Innovatie en energiezuinig bouwen in Zorg en Welzijn

    Duurzaam, energiezuinig en innovatief staan voor de vijf organisaties in functie van het bieden van een kwaliteitsvol antwoord op de behoeften van de zorgvragers, kwaliteit van de zorg staat centraal. De wijzigingen in de financiering van de zorg- en welzijnssector zorgen wel voor heel wat onzekerheden en doen organisaties zoeken naar alternatieve middelen voor hun bouwprojecten. Kostenefficiëntie is voor alle vijf het sleutelwoord. De organisaties hebben oog voor alternatieven in aanbestedingen teneinde meer duurzaam en energiezuinig te bouwen. Twee organisaties doen beroep op een Energy Service Company (ESCO), een energiedienstenbedrijf, om betere energiebesparende infrastructuur te realiseren zonder eigen meerkosten. Van de sectororganisaties en van de overheid verwachten de organisaties steun voor deze alternatieven.

    Volgende organisaties geven ons een inkijk in hun strategie om energiezuinig en duurzaam te bouwen.

    1. Aalmoezenier Cuypers woonzorgcentrum in Stabroek heeft, naast een woonzorgcentrum, ook de serviceflats Den Agger.
    2. De Bolster in Beerlegem (Zwalm) biedt, met ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), wonen en dagbesteding voor volwassenen met een verstandelijke beperking en volwassenen met een niet-aangeboren hersenletsel.
    3. OPZC Rekem is samengesteld uit een psychiatrisch ziekenhuis en een psychiatrisch verzorgingstehuis dat zich op 3 campussen (Rekem, Lanaken en Antwerpen) bevindt.
    4. Senior Living Group SLG, een zorgorganisatie en dochterbedrijf van de Europese zorggroep Korian heeft vestigingen in gans België. In deze case is een tweede organisatie betrokken: Wattson, een ESCO. Tussen beide organisaties werd een energieprestatiecontract (EPC) afgesloten, meer bepaald voor een energiebesparend project met maatregelen in twaalf Vlaamse woonzorgcentra van SLG.
    5. Sint-Lodewijk vzw in Wetteren is gespecialiseerd in dienstverlening en onderwijs voor personen met een motorische beperking.

    In de casestudies gaat speciale aandacht naar de triggers en naar de drempels bij het realiseren van innovatieve energie-oplossingen en bijna energieneutraal bouwen (BEN).

    In de vijf organisaties zijn de openbare organisatie en de vzw’s gebonden aan de regels van de openbare aanbestedingen. Meestal is men zowel vertrouwd met de klassieke methodiek als met alternatieven in de richting van innovatief en duurzaam aanbesteden. Bij klassieke aanbestedingen ligt de klemtoon op de prijs en dat heeft tot gevolg dat met veelal mindere materialen en met meer verschillende aannemers wordt gewerkt. Dit kan een negatieve impact hebben op het duurzaam en luchtdichtmaken van gebouwen. Coördinatie en controle op de werf zijn van erg groot belang. De formele methodieken van innovatief en duurzaam aanbesteden zijn weinig gekend in de vijf organisaties, maar verschillende van hen hebben wel ervaring met het toevoegen van extra criteria, naast de prijs. Deze alternatieve aanpak wordt in de cases gezien als een goede aanpak om echt meer energiezuinig en duurzaam te kunnen bouwen. Een belangrijke drempel om nieuwe procedures in de aanbesteding op te nemen, blijkt de complexiteit van de regelgeving te zijn en de schrik om verwikkeld te raken in juridische klachten.

    Specifiek voor investeringen in energiebesparende renovaties doen twee van de vijf organisaties in ons onderzoek een beroep op een ESCO. Energiedienstenbedrijven zijn een relatief jonge economische actor die gespecialiseerd zijn in energiezuinige infrastructuur en technieken en ook binnen de zorg- en welzijnssector een verdienmodel aanbieden waarbij de eigenaar/gebruiker van een gebouw de energievoorziening en het management daarvan uitbesteedt aan een externe partij met als doel substantieel op energiekosten te besparen. ESCO’s zetten hierbij in op een businessmodel waarbij energie-investeringen zich terugverdienen door de gerealiseerde energiebesparingen.

    In de cases worden aandachtspunten voor de sectororganisaties en voor de overheid naar voor geschoven. Men vraagt van de sectororganisaties – en/of hun gelieerde technische consultatieve organisaties - een goede belangenbehartiging rond regelgeving en financiering, het toeleveren van toegankelijke informatie over energiezuinig bouwen, inclusief informatie over alternatieve financieringsmodellen, en het voorzien van concrete begeleiding bij bouwprojecten. De lijst met aandachtspunten voor de overheid ligt in het verlengde van de vraag naar ondersteuning door de sectororganisaties maar is in zekere zin dwingender. Men vraagt van de overheid een meer transparante en stabiele regelgeving, die ruimte laat voor duurzame en kostenefficiënte oplossingen. Ook vraagt men nog meer informatie inzake alternatieve methodieken bij openbare aanbestedingen.