Van teamwerk over autonomie tot jobrotatie – hoe werken Vlaamse werknemers?

    De Stichting Innovatie & Arbeid van de SERV onderzocht hoe Vlaamse ondernemingen en organisaties georganiseerd zijn. Werken zij met teams? Leidt dat tot minder of net meer leidinggevenden? Mogen werknemers zelf beslissen hoe en wanneer zij hun taken uitvoeren? Is er overleg met collega’s en leiding mogelijk? Is jobrotatie een optie? De Stichting ging na welke kenmerken van een innovatieve arbeidsorganisatie regelmatig voorkomen in Vlaamse bedrijven. Dit gebeurde op basis van de Ondernemingsenquête bij 1.651 ondernemingen en organisaties in Vlaanderen. De respondenten waren bedrijfsleiders en HR-verantwoordelijken.

    Een op de vijf is teamgeorganiseerd

    Twee op de vijf (41%) bedrijven werken met teams. Ongeveer de helft van alle bedrijven met teams (22%) zijn ook teamgeorganiseerd. Dat betekent dat meer dan de helft van de werknemers in teams werkt van maximaal twaalf leden.

    De quartaire sector is veel vaker teamgeorganiseerd dan de andere sectoren. Deze sector telt ook opvallend meer teams die kunnen beslissen over hun werkmethode en/of werkverdeling en -planning in tegenstelling tot de industrie en de bouwsector waar een op de vijf teams hierover geen bevoegdheden heeft.

    Meer teams betekent niet minder leidinggevenden

    In tegenstelling tot wat men vaak denkt, resulteert meer teamwerk niet in minder leidinggevenden. Acht op de tien bedrijven zagen in de afgelopen jaren geen verschil in het aantal leidinggevenden niettegenstaande teamwerk sinds 2011 is toegenomen. Toen waren drie op de tien bedrijven teamgeorganiseerd, in 2018 waren dat er iets meer dan vier op de tien (43%). Of het takenpakket van de leidinggevenden is veranderd, kan uit de bevraging niet worden opgemaakt.

    Autonomie is goed, controle is beter

    Op de stelling ‘autonomie voor werknemers is goed maar controle is beter’ antwoordde de helft van de respondenten (52%) positief. Daarnaast streeft 65% ernaar om zoveel mogelijk bevoegdheden bij de medewerkers te leggen.

    Bijna een derde (29%) legt zoveel mogelijk verantwoordelijkheid bij de werknemers en is er niet van overtuigd dat controle beter is dan autonomie. Een op de vier (26%) streeft ook naar zoveel mogelijk verantwoordelijkheid, maar vindt tegelijk controle beter. Autonomie en controle sluiten elkaar met andere woorden niet uit bij een kwart van de Vlaamse bedrijven.

    Acht op de tien kent werkoverleg

    Acht op de tien (81%) bedrijven hebben georganiseerd werkoverleg, drie op de tien (29%) kwaliteitskringen. Via deze organen kunnen problemen besproken worden met andere collega’s en direct leidinggevenden. Grote bedrijven hebben meer werkoverleg, kleinere betrekken dan weer relatief meer werknemers. Zeven op de tien (71%) proberen ook een dynamiek op gang te brengen waarbij werknemers nadenken over het werk en de kwaliteit ervan.

    Jobrotatie of taakroulatie bij drie op de tien

    In een op de drie (29%) bedrijven wisselen werknemers regelmatig van job of functie. Deze bedrijven doen vaker een beroep op de kennis van het personeel om te vernieuwen.

    Link met innovatie van producten en diensten

    Om de resultaten van de bevraging te interpreteren, maakte de Stichting een index op basis van de IAO-kenmerken die in de enquête aan bod komen. Er werd een positief verband gevonden tussen de index en het innovatiecijfer dat aangeeft hoeveel percent van de omzet gerealiseerd is door nieuwe of verbeterde producten of diensten. Ook opvallend: jonge bedrijven scoren niet significant hoger dan ‘oude’. Een innovatieve arbeidsorganisatie is dus niet typisch voor jonge bedrijven.