Je bent hier

Vlaamse begroting moet blijven inzetten op evenwichtig begrotingsbeleid, investeringen, schuldbeheer en begrotingscoördinatie

De Vlaamse vakbonden en werkgeversorganisaties verenigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) bekijken jaarlijks de geactualiseerde begrotingscijfers die de Vlaamse Regering bij het begin van het politieke jaar indient. Daarbij berekent de SERV de robuustheid van de begroting en welke effecten spelen voor de begrotingen van de volgende jaren.

Frank Beckx, voorzitter SERV: “De economie bleek in 2025 nog behoorlijk schokbestendig. Toch blijven de groeiverwachtingen de komende jaren eerder matig met gemiddeld één procent, onder meer als gevolg van de blijvende economische en geopolitieke onzekerheden. De Vlaamse Regering heeft in de begroting 2026 al een aantal stappen gezet. De sociale partners binnen de SERV vragen de Vlaamse Regering om verder in te zetten op een evenwichtig begrotingsbeleid. Investeringen versterken en het investeringsklimaat verbeteren zijn essentieel, om zo de economische groei in Vlaanderen te ondersteunen en de overheidsfinanciën te versterken.“

Vlaamse begroting in 2026 en volgende jaren

In zijn evaluatierapport raamt de SERV het begrotingssaldo (het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven) voor 2026 op € -2,82 miljard. Wanneer de uitgaven voor Oosterweel en Vlaamse Veerkracht buiten beschouwing worden gelaten, bedraagt het saldo € -1,66 miljard.

In vergelijking met de begrotingsopmaak 2026 (BO 2026) is er sprake van een beperkte verbetering van het begrotingssaldo met € 81 miljoen. Deze afwijking is vooral toe te schrijven aan externe factoren, namelijk hogere geraamde ontvangsten door hogere inflatieverwachting, terwijl de uitgaven minder sterk stijgen. Dit komt doordat werkingsmiddelen grotendeels niet geïndexeerd worden in 2026 en loonindexaties via de spilindexoverschrijding met vertraging doorwerken.

Door de verschillende beleidsmaatregelen zijn er stappen gezet en is er een verbetering van meer dan € 1,6 miljard ten opzichte van de Begroting 2025 (BA 2025). Deze beleidsmaatregelen bestaan uit ongeveer € 1,77 miljard aan besparingen, € 734 miljoen aan bijkomende ontvangsten en een stijging van de onderbenutting met € 48 miljoen. Tegelijk werd € 957 miljoen voorzien voor nieuwe beleidsinitiatieven.

Voor 2027 raamt de SERV het begrotingssaldo (exclusief Oosterweel en Vlaamse Veerkracht) op € -865 miljoen, wat € 182 miljoen minder gunstig is dan initieel voorzien in de meerjarenraming van de Vlaamse Regering. Deze bijstelling hangt voornamelijk samen met het uitstel van de introductie van het Europese emissiehandelssysteem ETS-2 van 2027 naar 2028. Hierdoor verschuift de verwachte inflatiedruk van 2027 (1,7% tegenover 2,4% in de MJR) naar 2028 (2,3% tegenover 1,8% in de MJR). In de jaren na 2027 loopt het begrotingssaldo (exclusief Oosterweel en Vlaamse Veerkracht) weer op tot € -1,70 miljard in 2030 volgens de SERV-raming. Dat is € 67 miljoen gunstiger dan in de meerjarenraming van de Vlaamse Regering. Vanaf 2028 liggen de ontvangsten namelijk iets hoger dan verwacht als gevolg van de hogere inflatieverwachtingen.

Evenwichtig begrotingsbeleid

De Vlaamse sociale partners binnen de SERV pleiten voor een evenwichtig begrotingsbeleid dat zowel naar de uitgaven als de ontvangsten kijkt. Om de economische groei te stimuleren en de overheidsfinanciën te verbeteren is het belangrijk dat de Vlaamse Regering ook de investeringen versterkt en het investeringsklimaat verbetert. Deze investeringen zijn nodig om beleidsprioriteiten te ondersteunen zoals de duurzame en digitale transitie, de concurrentiepositie en innovatiecapaciteit van onze economie, en om het gezondheids- en welzijnsbeleid evenals het arbeidsmarkt-, onderwijs- en vormingsbeleid te versterken.

Op basis van de ramingen stelt de SERV vast dat het doel om tegen 2027 een begroting in evenwicht te realiseren, zoals de Vlaamse Regering bij het begin van de legislatuur had gesteld, niet zou worden gehaald, bij ongewijzigd beleid.

Opvolging schuldevolutie blijft belangrijk

De Vlaamse geconsolideerde schuld stijgt in 2026 tot € 56,6 miljard (91,9% van de ontvangsten). De SERV-raming ziet de schuld in 2030 stijgen tot € 74,5 miljard of een schuldratio van 108,3% van de ontvangsten.

Sinds deze begroting hanteert de Vlaamse Regering een andere schuldindicator. Zij drukt de schuldgraad niet langer uit als percentage van de ontvangsten maar in termen van het bruto regionaal product (BRP). Vertaald naar het BRP bedraagt de schuldgraad in 2029 16,3%. Het blijft belangrijk om de evolutie van de schuld op te volgen. De SERV benadrukt daarbij dat concrete schulddoelstellingen een belangrijk kompas blijven voor het begrotingsbeleid.

Belang van begrotingscoördinatie

De SERV onderstreept het belang van een betere coördinatie van het budgettair beleid tussen de verschillende entiteiten en overheden in België. Een nieuw samenwerkingsakkoord dat begrotingscoördinatie verzekert tussen de Belgische overheden is dringend en noodzakelijk om te voldoen aan het nieuwe Europese begrotingskader. Dit is de eerste begrotingsopmaak in het kader van het nieuwe Europese begrotingskader. Vlaanderen lijkt een goede leerling. Op basis van de verdeelsleutel voorgesteld door de Hoge Raad van Financiën, lijkt Vlaanderen in 2026 te voldoen aan het netto-uitgaventraject zoals opgelegd door Europa.

Contact

Lander Blondeel 0468 33 30 22