Van pionierswerk tot blijvende impact: 40 jaar carrière bij de SERV|Stichting Innovatie & Arbeid
Werkbaar werk is vandaag een belangrijk onderwerp binnen het sociaal overleg. Toen Ria Bourdeaud’hui en Stephan Vanderhaeghe veertig jaar geleden hun carrière begonnen bij de SERV|Stichting Innovatie & Arbeid, was werkbaar werk nog onontgonnen terrein. De twee collega’s die mee aan de wieg stonden van dit begrip, trekken eind deze maand de deur van de Stichting (de onderzoekscel van de SERV) voor een laatste keer achter zich dicht. Ze vertellen over hun parcours bij de SERV, het ontstaan van ‘werkbaar werk’ en hun blik op de toekomst .
“De stap naar onderzoek was voor mij een logische keuze”, vertelt Stephan. “Ik studeerde sociologie en onderzoek was een manier om kennis in de praktijk te brengen. In 1986 solliciteerde ik bij de Stichting Innovatie & Arbeid (toen nog Stichting Technologie Vlaanderen) en nu zijn we 40 jaar verder.” Ria begon haar carrière aan de universiteit als onderzoeker onderwijs-arbeidsmarkt. “De combinatie van theorie en praktijk sprak mij daarin aan, maar ik wilde niet in de academische omgeving blijven. Ik wilde meer voeling met het werkveld en het bedrijfsleven. Zo ben ik bij de Stichting Innovatie & Arbeid terechtgekomen. Eerst voor een periode van 6 maanden maar dat draaide uit op een carrière van 40 jaar.”
Het begin van werkbaar werk
Toen Ria en Stephan aan de slag gingen bij de Stichting was de term ‘werkbaar werk’ nog onbekend. Niemand sprak erover en niemand deed er onderzoek naar. “In 2000 kreeg dit concept pas echt vorm”, vertelt Stephan. “We bedachten de term samen met de sociale partners in de SERV ter voorbereiding van de werkbaarheidsmonitor, het langlopende onderzoek naar werkbaar werk van de Stichting Innovatie & Arbeid.”
“Het idee leefde al langer binnen het sociaal overleg: als mensen langer moeten werken, moet de kwaliteit van het werk ook verbeteren. De sociale partners definieerden wat werk werkbaar maakt en sindsdien organiseren we de Vlaamse en later ook sectorale werkbaarheidsmetingen”, vult Ria aan.

Sterke impact
Sinds de ontwikkeling is het thema werkbaar werk een vast onderdeel geworden van het sociaal overleg, maar het gaat veel verder dan dat. “Mensen kunnen zich nu iets voorstellen bij de term en niet alleen de sociale partners zien het belang ervan in. Ook binnen de Vlaamse ondernemingen en de Vlaamse Regering zien we een verschil. Er worden actieplannen en business cases opgesteld, er worden parlementaire vragen over gesteld ... Het bewijst dat de monitoring nodig is en geapprecieerd wordt”, zegt Ria. Tijdens de coronapandemie kwam thuiswerk meer naar voren als beïnvloedende factor van werkbaar werk, maar ook digitalisering, internationalisering, de economische situatie en arbeidsmarktkrapte hebben een sterke invloed op werkbaar werk. Hoe moeilijker het is om werknemers te vinden, hoe meer bedrijven proberen in te zetten op werkbaar werk. Toch blijft het vaak moeilijk om de theorie uit de metingen ook in praktijk om te zetten. Niet alleen de vakbonden en werkgevers besteden nu meer aandacht aan werkbaar werk, ook bij werknemers en burgers is het begrip en belang van werkbaar werk de afgelopen jaren toegenomen. De Stichting (Innovatie & Arbeid) heeft sterk ingezet op die bekendmaking door een website rond werkbaar werk op te maken en verschillende campagnes te organiseren.
Blijvende zoektocht naar balans
Kunnen we dan concluderen dat het werk vandaag werkbaarder is dan 40 jaar geleden? Volgens Ria en Stephan is het een constante zoektocht naar evenwicht. “Sommige zaken zoals leer-en opleidingskansen verbeterden zeer duidelijk”, aldus Stefan. “Op andere domeinen zien we eerder een constante trend, terwijl werkdruk en -stress toenemen. Dat heeft ook te maken met structurele veranderingen in de arbeidsmarkt ”, vertelt Ria.
Geen einde maar begin
“40 jaar lang onderzoek doen naar werkbaar werk heeft natuurlijk ook een effect op je eigen manier van werken”, zegt Ria. “Ik ben veel alerter voor werkdruk en werkstress bij mezelf maar ook bij andere mensen om mij heen. Je leert hoe belangrijk het is om je grenzen te bewaken en een goede balans te vinden.”
“Het belang van flexibiliteit en een goede werk-privébalans waren voor mij belangrijke inzichten”, vertelt Stephan. “Dat draagt zeker bij aan een lange en gelukkige carrière.” Die professionele carrière loopt nu ten einde, maar dat betekent niet dat de twee onderzoekers veel stil zullen zitten. “Vrijwilligerswerk lijkt me een fijne nieuwe uitdaging”, vertelt Stephan.
“Ik wil vooral meer tijd nemen voor mensen, reizen, ruimte maken voor kleine dingen zoals koken, tuinieren, naaien en natuurlijk veel tijd met mijn kleinkinderen spenderen”, glundert Ria. “Ik wil de term ‘moeten’ zoveel mogelijk uit mijn leven schrappen” (lacht).
Aan onderzoekers die nu aan het begin van hun carrière staan geven Ria en Stephan nog één gouden tip mee: maak tijd voor overleg, zoek contact met mensen uit het werkveld, andere onderzoekers, beleidsmakers … en luister goed naar elkaar, zo ontstaan er altijd mooie dingen!
