Sociale partners willen meer mensen over de streep trekken om te werken

    Vandaag zijn er te veel openstaande vacatures in Vlaanderen. De war for talent wordt de komende jaren nog sterker door de pensionering van enkele honderdduizenden werknemers uit de babyboomgeneratie. Hooggeschoolden tussen 25 en 54 jaar vinden gemakkelijk werk maar voor veel anderen verloopt de zoektocht naar werk moeilijk. Deze mismatch op de Vlaamse arbeidsmarkt zal zich niet vanzelf oplossen. Bovendien zorgen al die oningevulde jobs voor extra werkstress bij de werkenden leert de recente werkbaarheidsmeting van de SERV.  

    Daarom wil de nieuwe SERV-voorzitter Danny Van Assche in 2020 samen met alle Vlaamse sociale partners en de kansengroepen een prioriteit maken van deze arbeidsmarktuitdagingen. Door ook andere, minder voor de hand liggende groepen (‘de potentiële arbeidsmarktreserve’) beter aan te spreken zal de druk op de Vlaamse arbeidsmarkt verminderen. Voor mensen die nu overal tussenuit vallen of nog niet bereikt worden, kan een outreachende aanpak de weg tonen naar werk.  

    Danny Van Assche, voorzitter SERV: “Te veel talenten blijven nog onaangesproken op de Vlaamse arbeidsmarkt. Dat is zeker het geval bij de kansengroepen. Om hen over de streep te trekken, moeten we drempels wegwerken door o.a. werk lonender te maken, betaalbare en flexibele kinderopvang te voorzien en de mobiliteit te verbeteren en creatief op zoek gaan naar de beste manieren om  hen te bereiken. We roepen de Vlaamse Regering op hier samen met de sociale partners sterk op in te zetten. Dat zal nodig zijn willen we een werkzaamheidsgraad van 80% halen en 120 000 extra mensen aan het werk zetten zoals de Vlaamse Regering vooropstelt.” 

    Iedereen aan boord 

    In mei 2019 sloten de sociale partners een onderling akkoord ‘Iedereen aan boord’ met een twintigtal hervormingsvoorstellen om de arbeidsmarktkrapte en competentiemismatch aan te pakken. De voorstellen gaan o.a. over het verbreden en versterken van het activeringsbeleid, een financiële stimulans voor de lagere inkomens, betaalbare en flexibele kinderopvang, een preventief retentiebeleid voor 55- en 60-plussers en een sterke nadruk op levenslang leren.  

    De ambitie van de nieuwe Vlaamse Regering om de werkzaamheidsgraad te verhogen naar 80% door 120 000 mensen aan het werk te helpen sluit hierbij aan. Zaak is nu om deze ambitie te vertalen naar concrete beleidsbeslissingen die de krapte op de arbeidsmarkt en de competentiemismatch gericht aanpakken. 

    Potentiële arbeidsreserve 

    Hoewel de algemene werkzaamheidsgraad in Vlaanderen met ca. 75% hoger ligt dan ooit, blijft de werkzaamheidsgraad bij de kansengroepen erg laag. De werkzaamheidsgraad bij personen met migratieachtergrond bedraagt 50%, bij 55-plussers 52,5%, bij 60-plussers 30%, bij laaggeschoolden 52% en bij personen met een arbeidshandicap 46%. Bovendien zijn diezelfde groepen (uitgezonderd 55+) ook oververtegenwoordigd in de potentiële arbeidsreserve. Bij deze groepen liggen dus nog veel kansen voor activering. 

    Reguliere arbeidsmarktactoren zoals VDAB slagen er onvoldoende in om de potentiële arbeidsmarktreserve aan te spreken. De dienstverlening van VDAB richt zich momenteel vooral op actieve werklozen (95 300). Daarnaast is er echter een grote groep niet-beroepsactieven (689 700): zij zijn officieel niet werkzoekend maar wellicht werkbereid. Met de juiste begeleiding en omkadering kan ook een groot deel van deze groep naar werk toegeleid worden. Daar moet VDAB ook op inzetten. 

    Hoe aanpakken? 

    Een deel van de niet-beroepsactieven wordt wel begeleid door andere instanties zoals de Administratie Integratie & Inburgering, een OCMW of het RIZIV. Door in deze trajecten meer oog te hebben voor werk en VDAB sneller te betrekken, zouden meer mensen de weg naar een job kunnen vinden. De beperkte of laattijdige uitwisseling van gegevens tussen al deze instanties en VDAB  zorgt er nu voor dat VDAB zijn opdracht van brede arbeidsmarktregisseur niet ten volle kan uitoefenen. 

    Daarnaast  is er nog een groep werkbereide niet-beroepsactieven die nergens op de radar staat. We schatten dat het om enkele tienduizenden mensen gaat, maar juiste gegevens ontbreken. Voor deze groep heeft VDAB de opdracht om met lokale organisaties samen te werken die zich specifiek op deze mensen richten. Deze organisaties werken vaak met brugfiguren die outreachend te werk gaan. Dat betekent dat zij zelf contact leggen met de werkbereide niet-beroepsactieven, hen begeleiden en zelfredzamer maken zodat het vinden van een job haalbaarder wordt. 

    Outreachende aanpak 

    Met de outreachende aanpak gaat een brugfiguur zelf op zoek naar groepen die wellicht hulp nodig hebben maar er niet zelf om vragen of niet weten waar ze terecht kunnen. Vaak zijn dit mensen die wel werkbereid zijn, maar ontmoedigd zijn, niet geloven in hun kansen en slechte ervaringen hebben met officiële instanties. Gebrek aan betaalbare kinderopvang, slechte huisvesting en beperkte mobiliteit versperren verder de weg naar werk. Door een positieve benadering op maat kan vertrouwen groeien, kunnen problemen opgelost en zelfredzaamheid verhoogd worden en leert deze groep realistische doelen te stellen op weg naar duurzaam werk.  

    Verschillende organisaties die outreachend werken boeken succes met deze aanpak. Het is belangrijk dat VDAB met deze organisaties samenwerkt en dat ze zicht krijgen op langlopende financiering. Vaak zijn het nu tijdelijke projecten.