Je bent hier

Nieuwe rapporten werkbaar werk in industriële sectoren en bouw

De kwaliteit van de jobs van Vlaamse werknemers gaat erop vooruit. Dat bleek eind 2023 bij de bekendmaking van de algemene werkbaarheidscijfers van de SERV|Stichting Innovatie & Arbeid. Die vooruitgang ten opzichte van 2019 zien we vooral in de secundaire sector (bouw en industrie), ook al blijft er nog ruimte voor verbetering.  Wanneer we kijken naar de werkbaarheidsrisico’s in de job, zien we een verbetering voor de taakeisen, meer autonomie en afwisseling in de job, gecombineerd met betere ondersteuning. In vier nieuwe publicaties zoomen de onderzoekers specifiek in op de resultaten van 20 jaar werkbaarheidsmeting in drie industriële sectoren (voeding, chemie, metaal) en de bouwsector. Voor alle details over de evoluties (recent en sinds de start van de meting) en de resterende knelpunten, verwijzen we naar de aparte publicaties.

Toename werkbaar werk in de bouw en industrie

In de periode 2019-2023 nam het aandeel jobs zonder werkbaarheidsknelpunten toe (van 49,6% naar 51,8%). Die verbetering ten opzichte van 2019 zien we vooral in de secundaire sector. Daar waar in 2019 nog 49,6% van de werknemers in de secundaire sector een job had zonder werkbaarheidsknelpunten, zien we dat in 2023 meer dan de helft (55,2%) in deze sector een job heeft zonder werkbaarheidsknelpunten. Dit betekent een significante vooruitgang, ook al blijft er nog ruimte voor verbetering.
Als we inzoomen op de vier sectoren (voeding, chemie, metaal en de bouwsector) dan zien we dat vooral binnen de voedingssector het aandeel jobs zonder werkbaarheidsknelpunten stijgt (van 43,6% naar 52,4%). In de chemiesector vinden we dan weer de meeste jobs zonder werkbaarheidsknelpunten (stijging van 52,9% naar 60,1%). Binnen de bouw- en metaalsector gaan deze cijfers ook lichtjes vooruit.

Steeds minder werkbaarheidsknelpunten

Om te kunnen spreken van een werkbare job moeten vier voorwaarden vervuld worden: weinig werkstress, motiverend werk, genoeg kansen om bij te leren en een goede werk-privébalans. Het valt op dat de secundaire sector op deze vier aspecten van werkbaar werk vooruitgang boekt. Zowel bij de leerkansen, werkstress als motivatie zien we een significante verbetering. Ook de chemie-, metaal- en voedingssector scoren op zich beter in 2023 op de verschillende werkbaarheidsknelpunten; omwille van de steekproefgrootte kunnen we deze resultaten niet significant noemen. Er blijven ook nog duidelijk knelpunten die we in de aparte publicaties verder uitdiepen. Vooral in de chemische sector valt het relatief lage aandeel werknemers met werkstressklachten (27,3%) en burn-outsymptomen (10%) op. De chemische sector doet het op dat vlak opvallend beter dan de rest van de Vlaamse arbeidsmarkt.

Risico’s op de werkvloer beperken

Door werkbaarheidsrisico’s op de werkvloer tijdig aan te pakken worden meer werkbare jobs gecreëerd. Bij de werkbaarheidsmeting bekijken we zes risico’s van dichterbij. Enerzijds risico’s verbonden aan taakeisen (werkdruk, emotionele en fysieke belasting) anderzijds de risico’s door gebrek aan hulpbronnen in de job (afwisseling in het werk, autonomie en ondersteuning van de directe leidinggevende).

  1. Stel minder hoge taakeisen (werkdruk, fysieke en emotionele belasting)
    De werkdruk en fysieke belasting nemen af, ook binnen de secundaire sector. Voor de metaal- en voedingssector gaat het over een significante daling van het aandeel werknemers met hoge werkdruk. Voor de chemiesector zien we een significante daling voor fysieke belasting.
    Verlaging van de taakeisen heeft het grootste effect op werkstress en de werk-privébalans.
  2. Bied meer hulpbronnen aan: autonomie, taakvariatie en ondersteuning door de leidinggevende
    Het gaat de goede kant op met de hulpbronnen die de werkgever ter beschikking heeft om werk meer werkbaar te maken, ook in de secundaire sector. We zien een positieve evolutie voor taakvariatie, autonomie en ondersteuning vanuit de directe leiding. Sinds 2019 zien we in de metaalsector een significante vooruitgang voor taakvariatie en autonomie. In de voedingssector is er een forse daling van het aandeel werknemers dat onvoldoende door de leidinggevende ondersteund wordt. Voor de chemiesector is er vooral een opvallende vooruitgang op vlak van autonomie. De bouwsector zette ook stappen vooruit op vlak van meer autonomie voor werknemers maar dan vooral tussen 2016 en 2019, wat zich stabiliseerde in 2023. 
    Meer taakvariatie en autonomie zorgen vooral voor een toename van de motivatie en de leermogelijkheden van werknemers. Een betere ondersteuning van de leidinggevende heeft een afname van de werkstress en verbetering van de werk-privébalans tot gevolg.