Onderwijs en werk willen nog steviger inzetten op duaal leren

Eind deze maand zwaaien duizenden leerlingen af in het secundair onderwijs. Een kleine maar groeiende groep van die jongeren haalt een kwalificatie via duaal leren. Dat is een combinatie van leren op school én op de werkvloer in het beroepssecundair en technisch onderwijs en verzekert een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Ook hier zorgde de coronacrisis ervoor dat de organisatie van duaal leren het voorbije schooljaar een hele uitdaging was. Niet alle lessen op school en opleidingsuren in het bedrijf verliepen ‘normaal’. Digitale lessen, afstandsregels, veiligheidsschermen, telewerken maar ook de tijdelijke opschorting van praktijklessen of de tijdelijke sluiting van bepaalde sectoren bemoeilijkten de opleiding. De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) maken zich sterk dat de onderwijsverstrekkers en werkgevers daarvoor begrip zullen hebben en dat ze  jongeren die in deze ongewone leeromstandigheden afstuderen en verder studeren of beginnen werken, alle kansen zullen geven, o.a. door een intense aanvangsbegeleiding.

Met een ‘normaal’ begin van het schooljaar 2021-2022 in het vooruitzicht hopen de Vlor en SERV dat duaal leren in september opnieuw ten volle kan opstarten. Beide adviesraden hernieuwen dan ook via een gezamenlijke oproep hun engagement voor een aantrekkelijk en sterk duaal leren en werkplekleren.

SERV-voorzitter Ann Vermorgen: “Sinds de officiële start van het duaal leren in september 2019 zien we een groeiende belangstelling. Bij de Vlaamse werkgevers- en werknemersorganisaties is er veel enthousiasme voor deze manier van opleiden. Alleen zien we nog veel koudwatervrees bij jongeren en hun ouders of dit wel een evenwaardige manier van leren is. Door een sterk aanbod te voorzien en af te stemmen op de regionale economie kunnen we nog meer leerlingen aantrekken voor duaal leren. Veel scholen en ondernemingen staan in elk geval al klaar.””

Algemeen voorzitter Vlor Ann Verreth: “Duaal leren is voor heel wat leerlingen een aantrekkelijke leerweg: veel leren op de werkvloer, in een individueel traject op maat. Heel veel mensen zetten zich in om dat mogelijk te maken, zowel op school als in de ondernemingen en sectoren. Alle betrokken actoren moeten daarin blijven investeren.”

Werkplekleren, duaal leren … gebruik duidelijke taal

Stage, werkplekleren, duaal leren …  al deze vormen van leren op de werkplekbieden een troef voor het behalen van een kwalificatie en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Deze termen helder omschrijven en gebruiken, vermijdt begripsverwarring in onderwijs- en werkmiddens stellen de Vlor en SERV. Een specifieke vorm van werkplekleren is duaal leren, waarbij de jongere niet alleen de geleerde competenties op school kan oefenen en verbeteren op de werkplek maar hij/zij daar ook nieuwe competenties verwerft. Leren gebeurt dus zowel op school als in de onderneming. Het individuele traject op maat is een troef. Daarvoor is een nauwe samenwerking nodig tussen scholen, sectoren en ondernemingen. Duaal leren vraagt niet alleen veel inspanningen van vakleerkrachten, trajectbegeleiders en sectormedewerkers om elke duale leerling te matchen met de meest geschikte werkplek. Om de kwaliteit te garanderen, moeten ondernemingen ook een erkenning aanvragen en volgen de werkplekbegeleiders een opleiding. De Vlor en de SERV vragen om continu te blijven investeren in die kwaliteitsondersteuning van duaal leren, zowel op school als in de onderneming.

Duaal leren doen groeien en bloeien

Vandaag kunnen jongeren 96 duale trajecten volgen van bandenmonteur over florist tot podiumtechnieken. Vanaf volgend schooljaar stijgt het aantal naar 128. Op 1 februari 2021 waren er 1792 leerlingen in duaal leren ingeschreven, verspreid over 74 studierichtingen en 190 scholen. 5.127 erkende ondernemingsvestigingen staan klaar met één of meerdere opleidingsplaatsen voor duaal leren. Duaal leren beperkt zich momenteel nog tot het secundair en secundair-na-secundair onderwijs. In september 2022 volgen het volwassenenonderwijs en later ook het hoger onderwijs.

Trajectbegeleiders, sectormedewerkers en werkplekbegeleiders zijn beschikbaar om elke duale leerling te matchen met een onderneming. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle partners om ervoor te zorgen dat elke leerling een geschikte onderneming kan vinden om zijn/haar opleiding te volgen. Zo’n goede matching is ook gebaat bij een gericht, doordacht en overlegd aanbod aan duale trajecten. Dat aanbod houdt rekening met de interesses van een diverse populatie leerlingen en met het regionaal economisch weefsel en de arbeidsmarktnoden. De aanwezigheid van voldoende erkende en/of potentiële leerwerkplekken en tewerkstellingsmogelijkheden na de opleiding, is immers mee bepalend voor het slagen van een duale leerweg. Cruciaal is ook dat binnen het stelsel van duaal leren een juiste en sterke leerweg voorzien wordt voor àlle leerlingen. Om het risico op ongekwalificeerde uitstroom niet te verhogen, moet er ook in de meest kwetsbare jongeren geïnvesteerd worden door een aangepast leertraject te voorzien.

Koudwatervrees overwinnen

Tot slot vragen de Vlor en SERV een doorgedreven, doel- en doelgroepgerichte sensibilisering zodat het duaal leren verder kan groeien. Op die manier zien meer jongeren de kansen die duaal leren hen kan bieden en krijgen de vele erkende ondernemingen de kans om een jongere te begeleiden en op te leiden. Met de studiekeuze die voor de deur staat, is het belangrijk dat leerlingen goed geïnformeerd worden over de mogelijkheden van duaal leren. Maar ook ouders mogen niet vergeten worden: duaal leren is een nieuwe leerweg die zij niet kennen van tijdens hun eigen onderwijsloopbaan en waarvan ze zich afvragen of de opleiding wel volwaardig is. Ook zij hebben voldoende informatie nodig om vertrouwen te krijgen in het partnerschap tussen school en onderneming.