Industrie 4.0 onder de loep in vijf sectoren

    Met casestudies in de confectie, voeding, grafische sector en de meubel- en metaalsector

    Om een beeld te krijgen van de stand van zaken in de Vlaamse maakindustrie gingen we in vijf sectoren na hoe de digitale transformatie Industrie 4.0 zich manifesteert en in bedrijven concreet vorm krijgt.
    Industrie 4.0 steunt op big data en de diverse digitale dragers, van sensoren om data te capteren tot tablets om verrijkende informatie ter beschikking te stellen. Industrie 4.0 omvat, ruimer dan technologie, noodzakelijker wijze ook businessmodellen en sociale innovatie.
    In een vergevorderde toepassing gaat Industrie 4.0 over een verticale en horizontale integratie van informatiestromen in en buiten het bedrijf, waarbij men gebruik maakt van artificiële intelligentie en het Internet of Things. Dit heeft heel wat gevolgen voor de diverse aspecten van het businessmodel van de bedrijven.
    We brachten de impact van de digitalisering Industrie 4.0 op het businessmodel in kaart en gingen na welke drempels en hefbomen er zijn bij de implementatie, met welke interne en externe partners wordt samengewerkt en hoe de bedrijven aankijken tegen de rol van de sectororganisaties en de overheid.  

    Vijf sectoren en vijf bedrijven

    De vijf beschreven sectoren en bedrijven zijn de confectie met het bedrijf Alsico, de voeding met Dekeyzer-Ossaer, de meubelsector met Haelvoet, de metaalsector met C-MEC en de grafische sector met Burocad. We voerden gesprekken met vertegenwoordigers van de sectorfederaties en met de bedrijfsleiding van de betrokken bedrijven. Ook hadden we aparte gesprekken met aanspreekpunten bij de sectorale vakbonden over (hun visie rond) de impact van Industrie 4.0 op de jobs en het sociaal overleg in hun sector en de rol van de overheid.

    Stapsgewijze implementatie van nieuwe digitale toepassingen

    Industrie 4.0 is in de onderzochte sectoren en bedrijven gericht op het verbeteren van de performantie van de bedrijfsvoering en het ondersteunen van de medewerkers bij het uitvoeren van hun taken.
    In de onderzochte sectoren wordt Industrie 4.0 stapsgewijs in de bedrijven geïmplementeerd, aangepast aan de specifieke activiteiten van de sector en het bedrijf. De impact van de digitalisering Industrie 4.0 laat zich volgens de experten in alle vijf de sectoren vooral voelen in de productieprocessen. Data worden gebruikt om de kwaliteit van de producten te verbeteren en om de productie efficiënter te maken. De mogelijkheden voor doorgedreven automatisering en/of robotisering zijn afhankelijk van de sector. De confectiesector is moeilijker te automatiseren omwille van de complexe handelingen en eenzelfde argument geldt voor de meubelsector. De opvolging kan men digitaliseren, de productie niet of niet volledig. In de metaalsector is automatiseren in meer gevallen mogelijk, maar ook hier beperkt als het om maatwerk gaat en juist het maatwerk neemt toe. Het gebruik van ondersteunende assets zoals VR/AR is in eerste instantie in opmars in verpakkingsafdelingen, terwijl (ontwerp-) softwarepakketten met tekenfuncties meer in de voorbereiding ingezet worden. Als cobots ingezet worden is dit vooral bij productie van kleine series, zoals bijvoorbeeld in de voedingssector bij de afwerking van brooddeeg voor het bakken.
    Binnen de sectororganisaties, waarbij onder meer binnen de metaalsector die zich hiervoor baseert op (arbeids-)sociologisch onderzoek, groeit de aandacht voor human centred design bij de implementatie van digitale technieken Industrie 4.0. Industrie 4.0 kan niet gerealiseerd worden zonder de betrokkenheid van de werknemers en is ook gericht op ondersteuning van de werknemers bij het werk.

    Drempels en hefbomen

    De belangrijkste drempels bij de implementatie van Industrie 4.0 zijn voor alle sectoren de kennis over de toepassingen van de technologieën 4.0 en zeker voor kleinere bedrijven de financiering ervan. Efficiëntie en potentiële win(st)situaties zijn de belangrijkste hefbomen. Hierbij spelen de vragen van de klanten – het klantenperspectief als uitgangspunt - een belangrijke rol.

    Industrie 4.0 vraagt ondersteuning van de overheid

    Noodzakelijk voor een geslaagde implementatie is de net- en samenwerking met alle interne betrokkenen en een open innovatie met andere bedrijven in de waardeketen.
    Zowel de gesprekspartners in de bedrijven als die in de sectoren verwachten van de overheid informatie over de mogelijkheden van Industrie 4.0, sensibilisering en ondersteuning van de bedrijven bij de implementatie van digitale technologie Industrie 4.0 en het opzetten van netwerking en samenwerking tussen de bedrijven en met kenniscentra. Ook achten zij het van groot belang dat de overheid goede praktijkvoorbeelden in de kijker zet. Wat de economische context betreft, verwachten zowel bedrijven als sectorverantwoordelijken van de overheid transparante wetgeving en een level playing field. Tenslotte moet volgens onze gesprekspartners de overheid de digitale kennis en vaardigheden centraler zetten in het reguliere onderwijs, in de opleidingen voor werkenden en werkzoekenden en in de bedrijfsinterne opleidingen. Industrie 4.0 vraagt immers van alle werknemers affiniteit met en kennis van datagebruik.

    Visie van de sectorale werknemersorganisaties op Industrie 4.0

    Werknemersorganisaties volgen de impact van Industrie 4.0 op de kwantiteit en de kwaliteit van het werk sterk op. De gesprekspartners bij de sectorale werknemersorganisaties pleiten voor een sociale Industrie 4.0 met inzet van de digitalisering op meer en betere jobs. De impact van Industrie 4.0 is voor hen niet eenduidig en uit zich vooral in verschuivingen van taken en functies. In Industrie 4.0 krijgen bijna alle functies te maken met controle en verwerking van data en met data-analyse.
    De gesprekspartners bij de sectorale werknemersorganisaties zijn vragende partij om met de sectorfederaties samen te werken bij de implementatie van Industrie 4.0 en willen mee werk maken van een vakbond 4.0. Alleen zo kunnen duurzame antwoorden worden geformuleerd op de uitdagingen van veranderende competentienoden, vragen en mogelijkheden op het vlak van flexibiliteit, potentiële privacy-conflicten en de blijvende zoektocht naar duurzame tewerkstelling.
    Samen met de sectorfondsen kan gewerkt worden aan een duurzaam loopbaanbeleid voor alle werknemers, in samenwerking met de personeelsverantwoordelijken in de bedrijven.

    SERV-advies Industrie 4.0

    Het rapport gaf ook aanleiding tot het SERV-advies ‘Industrie 4.0