Voorontwerp besluit van de Vlaamse Regering betreffende de handhaving van het integraal handelsvestigingsbeleid.
De SERV kan akkoord gaan met de meeste bepalingen van het voorontwerp. Wel formuleren de sociale partners volgende bemerkingen en suggesties:
De rechtsgrond voor sommige bepalingen van het voorontwerp van besluit is vervat in het nog door het Vlaams Parlement goed te keuren “decreet tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 en het decreet van 26 april 2024 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 26 april 2024”. Dat betekent dat de goedkeuring van dit besluit daarop zal moeten wachten.
Het voorontwerp lijkt bepalingen te bevatten die niet in overeenstemming zijn met het once only principe en/of uitgewerkt kunnen worden met minder administratieve lasten door bv. meer digitale oplossingen toe te laten. De SERV vraagt dan het voorontwerp hierop wordt nagekeken, in lijn met de doelstellingen van de Vlaamse Regering terzake in het project ‘Regelrecht’.
Hoofdstuk 4 van het voorontwerp bevat diverse bepalingen rond herstel. De SERV vraagt (om te motiveren) waarom niet werd gekozen voor (een figuur zoals) de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering (cf. VCRO) omdat dit zorgt voor meer waarborgen voor rechtsbescherming tegen bestuurlijk optreden.
Tot slot stelt de SERV vast dat het voorontwerp uitgaat van een stilzwijgende weigering wanneer de minister geen tijdige beslissing neemt over het administratief beroep. De voorgesteld regeling is vergelijkbaar met de van artikel 66, §3, tweede lid Omgevingsvergunningsdecreet. De SERV benadrukt dat mag worden verwacht dat beroepen daadwerkelijk worden behandeld en stilzwijgende weigeringen worden vermeden.