In 2020 riep de SERV de Vlaamse Regering op om van de screening van buitenlandse directe investeringen (BDI) een prioriteit te maken. De SERV meende dat er dringend een bij voorkeur interfederaal mechanisme tot stand moest komen om dergelijke investeringen vooraf te evalueren en desnoods te blokkeren. Voorspelbaarheid, rechtszekerheid, administratieve eenvoud en proportionaliteit werden door de sociale partners naar voor geschoven als de richtinggevende basisprincipes bij het uitwerken van dit screeningsmechanisme.
Cruciaal voor de SERV was dat Vlaanderen volwaardig betrokken zou worden bij de uitwerking van dat federaal screeningsmechanisme. ‘Volwaardig’ betekent niet enkel een vertegenwoordiging maar ook dat het gewest waarin de investering plaatsvindt de eindbeslissing moet kunnen nemen over het al dan niet blokkeren van een buitenlandse directe investering
De SERV is tevreden dat de bepalingen van het samenwerkingsakkoord in belangrijke mate stroken met de aanbevelingen gedaan in zijn eerdere adviezen. Wel wensen de sociale partners drie specifieke elementen onder de aandacht te brengen.
