Met dit advies wil de SERV vooral een voorzet geven voor de verdere concretisering van de ambities van de Vlaamse regering en aangeven bij welke prioritaire dossiers de SERV intens betrokken wenst te worden of zelf het voortouw wil nemen. De SERV waardeert dat het regeerakkoord en de beleidsnota’s veel ruimte voorzien voor overleg. De sociale partners willen daarin ten volle hun rol opnemen.
Globaal genomen kan de SERV zich inhoudelijk scharen achter de vier strategische doelstellingen zoals in het regeerakkoord vermeld: productiviteitsgroei, duurzame groei, digitale transitie en strategische autonomie. In de beleidsnota wordt dit: productiviteit en concurrentiekracht en versterking van een duurzame industrie, strategische sectoren en autonomie, het creëren van een gunstig ondernemersklimaat en meer O&O&I-investeringen en sterkere economische valorisatie. Het voorliggende advies vestigt de aandacht op:
- Een Vlaamse productiviteitsagenda.Ook de SERV is voorstander van een productiviteitsagenda. Concreet kan onder meer aandacht besteed worden aan de productiviteitsverschillen tussen ondernemingen en het belang van kennisdiffusie en kennis spill-overs, alsook het belang van goede metingen met het oog op een efficiënte aansturing van productiviteitsgroei. Positief is dat de SERV via het VESOC-overleg actief betrokken zal worden bij het vormgeven van de Vlaamse productiviteitsagenda.
- Een geïntegreerd industrieel beleid. De industrie is niet alleen economisch van groot belang maar is tevens de voortrekker om de transitie naar klimaatneutraliteit en digitaal leiderschap te realiseren. In navolging van Europa bepleit de SERV echter de term ‘duurzame industrie’ i.p.v. ‘industrie’ onder meer om de link te leggen met de Clean Industrial Deal. De SERV drukt ook hier zijn waardering uit voor de regelmatige terugkoppeling die met de interprofessionele partners wordt voorzien in de werkgroep van VESOC. Overigens zullen de sociale partners in de SERV zelf initiatieven nemen en stellen voor hierrond met de Vlaamse Regering samen te werken. De SERV vindt het verder positief dat de Vlaamse regering proactief de Vlaamse industriële belangen in Europa wil verdedigen en vraagt om betrokkenheid van sociale partners bij de standpuntbepaling rond belangrijke Europese dossiers.
- Strategische sectoren en autonomie. De SERV is van oordeel dat ingezet moet worden op de aantrekkingskracht van innovatie ecosystemen om strategische activiteiten te verankeren. Vanuit de invalshoek van een gelijk speelveld is verduidelijking gewenst over welke sectoren als strategisch zullen worden beschouwd, op basis van welke criteria dit zal gebeuren en welke consequenties dit zal hebben voor de toewijzing van de budgetten aan sectoren en ondernemingen.
- Aandacht voor kmo’s. Bijzondere focus moet uitgaan naar specifieke beleidsmaatregelen om de groeibelemmeringen aan te pakken waarmee veel kmo’s worden geconfronteerd. In dat kader speelt administratieve vereenvoudiging een belangrijke rol. De sociale partners en hun achterban willen graag aan meewerken aan het vooropgestelde traject van administratieve vereenvoudiging en rechtszekerheid. O&O&I-beleid. Naast kwantiteit moet evenzeer uitgaan naar het kwalitatieve aspect van O&O&I-beleid. Een efficiënte inzet van overheidssteun op projecten met een hoog potentieel aan socio-economische en maatschappelijke impact die zonder publieke steun niet zouden gerealiseerd worden, blijft cruciaal. De SERV pleit voor een goede coördinatie en consultatie tussen de regionale en federale overheden binnen de daartoe geëigende overlegstructuren om de diverse steuninstrumenten op optimale wijze te laten renderen. Ook kennisvalorisatie en -diffusie zijn aandachtspunten in een kwalitatief O&O&I‑beleid.
- Internationaal ondernemen. Open strategische autonomie houdt voor de SERV in 'open waar het kan, beschermen waar het moet'. Het is dan ook cruciaal dat aan de openheid van de Vlaamse economie niet wordt geraakt. Binnen het Europees handelsbeleid moet daarom gestreefd worden naar verdere bilaterale en multilaterale samenwerking en diversificatie van partnerschappen zonder evenwel de concurrentiepositie te grabbel te gooien.
