Maatregelen en hun broeikasgasreductiepotentieel ten behoeve van de definitieve actualisatie van
het Vlaams Energie- en Klimaatplan.
In de adviesvraag van 5 februari vroeg u de SERV om bijkomende maatregelen voor de realisatie van de doelstellingen van het VEKP 2021-2030.
In het bijgevoegd advies herhaalt de SERV dat een versterkte elektrificatie in transport, gebouwen en industrie de belangrijkste maatregel is en blijft om snel broeikasgasemissies te reduceren én vooral ook om Vlaanderen minder afhankelijk te maken van ingevoerde fossiele energie. Daarnaast blijft een volgehouden inzet op energie-efficiëntie van belang.
Meer nog dan de klimaatdoelen, vraagt de huidige geopolitieke en economische situatie een ongeziene mobilisering om door te pakken met defossilisering en een sterk verhoogde aandacht voor de zekerheid en betaalbaarheid van de energievoorziening. Dat betekent een steviger uitgewerkt energieluik in het VEKP. Daarbij moeten de netten sneller en kostenefficiënter klaar gemaakt worden voor de versnelde elektrificatie en moet hiervoor ook de lokale elektriciteitsproductiecapaciteit, en zeker die voor onshore windenergie flink uitgebreid worden.
Om de elektrificatie in de diverse sectoren te versnellen, zijn er niet per sé nieuwe klimaatbeleidsinstrumenten nodig; er kan bijzonder veel bereikt worden door te schuiven met de modaliteiten van bestaande instrumenten. Cruciaal daarin is een duidelijke, ruimtelijk gedifferentieerde defossiliseringsagenda en warmtezoneringsplannen, een gegarandeerd gezonde prijsverhouding, een aangepaste financieringsstrategie, een geherformuleerde labelomschrijving en een verbrede aanpak voor collectieve projecten.
Verder vraagt de SERV om het VEKP te herschrijven naar een harmonieuzer no-regret plan, dat Vlaanderen beter maakt ongeacht de precieze klimaatbeleidsdoelen. Zo moet het VEKP een industrieel verhaal schrijven en actief opportuniteiten creëren voor lokale industriële en economische ontwikkeling. Daarnaast zijn ook belangrijke synergieën mogelijk met het woon-, mobiliteits-, gezondheids- en adaptatiebeleid.
Tot slot wijst de SERV erop dat Vlaanderen zich met een strategie én een budget voor flexibiliteitsmechanismen moet voorbereiden op scenario’s waarin de klimaatdoelen voor 2030 niet op een kostenefficiënte, maatschappelijk gedragen wijze intern kan realiseren.
