Werkbaar werk in de sectorconvenants 2016-2017

    verschillende mensen uit sectoren bij elkaarUit de inventaris van de sectorconvenants 2016-2017 blijkt dat het werkbaarheidsvraagstuk een prominente plaats heeft verworven op de agenda van de sectoren en de sectorale opleidingsfondsen. In 28 van de 33 convenants staan een of meerdere acties ‘met een werkbaarheidslabel’ in de steigers. In het rapport ‘Sectoren verder aan de slag met werkbaar werk in de sectorconvenants 2016-2017’ brengt de Stichting Innovatie & Arbeid deze projecten en plannen gedetailleerd in kaart.

    28 sectoren formuleren acties werkbaar werk

    In het inhoudelijk kader voor de sectorconvenants 2016-2017 krijgt werkbaarheid een expliciete vermelding als agendapunt voor de arbeidsmarktwerking van sector(fonds)en. Werkbaarheid is weliswaar geen decretale opdracht voor de arbeidsmarktwerking van de sector(fonds)en, maar het werkbaarheidsvraagstuk kan inmiddels wel rekenen op een toenemende aandacht in de sectorconvenanten. In 28 van de 33 sectorconvenanten 2016-2017 staan een of meerdere acties ‘met een werkbaarheidslabel’ in de steigers, 20 sectoren nemen werkbaar werk daarbij zelfs op als een aparte prioriteit met een expliciete resultaatsdoelstelling.

    Meer concreet gaat het om de volgende sectoren die een prioriteit rond werkbaarheid formuleren:

    • audiovisuele media
    • private autobus- en autocarbedrijven
    • auto- en aanverwante sectoren (garages, koetswerk, metaalhandel)
    • buurtwerk/-diensten (dienstenchequesector)
    • chemie
    • horeca
    • houtsectoren
    • kappers-fitness-schoonheidszorg
    • kleding & confectie
    • lokale besturen,
    • papier- en kartonverwerking
    • podiumkunsten
    • printmedia
    • social profit
    • taxisector
    • textielnijverheid
    • transport-logistiek-grondafhandeling luchthavens
    • verhuissector
    • voedingsnijverheid

    De acht overige sectoren die - onder een andere prioriteit – specifieke werkbaarheidsacties  plannen zijn:

    • bedienden aanvullend paritair comité
    • betonindustrie
    • bouwsector
    • elektriciens
    • groene sectoren
    • bedienden internationale handel
    • textielverzorging (wasserijen)
    • vastgoedsector

    In een belangrijk deel van de prioriteiten en acties wordt werkbaarheid in algemene termen omschreven en niet verder geoperationaliseerd (bijv. lerende netwerken of begeleidingstrajecten rond werkbaarheid):  8 sectoren formuleren hun prioriteit in dergelijke generieke zin, 9 sectoren hebben (aanvullende) acties op stapel staan waarbij de inhoudelijke focus niet verder gepreciseerd wordt.

    Focus op professionalisering HR-beleid

    Bij de prioriteiten en acties, die gerichter worden omschreven en geoperationaliseerd, ligt de nadruk op de professionalisering van het HR-management in bedrijven i.f.v. de versterking van leermogelijkheden, welbevinden en motivatie van werknemers. 10 sectoren formuleren een prioriteit in die termen, 5 andere sectoren plannen dergelijke HR-georiënteerde werkbaarheidsacties en brengen ze onder bij een andere, meer algemene prioriteit. Meer concreet draaien deze initiatieven rond opleidingsplanning, loopbaangesprekken, coachend leiderschap, uitbouw van mentor- of peterschap … Dit soort acties kan ook gerangschikt worden onder beleidssporen zoals competentiebeleid, diversiteit en zelfs instroom. In het merendeel van de andere convenanten komen we identieke actiepunten tegen, maar dan zonder verwijzing naar het werkbaarheidsthema. In die zin is de in dit rapport opgemaakte inventaris en de discussie over werkbaarheid als ‘nieuw beleidspunt’ enigszins relatief.

    Andere werkbaarheidsaspecten komen in voorliggende convenanten minder aan bod:

    • 6 sectoren zetten in op psychosociale risico’s en werkstresspreventie (waarvan 3 als prioriteit);
    • 6 sectoren focussen op fysieke arbeidsbelasting en ergonomie (waarvan 2 als prioriteit);
    • 4 sectoren willen werk maken van de vernieuwing van de arbeidsorganisatie, gericht op een grotere taakvariatie en autonomie en daarmee op meer uitdagende functies met leerkansen in de dagelijkse werkpraktijk (waarvan 2 als prioriteit);

    Geen enkele van de convenanten besteedt in zijn werkbaarheidsaanpak expliciete aandacht aan de kwestie van werktijden-management en werk-privé-balans.

    Van sensibilisering tot begeleiding van ondernemeringen

    Een blik op het type geplande initiatieven en acties leert ons dat beleidsvoorbereidende activiteiten, die centraal stonden in de addenda ‘werkbaarheid’ uit de vorige convenantsperiode, minder frequent aanwezig zijn in de nieuwe generatie convenanten:

    • 10 sectoren (waaronder 5 ‘nieuwkomers’)  willen investeren in onderzoek en toolontwikkeling;
    • 6 sectoren (waaronder 2 ‘nieuwkomers’) besteden aandacht aan beleids- en actieplanning;

    Sectoren maken vooral werk van sensibiliseringsacties (22 convenanten, waarvan 8 als prioriteit) en van de uitbouw van een opleidings- en coaching-aanbod rond werkbaarheidstopics (17 convenanten, waarvan 5 als prioriteit). Maar ook directe bedrijfsadvisering rond werkbaarheidskwesties en de systematische begeleiding van ondernemingen bij planning en uitvoering van werkbaarheidstrajecten zit in de lift: 12 sectoren zetten in op een dergelijke dienstverlening, 7 sectoren maken er een zelfs een prioriteit van en gaan daarover een resultaatsengagement aan.

    Resultaatgerichte financiering

    Nieuw in het convenantskader 2016-2017 is de figuur van de (gedeeltelijk) resultaatsgerichte financiering: voor elke prioriteit in het convenant diende een meetbare resultaatsdoelstelling onderhandeld en 10% van de deelsubsidie wordt gekoppeld aan de toepasselijke resultaatsindicator. Analyse van de 20 resultaatsindicatoren rond werkbaarheid (uit de sectoren met dito prioriteit) laat zien dat deze niet altijd ‘SMART’ (specifiek/eenduidig, objectief meetbaar en ambitieus) geformuleerd zijn.