Snel nog even antwoorden

    Digitale verbinding op het werk en thuis

    Dit onderzoek werd vóór de coronacrisis (voorjaar 2020) uitgevoerd. De resultaten houden dan ook geen rekening met de gevolgen van deze crisis.

    ‘Connectiviteit’ is de mogelijkheid om je als werknemer met het werk te verbinden buiten de gewone werkuren. Dat wordt vaak gedaan: zes op de tien werknemers zegt dat ze na de werkuren e-mails van het werk behandelen, zo blijkt uit de Werkbaarheidsmonitor. Dat vinden we veel vaker terug bij werknemers in het onderwijs, kaders of directieleden, en professionals.

    Wie vaak of altijd e-mailt na de werkuren heeft een hogere kans op problematische werkstress dan wie dat niet of sporadisch doet, en de werk-privébalans is drie tot vier keer zo vaak problematisch. Het effect van digitale verbinding is duidelijk zichtbaar, maar wel minder groot dan dat van werkdruk, uitgedrukt als ‘hoge taakeisen’. De idee dat door connectiviteit werkstress en de werkprivébalans kunnen verlicht worden zien we door de cijfers niet bevestigd.

    Toch willen veel professionals de digitale verbinding niet opgeven. Om dat contrast te verklaren wordt in veel onderzoek een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de ‘integrators’, die geneigd zijn om hun werk en privé door elkaar te laten lopen, en anderzijds de ‘segmenters’, die geneigd zijn de beide omgevingen duidelijk te scheiden. De mate waarin de onderneming of organisatie er in slaagt om voor hun werknemers aan te bieden wat ze nodig hebben volgens die voorkeur – de ‘fit’ – bepaalt in sterke mate de tevredenheid.

    Daarnaast wordt de mogelijkheid tot digitale verbinding door ondernemingen en organisaties aan hun werknemers ter beschikking gesteld zonder dat er een formeel kader van verwachtingen (voorgeschreven normen) wordt meegegeven. In de praktijk ontstaat er dan een kader van verwachtingen (beschrijvende normen) die er op neer komt om steeds meer geconnecteerd te zijn. De autonomie die men kreeg om de werkdruk te spreiden en de werk-privébalans te verbeteren wordt daardoor opgeheven – de autonomie paradox – en de werkdruk en werk-privébalans komen nog meer onder druk.

    Om die paradox en ongewenste effecten tegen te gaan zijn allerlei maatregelen mogelijk. Die komen er altijd op neer dat de verwachtingen omtrent verbinding duidelijk worden gemaakt zodat de spontaan gegroeide normen worden gecounterd, en dat er gemonitord wordt bij de werknemers in welke mate er zich een probleem zou voordoen. Op basis van een aantal voorbeelden van maatregelen in Vlaamse (en buitenlandse) bedrijven zien we dat er een breed palet aan maatregelen getroffen wordt. De verwachtingen over wanneer werknemers hun e-mails lezen en hoe snel er reactie verwacht wordt worden duidelijk gemaakt, en in sommige gevallen wordt het versturen van e-mails buiten die tijd onmogelijk gemaakt. Opvallend is dat regelmatig alternatieve kanalen opduiken om beperkingen te omzeilen, zoals het gebruik van informele WhatsApp-groepen.