Werkbaar werk in post- en telecombedrijven

    Sectorale analyse op de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2004-2016

    Zowat vier op de tien (42,1%) van de personeelsleden in post- en telecombedrijven hebben in 2016 een werkbare job. In 2013 noteerden we voor de sector nog een werkbaarheidsgraad van 48,8%. Deze terugval heeft vooral te maken met de toename van werkstressklachten en motivatieproblemen in de sector.

    Langer doorwerken vereist werkbaar werk

    De sociale partners in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) benadrukken al vele jaren dat langer doorwerken maar kan lukken als dit ook haalbaar is voor de betrokkenen en jobs voldoende kwaliteitsvol zijn. Ruim vijftien jaar geleden vatten ze dat in de beleidsterm ‘werkbaar werk’: jobs waarvan je niet overspannen of ziek wordt, die boeiend en motiverend zijn, voldoende kansen bieden op bijblijven/bijleren en voldoende ruimte laten voor gezin en privéleven. En in het Pact 2020 formuleerden ze, samen met de Vlaamse Regering, een streefdoel: de realisatie van 60% werkbare jobs tegen 2020.

    Uit de Vlaamse werkbaarheidsmonitor blijkt dat de post- en telecomsector nog een lange weg heeft af te leggen om deze 60%-doelstelling te bereiken. Terwijl de werkbaarheidsmeting 2013 voor de post- en telecomsector nog een duidelijk toename in het aandeel werknemers met een werkbare job optekende van 39,3% (in 2010) naar 48,8%, laten de meetresultaten voor 2016 opnieuw een terugval zien in de werkbaarheidsgraad tot 42,1%. Het werkbaarheidspeil in de post- en telecombedrijven ligt daarmee ruim beneden het Vlaamse arbeidsmarktgemiddelde.

    Evolutie van de werkbaarheidsgraad in de post- en telecomsector en op de Vlaamse arbeidsmarkt

    Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Werknemers 2004-2016

    De recente terugval in de werkbaarheidsgraad blijft niet zonder gevolgen voor het ‘langer werken’-rapport van de sector. Terwijl in 2013 nog 64,3% van de personeelsleden doorwerken in hun huidige job tot de pensioenleeftijd als een haalbare opdracht inschatten, is dit aandeel in 2016 tot 51,4% gedaald. Tegelijkertijd blijkt ook de groep, die vragende partij is voor aangepast werk (lichter werk, minder uren) om langer te kunnen doorwerken, met ruim een derde toegenomen van 30,1% in 2013 naar 41,3 % in 2016.

    Schommelingen in de werkbaarheidsgraad onderzocht

    De gesignaleerde evolutie van verbetering en terugval van de werkbaarheidsgraad in de sector heeft vooral te maken met de ontwikkelingen op het vlak van psychische vermoeidheid: terwijl we in de periode 2010-2013 nog een gevoelige daling van het aandeel werknemers met werkstress van 39,0% naar 29,2% konden optekenen, stijgt deze indicator naar 44,8% in 2016. In vergelijking met de nulmeting 2004 is de werknemersgroep met stressklachten een derde groter geworden.

    Ook voor het welbevinden en de werkbetrokkenheid van de medewerkers registreren we een negatieve evolutie: het aandeel personeelsleden in post en telecombedrijven dat met motivatieproblemen kampt steeg van 21,3% in 2004 over 27,5% in 2013 naar 32,5% in 2016. Over de volledige meetperiode is daarmee de omvang van de probleemgroep eveneens met een derde toegenomen.

    Aandeel werknemers met werkbaarheidsknelpunten in de post- en telecomsector

    Bron: Vlaamse Werkbaarheidsmonitor Werknemers 2004-2016

    Op het vlak van competentie-ontwikkelingskansen kan de post- en telecomsector een positief bilan voorleggen: het percentage werknemers met een leerdeficit daalde van 30,2% in 2004 over 24,6% in 2007 naar 23,4% in 2016. Maar de vooruitgang op het vlak van leermogelijkheden kan de negatieve evolutie bij de andere werkbaarheidsindicatoren maar beperkt compenseren.