Voorontwerp decreet over de subsidiëring van stages bij multilaterale organisaties - Flanders Trainee Programme
De sociale partners waarderen de inspanningen die de Vlaamse Regering al sinds 2001 doet in het kader van het Flanders Trainee Programme. Het programma levert een duidelijke meerwaarde voor Vlaanderen door jongeren te helpen internationale ervaring op te doen bij een multilaterale organisatie. Dat laat hen toe hun vaardigheden aan te scherpen en vergroot hun kansen op een internationale loopbaan. Voor Vlaanderen draagt het bij aan de Vlaamse zichtbaarheid en aanwezigheid in multilaterale organisaties en de versterking van het internationaal netwerk tussen de Vlaamse overheid en de multilaterale organisaties.
De SERV verwelkomt tevens het initiatief van de Vlaamse Regering om het Flanders Trainee Programme (FTP) te verankeren via een zelfstandig decreet. De huidige decretale basis is inderdaad te beperkt in het licht van de vereisten van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën en de regels rond gegevensbescherming. Bovendien is het vanuit de systematiek en transparantie van de Vlaamse regelgeving niet aangewezen dat de decretale rechtsgrond van dergelijke regeling vervat ligt in een programmadecreet.
Het voorontwerp regelt de juiste dingen: het bepaalt het toepassingsgebied (art. 2 en 4), het verankert de beleidsdoelstellingen van het FTP (art. 3), het machtigt de Vlaamse Regering om een subsidiekader uit te werken (art. 6) en het creëert een AVG-conforme rechtsgrond voor de verwerking van persoonsgegevens van stagiairs (art. 5).
De SERV meent wel dat het voorontwerp van decreet veel aan de Vlaamse Regering delegeert, terwijl volgens de principes van wetgevingstechniek essentiële beleidskeuzes decretaal moeten worden vastgelegd. In dat licht zijn de onderstaande suggesties van de SERV bedoeld om de rechtszekerheid, de beleidsstabiliteit en de democratische legitimiteit te verhogen, en tegelijk de strategische flexibiliteit voor de Vlaamse Regering om keuzes te maken te behouden.
-
Er is in het voorontwerp een algemene definitie van een ‘multilaterale organisatie’ opgenomen (art. 2) maar het wordt aan de Vlaamse Regering overlaten om te bepalen voor welke multilaterale organisaties een subsidie kan worden aangevraagd (art. 4). De SERV begrijpt dat dit wenselijk is om de nodige flexibiliteit te laten en de subsidiëring van stages af te stemmen op het internationale beleid dat de Vlaamse Regering wil voeren. Maar het voorontwerp laat nu alles open. Het vermeldt geen enkele internationale organisatie, bevat geen criteria voor opname of uitsluiting en er zijn geen bepalingen die een zekere motivering vereisen. De risico’s van deze ruime delegatiebevoegdheid kunnen volgens de SERV worden beperkt door in het decreet zelf een aantal internationale organisaties op te nemen waarvoor (het parlement dus beslist dat) er in elk geval een subsidie als vermeld in artikel 3 kan worden aangevraagd (bv. de IAO, EC, OESO, IMF, Wereldbank …). Tegelijk kan het decreet de Vlaamse Regering machtigen om die lijst uit te breiden via uitvoeringsbesluit.
-
Ook het bepalen van de voorwaarden waar kandidaat-stagiairs moeten voldoen om in aanmerking te komen voor financiering wordt volledig aan de Vlaamse Regering gedelegeerd. Dat is voor een deel logisch, maar het decreet zou kunnen bepalen over welk soort voorwaarden het gaat. Een uitvoeringsbesluit kan die dan nader concretiseren.