SERV vraagt buitenlandse overnames in kritieke infrastructuur en technologie dringend te screenen

    Hoe omgaan met buitenlandse overnames en investeringen die onze nationale veiligheid bedreigen, is voorlopig een onbeantwoorde vraag in België. De coronacrisis maakt duidelijk dat hierop snel een antwoord moet komen. Daarom vraagt de SERV de Vlaamse Regering om van de screening van buitenlandse directe investeringen (BDI) een prioriteit te maken. Er moet dringend en bij voorkeur een federaal mechanisme komen om dergelijke investeringen vooraf te evalueren en desnoods te blokkeren. Voorspelbaarheid, rechtszekerheid, administratieve eenvoud en proportionaliteit zijn de basisprincipes bij het uitwerken van dit screeningsmechanisme.

    Danny Van Assche, voorzitter SERV: “Nu sommige bedrijven door de coronacrisis financieel zwakker staan, zijn ze een makkelijke prooi voor buitenlandse overnemers. Wanneer die buitenlandse directe investeringen raken aan de openbare orde, veiligheid en volksgezondheid is een screening op zijn plaats. Denken we bv. aan onze havens, energie of andere kritieke infrastructuur. Dat is een evenwichtsoefening waarbij ons land veiligheid moet verzoenen met een open economie, een goed draaiende kapitaalmarkt en een aantrekkelijk investeringsklimaat. We kunnen hiervoor best op federaal niveau een screeningsmechanisme uitwerken met Vlaanderen als volwaardige partner.

    Europa gidst

    Sinds ongeveer een jaar is een screeningsverordening voor buitenlandse directe investeringen in de EU van kracht. Deze verordening verplicht geen nationaal screeningsmechanisme maar geeft een kader voor de screening van BDI op basis van openbare orde en veiligheid, waaronder volksgezondheid. Ten laatste tegen 10 oktober 2020 moet ons land in orde zijn met de bepalingen van de screeningsverordening.

    Na het uitbreken van de coronacrisis publiceerde de Europese Commissie richtsnoeren om kritieke Europese assets en technologieën te beschermen. Zo wil de commissie ervoor zorgen dat ondernemingen en kritieke activa in de EU behouden blijven zonder de Europese openheid tegenover buitenlandse investeringen te ondergraven.

    Door de coronacrisis kunnen ook gezonde bedrijven tijdelijk in een financieel zwakkere positie verkeren. Dat maakt hen tot een makkelijke overnameprooi voor buitenlandse overnemers. Zo ontstaat het risico dat knowhow en andere capaciteit in kritieke sectoren wegvloeien naar het buitenland. Daarom stelde de Europese Commissie bv. voor om de tijdelijke COVID-19-kaderregeling voor staatssteun uit te breiden. De lidstaten kunnen dan in bepaalde situaties ook herkapitalisaties doen in ondernemingen in nood om dit risico te beperken.

    Volwaardige Vlaamse deelname in Belgisch screeningsmechanisme

    Op Belgisch en Vlaams niveau is er vandaag (nog) geen screeningsmechanisme van toepassing. De Vlaamse sociale partners vragen dat Vlaanderen volwaardig betrokken wordt bij de uitwerking van een federaal screeningsmechanisme. ‘Volwaardig’ betekent niet enkel een vertegenwoordiging maar ook dat het gewest waarin de investering plaatsvindt de eindbeslissing moet kunnen nemen over het al dan niet blokkeren van een buitenlandse directe investering.

    Bij de invoering van een screeningsmechanisme moeten keuzes gemaakt worden over het tijdstip van de screening, het toepassingsgebied, een horizontale of sectorale regelgeving en het hanteren van een minimale drempel alvorens een screening gebeurt. De SERV vraagt dat het concrete toepassingsgebied van het nog op te richten interfederale screeningsmechanisme in die zin wordt bepaald, in dialoog met de bedrijfs- en academische wereld en de sociale partners. Voor de SERV zijn in elk geval voorspelbaarheid, rechtszekerheid, administratieve eenvoud en proportionaliteit richtinggevende principes. Ook kan inspiratie gezocht worden bij de regelgeving in het buitenland. De SERV analyseerde zelf verschillende buitenlandse praktijken (zie informatierapport).