De Vlaamse begroting evolueert volgend jaar, onder meer door een verwachte eenmalige afrekening van 428 miljoen euro van de ontvangsten uit de Bijzondere Financieringswet (BFW) van 2026, naar een tekort van 285 miljoen euro (-0,4% van de ontvangsten). Die positieve afrekening is het gevolg van de toegenomen inflatie in de eerste helft van dit jaar. Daarmee komt de Vlaamse regering dus dichter bij haar vooropgestelde doel om een begrotingsevenwicht te bereiken in 2027. De SERV stelt vast dat de Vlaamse Regering in de Algemene Toelichting van de begrotingsaanpassing (BA 2026) aangeeft dat deze afrekening van 428 miljoen euro zal worden ‘gereserveerd als compensatie voor de hogere uitgaven door indexatie bij de BA 2026’.
Vanaf 2028 blijft het vorderingensaldo ondanks enkele positieve bijstellingen negatief evolueren. Dat blijkt uit het jaarlijks begrotingsadvies van de Vlaamse werkgevers en vakbonden verenigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV). De SERV waarschuwt ook dat de structureel oplopende overheidsschuld een toenemende kwetsbaarheid blijft in de begroting. De afgelopen jaren namen de investeringen van de Vlaamse Regering weliswaar licht toe maar door de stijgende prijzen is de reële groei ervan eerder beperkt.
Frank Beckx, voorzitter SERV: “Onze ramingen tonen dat Vlaanderen dankzij enkele meevallers tegen 2027 dichter bij een begrotingsevenwicht komt, zoals de Vlaamse Regering zichzelf had voorgenomen. Waakzaamheid blijft echter geboden. Vanaf 2028 evolueert het vorderingensaldo immers weer negatief. De overheidsschuld blijft ook toenemen. Om de economische groei te stimuleren en de overheidsfinanciën te verbeteren is het belangrijk dat de Vlaamse Regering de investeringen versterkt en het investeringsklimaat verbetert.”
Begrotingsevenwicht komt in 2027 dichterbij
In 2027 komt een begrotingsevenwicht dichterbij. Volgens de SERV-raming bedraagt het vorderingensaldo -1,1 miljard euro (-1,7% van de ontvangsten). Dat is een verbetering met 398 miljoen euro ten opzichte van de Meerjarenraming 2025-2030. Na aftoetsing van de begrotingsdoelstellingen van de Vlaamse Regering, bedraagt het saldo -285 miljoen euro (-0,4% van de ontvangsten). Hiermee komt de regering in de buurt van haar vooropgestelde doel om in 2027 een begroting in evenwicht te behalen (zonder Oosterweel en Vlaamse Veerkracht).
De hogere inflatievooruitzichten voor 2026 en 2027 hebben een positief netto-effect op het vorderingensaldo. De middelen die Vlaanderen krijgt van het federale niveau worden integraal aan de inflatie aangepast. Ook de ontvangsten uit de bruto-opcentiemen en de meeste gewestbelastingen evolueren in sterke mate mee met de inflatie. De economische groei wordt lager geraamd in 2026 en 2027 (gecumuleerd -0,3%-punt). Dat heeft een negatieve impact op de ontvangstenzijde van de Vlaamse overheid.
De combinatie van beide elementen zorgt ervoor dat de ontvangsten en uitgaven voor 2027 respectievelijk 924 miljoen euro en 710 miljoen euro hoger worden geraamd.
Daarnaast zorgen de sterk gewijzigde macro-economische omstandigheden voor een eenmalig bijkomend positief effect voor het begrotingsjaar 2027 via de afrekening van de BFW-ontvangsten uit 2026. De SERV raamt deze afrekening op 428 miljoen euro. De SERV stelt vast dat de Vlaamse Regering in de Algemene Toelichting van de Begrotingsaanpassing (BA 2026) aangeeft dat deze afrekening van 428 miljoen euro zal worden ‘gereserveerd als compensatie voor de hogere uitgaven door indexatie bij de BA 2026’. De SERV vraagt aan de Vlaamse Regering wat de begrotingstechnische implicaties van deze beslissing zijn.
Begroting na 2027 evolueert negatief ondanks meevallers
Ook in de jaren na 2027 stelt de SERV het vorderingensaldo positief bij ten opzichte van de Meerjarenraming 2025-2030, maar dat is niet voldoende om de tendens van de verslechtering van het vorderingensaldo om te keren. In 2030 raamt de SERV een vorderingensaldo van -2,57 miljard euro ( 3,7% van de ontvangsten), weliswaar 103 miljoen euro beter dan in de Meerjarenraming maar een heel eind verwijderd van het begrotingsevenwicht.
De SERV raamt de impact van de centenindex
De SERV maakte een voorlopige, indicatieve schatting van de impact van de centenindex, een federale maatregel, op de Vlaamse begroting. De loonkosten voor het personeel van de Vlaamse overheid zullen minder snel stijgen wat leidt tot minderuitgaven. Maar omdat de volledige loonmassa in Vlaanderen ook minder stijgt, nemen de ontvangsten uit de bruto opcentiemen op de personenbelasting ook minder toe. De SERV verwacht een positieve impact op de begroting in 2027 van 92 miljoen euro en ziet die in 2030 evolueren naar 118 miljoen euro.
Overheidsschuld neemt verder toe
Het niveau van de overheidsschuld is sinds 2019, het jaar vóór de coronacrisis, verdrievoudigd. De sterke stijging is vooral het gevolg van de opeenvolgende begrotingstekorten sinds de coronacrisis en gestegen participaties en deelnemingen. De SERV verwacht dat de schuld nog verder toeneemt, waardoor het niveau van de schuld tegen 2030 naar verwachting vier keer hoger zal liggen dan in 2019. Uitgedrukt als aandeel van de ontvangsten bedraagt de schuldgraad naar schatting 91,5 %, daarmee is ook de schuldgraad meer dan verdubbeld sinds 2019. Tegen 2030 evolueert de schuldgraad vervolgens richting 107% van de ontvangsten. Of anders gesteld: de Vlaamse overheidsschuld wordt verwacht nog toe te nemen met 1,7% van het bruto regionaal product tegen het einde van de legislatuur (van 14,7% van het BRP in 2026 tot 16,4% van het BRP in 2029). De schuldgroei dreigt dus structureel te worden en niet langer een tijdelijk gevolg van uitzonderlijke crisismaatregelen. De kloof met de oorspronkelijke doelstellingen van de Vlaamse schuldnorm wordt steeds groter. Dit onderstreept het belang van een blijvende opvolging van de houdbaarheid van de Vlaamse overheidsfinanciën. Een hernieuwde reflectie over de rol en de invulling van de Vlaamse schuldnorm is aangewezen.
Investeringen blijven belangrijk
Hoewel de investeringen van de Vlaamse Regering de voorbije jaren licht toenamen, is de reële groei van de investeringen, die ook rekening houdt met de toenemende prijzen en economische activiteit, eerder beperkt en lijkt ze enigszins af te zwakken.
De SERV onderstreept nogmaals dat het versterken van investeringen en het verbeteren van het investeringsklimaat van groot belang zijn voor het stimuleren van de economische groei en het verbeteren van de overheidsfinanciën. Hierbij mag niet uit het oog worden verloren dat er vanaf 2027 geen investeringsuitgaven voor Vlaamse Veerkracht en bijhorende Europese financiering meer zullen zijn.
Samenwerkingsakkoord is stap in goede richting
Het nieuwe samenwerkingsakkoord over begrotingscoördinatie tussen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten is een goede zaak. Maar de sociale partners vragen voldoende aandacht voor de concrete toepassing hiervan. Nu is nog niet duidelijk in welke mate de gemaakte afspraken effectief afdwingbaar zijn. Deze versterkte coördinatie mag bovendien niet louter budgettair blijven en moet ook worden afgestemd op het beleid. Daarom vraagt de SERV dat de sociale partners en de regio’s volwaardiger betrokken worden gedurende de hele cyclus van het Europees Semester.
