Competentieversterking van jongeren op een arbeidsmarktgerichte leerweg

    Project status
    Afgerond

    Het onderzoek richt zich op het werkplekleren binnen de kwalificerende, alternerende vormen van het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding, zijnde het Deeltijds Beroepssecundair onderwijs (DBSO) en de Leertijd via Syntra. Aanleiding is de overheveling naar het Vlaams niveau van het Industrieel Leerlingenwezen en de Start- en Stagebonussen in het kader van de zesde Staatshervorming.

    Wat onderzoeken we?

    Het onderzoek brengt de visie van een aantal sectoren op het stelsel van Leren en Werken, vooral het aspect werkplekleren, in kaart.

    Het is de bedoeling een beter zicht te krijgen op (1) de ervaringen van de sectoren met Leren en Werken en wat zij als sterktes en zwaktes van het systeem zien, (2) welke aandachtspunten, inzichten en suggesties de sectoren vanuit de dagdagelijkse praktijk van werkplekleren in de sector aanreiken in functie van de toekomstige vormgeving van een nieuw/vernieuwd stelsel van Leren en Werken.

    De rol van de sociale partners op sectoraal en op regionaal/lokaal niveau en de betrokkenheid van bedrijven vormen een specifiek aandachtspunt.

    De zesde staatshervorming, de evaluatie van het decreet Leren en Werken, het ESF transnationaal project ‘naar een optimalisering van het landschap leren en werken’ (promotor: Dept. WSE) en de mogelijke hertekening die daarop zal volgen (cfr. Vlaams regeerakkoord 2014 – 2019) heeft verstrekkende gevolgen voor Leren en Werken. Het rapport van de Stichting Innovatie en Arbeid wil een aantal inzichten, pistes en suggesties samenbrengen die in het sociaal overleg en door beleidsmakers, waar nuttig of relevant, kunnen worden meegenomen.

    Werkwijze

    Een aantal sleutelpersonen uit de sectoren worden in diepte-interviews bevraagd:

    • de voorzitter van het sectorfonds; en
    • de ondervoorzitter van het sectorfonds, zodat in het onderzoek zowel een sociale partner van werkgeverszijde als van werknemerszijde gehoord worden; en
    • de directeur van het sectorfonds, indien gewenst bijgestaan door een of meerdere sectorconsulenten.

    De volgende twaalf sectoren zijn bij het onderzoek betrokken: auto/garagesector, bediendensectoren, bouw, elektriciens, groene sectoren, horeca, houtsector, kappers, metaal (arbeiders), scheikundige nijverheid, social profit, voeding.

    Het project wordt begeleid en opgevolgd door de SERV Commissies Onderwijs en Arbeidsmarkt.

    Timing

    Het project werd afgerond op 30 april 2015.

    Resultaten

    Sectoren vinden dat werkplekleren voor schoolgaande jongeren een positief gewaardeerd, volwaardig en op maat gemaakt verhaal moet zijn. De sleutel ligt volgens de sectoren bij een goede vormgeving van een vernieuwd stelsel ‘Leren en Werken’ voor het secundair onderwijs  waarvoor de Vlaamse overheid vandaag een algemeen kader wil creëren. Dit vernieuwde stelsel moet tot stand komen in samenspraak met de sectoren, voldoende eenvoudig zijn, maar tegelijkertijd wel rekening houden met de context waarin de verschillende sectoren werken.