De fun van het werken is weg

Om te weten te komen hoe bedrijven in Vlaanderen de coronacrisis ervaren, interviewde de SERV/Stichting Innovatie & Arbeid het voorbije jaar tien grote en kleine Vlaamse ondernemingen zoals Torfs, Elia, Chocola-Tuti en Wilms. Deze bedrijven geven aan dat hun medewerkers uitgeput raken door de aanslepende coronacrisis. Hun energie raakt op en ze kunnen niet ‘bijtanken’ zoals ze vroeger deden. Ook de economische onzekerheid, zowel nu als na de crisis, baart bedrijven zorgen.

Ann Vermorgen, voorzitter SERV: Tijdens de coronacrisis hebben we gezien hoe snel bedrijven kunnen schakelen en zich samen met hun medewerkers aanpassen aan een nieuwe realiteit. De nood aan sociale interactie tijdens het werken kwam ook scherp naar boven. Toch zien we nog veel onzekerheid bij de bedrijven en de werknemers. Meer duidelijkheid over maatregelen zoals tijdelijke werkloosheid, tegemoetkomingen voor verlies van inkomsten door corona … kan meer perspectief bieden.

Diepte-interview in twee bewegingen

Aan de hand van diepte-interviews met de zaakvoerder, CEO of personeelsverantwoordelijke polsten de onderzoekers zowel tijdens de eerste lockdown (voorjaar 2020) als tijdens de derde coronagolf (begin 2021) naar de gang van zaken. De bevraagde bedrijven variëren van een eenmanszaak tot bedrijven met honderden medewerkers. Ze zijn actief in diverse sectoren. Het gaat om bedrijven die de coronacrisis relatief goed hebben doorstaan: ze hebben hun activiteiten minstens gedeeltelijk kunnen verderzetten.

Energie medewerkers verdwijnt

Al tijdens het eerste gesprek gaven de bedrijven aan dat zij vooral bezorgd waren over de werkzekerheid en het psychosociaal welzijn van hun personeel. Met de werkonzekerheid is het grotendeels goed gekomen. O.a. dankzij het systeem van tijdelijke werkloosheid zijn heel wat ontslagen vermeden. Maar de bedrijven merken dat de energie van hun medewerkers verdwijnt. De babbel bij de koffie, een (letterlijk) schouderklopje als het wat minder gaat … ze halen de spanning weg en geven hen weer fut. Die informele contacten zijn sterk afgenomen of zelfs volledig weggevallen en daarmee ook de energie. Steeds meer medewerkers teren op hun reserves. Dat geldt niet enkel voor telewerkers want ook wie nog fysiek op de werkvloer aanwezig is, heeft minder sociale contacten. Telenet ziet dat duidelijk in de cijfers van zijn periodieke medewerkersbevraging.

Telenet: In september zei 70% van onze medewerkers dat ze voldoende energie hadden, nu is dat nog maar de helft. Als je wil dat mensen hun werk graag doen, dan moeten ze hun collega’s zien. De fun van het werken is weg nu.

Telewerk is een blijver

Happines: Thuiswerk zien we in de toekomst als tot drie dagen per week. Maar het eerste jaar na de pandemie gaan we veel meer op kantoor komen om de groepsgeest weer op te bouwen.

Het belang van sociale verbinding op de werkvloer blijkt heel belangrijk voor het welzijn van de medewerkers én de onderneming. Toch lijkt telewerk een blijver: de meeste bedrijven willen telewerk invoeren na corona. Dat is ook de verwachting van hun werknemers. Tegelijk wil iedereen collega’s blijven ontmoeten op de werkvloer Het is dus niet de vraag of telewerk moet worden ingevoerd maar wel in welke mate en op welke manier. Verschillende bedrijven betrekken hun werknemers bij de uitwerking van het telewerkbeleid. Anderen staan al een stapje verder. Zo richtte netwerkbeheerder Elia zijn kantoren opnieuw in met het oog op meer thuiswerk.

Elia: Een deel van onze kantoren is nu vergaderruimte en evenement- en projectruimte geworden. Op kantoor gaan we niet meer zitten om te e-mailen maar wel om aan nieuwe ideeën te werken.

Toestand tijdelijk, situatie stabiel

Tijdens de eerste lockdown moesten bedrijven snel schakelen. Webshops werden opgezet of uitgebouwd, er werd volop ingezet op telewerk en de werkvloer werd coronaproof gemaakt. Al die oplossingen zijn nog steeds in voege. Eens de bedrijven stabiliteit hadden gevonden, hielden ze eraan vast. Het crisismanagement is nu opgeheven, er heerst berusting.

Torfs: Na augustus was de toestand relatief constant. Het directieoverleg verloopt opnieuw zoals vroeger maar dan digitaal. In de hele situatie is een stuk routine geslopen, we zijn het gewoon.

Ook al duurt de crisis langer dan verwacht, de bedrijven zoeken niet naar nieuwe businessmodellen of werkwijzen. Deze toestand is tijdelijk en het is onduidelijk wat de situatie zal zijn als de economie herneemt en de steunmaatregelen opgeheven worden. Hoewel er hier en daar wel een verbetering is gemaakt of een nieuwe markt is aangeboord, maken de oplossingen het vooral mogelijk om te overleven.

Economische onzekerheid houdt aan

Niemand kan voorspellen hoelang deze situatie nog zal duren. Het enthousiasme waarmee veel bedrijven 2021 inzetten maakte snel plaats voor veel vraagtekens. Er heerst opnieuw onzekerheid zoals bij het begin van de crisis. Het is onduidelijk wat er gaat gebeuren als de economie volledig heropent. Ondernemingen en hun werknemers hebben nood aan zekerheid en perspectief. De e-commerce heeft een sprong voorwaarts gemaakt maar de meeste bedrijven halen daarmee niet de omzet van hun fysieke winkels.

De eigen situatie is al moeilijk in te schatten, het is helemaal onmogelijk te voorspellen wat er gaat gebeuren met klanten, leveranciers en concurrenten. Brantano, concurrent van Torfs, legde de boeken neer en werd deels overgekocht door die andere concurrent Van Haren. Waar die klanten zullen terechtkomen is niet in te schatten.

De grondstoffenschaarste die zich nu al in sommige sectoren laat voelen, zal niet meteen verdwijnen als de economie heropent. Een prijsstijging dringt zich op wat op zijn beurt de bezorgdheid bij bedrijven doet toenemen.