Digitalisering: it's the teachers, stupid

    ‘Toekomstgerichte competenties ontwikkelen’ is een van de kernaanbevelingen van de SERV-oproep voor een digitale beleidsagenda. Daarin heeft het onderwijs een belangrijke rol te spelen. Wij spraken daarover op de Vlor startdag ‘digitalisering en onderwijs’ van 19 september 2018 met prof. Paul A. Kirschner. Hij is universiteitshoogleraar en hoogleraar onderwijspsychologie verbonden aan de Open Universiteit Nederland.

    Paul_A_Kirschner.jpgAls we het hebben over digitalisering en onderwijs, gaat het over meerdere aspecten, te beginnen bij de rol van informatie- en communicatietechnologie (ICT) in de onderwijspraktijk. Hoe staat u daar tegenover?

    Paul Kirschner: De toepassing van ICT biedt ongetwijfeld veel kansen voor vernieuwing van het onderwijs. Door toepassing van ICT zijn sterk individuele werkvormen mogelijk, kunnen studenten op afstand studeren en zijn de mogelijkheden voor samenwerking van lerenden en docenten, voor uitwisseling van documenten en data en voor informatievergaring en – verspreiding enorm toegenomen. Maar ICT is slechts een medium; een gereedschap. Didactiek is het belangrijkste. Als ICT goed wordt benut, kan het zeer waardevol zijn. Als het slecht gebeurt, heeft het geen nut of kan het zelfs negatief uitpakken. Dat betekent dat de docent de belangrijkste schakel is. Een goede docent moet – net zoals een topchef in een restaurant – over grondige kennis en vaardigheden beschikken op het vlak van gereedschappen (ICT, krijtbord, …), didactische technieken (colleges, seminaries, werkgroepen, …) en ingrediënten (vakinhoudelijke en pedagogisch-didactische kennis). ICT is maar een van de vele gereedschappen die men kan gebruiken en ICT gaat een slechte docent niet redden. Kortom, ICT in de onderwijspraktijk is alleen goed is als het leidt tot effectief, efficiënt en bevredigend onderwijs zowel voor de docent als de lerende. Effectief wil zeggen dat je meer en/of dieper leert in dezelfde tijd. Met efficiënt bedoel ik dat je leert wat je zou moeten leren met minder inspanningen en/of minder tijd. Bevredigend is wanneer je een gevoel van succes, van voldoening ervaart. Nog korter gezegd: onderwijs moet ICT adOpteren en niet het onderwijs door ICT adApteren.

    Een tweede aspect is digitalisering als vak, als leerstof. Hier lijkt onderwijs voor een enorme opgave te staan?

    Paul Kirschner: De opgave voor onderwijs is niet anders dan vroeger. De uitdagingen van gisteren zijn ook deze van morgen. Dat is: ervoor zorgen dat de huidige en toekomstige generatie goed uitgerust zijn om in de maatschappij goed te kunnen functioneren, dat we opgeleide mensen hebben die een mooie start kunnen maken in het leven, de nodige kennis en vaardigheden bezitten en die ook leren gebruiken. In elk geval mogen we er niet vanuit gaan dat de jongere generaties ‘digital natives’ zijn die - omdat ze opgroeien met allerhande digitale apparaten - spelenderwijs en zonder instructies goed kunnen omgaan met ICT. Voor de meeste van ons zijn auto’s normaalste zaak van de wereld maar het is niet omdat je ermee opgegroeid bent dat je er ook (goed) mee kan rijden.

    Er zijn toch ook nieuwe uitdagingen en problemen, zoals het tekort aan ICT’ers?

    Paul Kirschner: Essentieel is dat het probleem duidelijk wordt benoemd. Ik hoor mensen heel vaak oplossingen formuleren zonder dat het probleem grondig is bekeken. Zoals ‘de instroom in ICT-masteropleidingen moet verhogen’. Maar is er bekeken waarom deze instroom in Vlaanderen vandaag daalt? En is dat wel degelijk een probleem? Want welk soort informatici zijn er nodig en welke moeten academisch gevormd zijn? Welke eisen stellen bedrijven en beantwoorden die aan reële behoeften of liggen de eisen te hoog? Enz. De juiste vragen moeten worden gesteld om effectieve oplossingen aan te reiken. Anders creëren we alleen maar schijnoplossingen die het probleem niet verhelpen.

    Een derde aspect is de rol van onderwijs in het licht van de digitalisering van de samenleving. Permanente opleiding wordt onontbeerlijk om tijdens de hele loopbaan inzetbaar te blijven, nieuwe vaardigheden te ontwikkelen en de omschakeling naar andere beroepen of functies te vergemakkelijken.

    Paul Kirschner: Er is een enorme vooruitgang in het onderkennen van het belang van levenslang leren. En de mogelijkheden om verder te studeren zijn enorm gegroeid tegenover vroeger. Het model van de Open Universiteit is een goed voorbeeld. We richten ons met een aangepast aanbod op volwassenen die een universitair diploma willen behalen. De grootste groep zijn 30-40 jarigen die al werken en willen doorgroeien. De opleidingen zijn modulair, men betaalt per module, en men studeert waar en wanneer men wil (‘yOUlearn’). Het is dus afstandsonderwijs, maar het leermateriaal is sterk autodidactisch opgesteld volgens de meest recent inzichten over effectief leren. Er zijn elektronische klaslokalen waar studenten elkaar en hun docenten via virtuele weg ontmoeten en in sommige opleidingen zijn er verplichte contactmomenten zoals bijvoorbeeld deelnemen aan een mini-congres.

    Maar de belangrijkste – en meest zorgwekkende – vaststelling in het licht van levenslang leren is toch wel dat lerarenopleidingen vandaag niet op punt staan. We (Tim Surma, Kristal Vanhoyweghen, Gino Camp en mijn persoon) hebben recent onderzoek gedaan naar de mate waarin twee van de zes beste leer- en studeerstrategieën - waarvan we kunnen bewijzen dat ze werken in de praktijk – terug te vinden zijn in de leerboeken en syllabi van alle eerste en tweedegraadsopleidingen in Nederland en Vlaanderen. Het is betreurenswaardig hoe weinig die twee daarin voorkomen. Als we er mogen vanuit gaan dat wat niet in de handboeken en syllabi staat ook niet echt grondig aan bod komt in de colleges, dan betekent dit dat mensen die nu worden opgeleid als leerkracht of docent de beste leer- en studeerstrategieën niet beheersen en zelfs niet kennen! Als koks die tijdens hun opleiding niet hebben leren bakken en braden. We zijn daarom bezig aan een boek waarin we die zes beste leer- en studeerstrategieën uitleggen. Het boek is bedoeld voor leerkrachten en leraren-in-opleiding, maar ook voor ouders, studiecoaches, in feite voor iedereen. Want ook volwassenen kunnen daar veel baat bij hebben omdat levenslang leren vaak niet op schoolbanken gebeurt en ze vaak op zichzelf aangewezen zijn. Met een goede leer- en studeerstrategie kan de effectiviteit, efficiëntie en voldoening van wat wordt geleerd enorm stijgen. Dat lijkt me dan ook een heel hoopgevende boodschap voor de toekomst.