E-peil stimuleert open innovatie in de bouwsector

    Bij open innovatie scoort de bouwsector niet hoog als het gaat om de samenwerking tussen bedrijven bij onderzoek en ontwikkelingen. Het E-peil kan daar verandering in brengen als meer bedrijven de early adopters in de bouwsector gaan volgen. Het E-peil staat voor de energieprestatie bij nieuwbouw en grote renovaties, het is een indicator binnen de energieprestatiebeoordeling (EPB). Het E-peil werkt voor de voorlopers in innovaties als een trigger om op zoek te gaan naar vernieuwingen en vooral naar nieuwe combinaties van materialen en van het bouwproces. Het belang van luchtdichtheid om het E-peil te bereiken is niet vreemd aan de behoefte tot meer samenwerking op de werf en met de materiaalproducenten. Ook voor het competentiebeleid heeft duurzaam bouwen in het algemeen en e-zuinig bouwen in het bijzonder belangrijke gevolgen. Werknemers moeten vakoverschrijdend denken en ook polyvalenter zijn. 

    De basisvoorwaarde voor een succesvolle samenwerking tussen materiaalproducenten is het vertrouwen en vooral ook de potentiële win-winsituatie. Door producten te combineren tot nieuwe producten of betere productieprocessen of diensten kunnen bedrijven zich beter handhaven of hun marktaandeel vergroten. Het ‘massiefpassief’-verhaal van de samenwerking tussen een baksteenfabrikant en een producent van isolatie is een mooi voorbeeld van hoe de marktpositie met de samenwerking verzekerd kan worden. Als meer bedrijven zulke combinaties kunnen vinden is dat goed voor de bedrijven én voor het e-zuinig bouwen.

    Met het oog op potentiële ondersteuning door de overheid ging de Stichting Innovatie & Arbeid in dit onderzoek op zoek naar drempels en hefbomen bij de samenwerking tussen de bouwpartners. We hanteren de brede definitie: verbetering/nieuw voor het bedrijf (incrementeel).

    Enkele vaststellingen uit het onderzoek Open innovatie in de bouwsector:

    Drempels

    1. Meestal beperkt tot B2B. B2B is - al dan niet geformaliseerd - de meest voorkomende vorm van samenwerking. Het betreft samenwerking met leveranciers of klanten, waarbij er naar gestreefd wordt om de eigen producten te verbeteren of vernieuwen met behulp van de expertise van de leverancier of de ervaringen van klanten.
    2. Als collega-bedrijven samenwerken gaat het meestal om conculega’s waarbij de activiteiten eerder complementair zijn.
    3. In alle cases werd benadrukt dat de samenwerking altijd beperkt is tot de noodzakelijke kennisuitwisseling voor de co-creatie en dat kennisdelen maar gebeurt mits bewaking van bedrijfsgeheimen.
    4. Kleine bedrijven vinden meestal weinig toegang tot grote bedrijven omdat deze laatsten vooral gericht zijn op massaproductie.
    5. KMO’s hebben minder tijd & budget, maar natuurlijke voordelen bij het samenwerken met andere KMO’s: dezelfde cultuur, minder hiërarchie en meer flexibiliteit.
    6. Bij de samenwerking met kenniscentra stelt zich voor KMO’s vooral het probleem van té grote planlast (vergaderingen) en eigendom van de kennis.

    Hefbomen

    1. Gezamenlijke passie voor het E-peil (duurzaamheid).
    2. Vertrouwen, vaste partners en eventueel contracten.
    3. Samen risico’s en winst delen, meerwaarde creëren. Inspelen op de marktvraag of nog ver van de marktvraag staan (explorerend onderzoek)
    4. Bestpassende structuur: structuur die samenwerking dient.
    5. Intermediaire helpende handen zijn belangrijk: de federaties, kenniscentra, enz.
    6. Experimentele vormen van samenwerking.

    In het informatiedossier vind je het antwoord op de volgende onderzoeksvragen

    1. Rond welke terreinen wordt er samengewerkt en wat zijn de motieven?
    2. Welke verschillende vormen van samenwerking bestaan er?
    3. Welke hinderpalen heeft men moeten overwinnen om tot de samenwerking te komen en hoe is men erin geslaagd om deze hinderpalen weg te werken?
    4. Welke zijn voorwaarden tot welslagen van zo een samenwerkingsverband?
    5. Welke structuur biedt de beste kansen op welslagen van een samenwerkingsverband?
    6. Welke rol spelen intermediairen?
    7. Welke suggesties geven de gesprekspartners mee aan het beleid?

    Over de resultaten van het onderzoek over open innovatie in de bouw wordt uitvoerig verslag gedaan in het informatiedossier. De slotparagraaf bevat talrijke suggesties van onze gesprekspartners over wenselijke ondersteuningsmaatregelen, in de hoop een bijdrage te leveren aan de verdere uitbouw van open innovatie in de bouw, bij de producenten van materialen en technieken en op de werf.

    Aanvullende info uit vorig onderzoek.