontwikkelde daarnaast ook een handige tool om de werkbaarheid van werk in uw eigen bedrijf of organisatie na te gaan en te optimaliseren. Deze tool vind je hier terug