De SERV is gematigd positief over de eenmalige injectie van 11,5mln. euro voor de graduaatsopleidingen. Deze komt tegemoet aan de dringende nood aan extra financiering voor de hogescholen. Toch is dat niet voldoende,  gezien de fors stijgende inschrijvingscijfers in de graduaten en het ontbreken van een adequate basisfinanciering.

De middelen komen daarnaast van een besparing in de 7de jaren, door lagere inschrijvingscijfers. De SERV pleit net voor een strategisch behoud en een versterking van de 7de jaren. Ze zorgen voor extra beroepsgerichte kwalificaties, meer maturiteit voor leerlingen en voor een extra arbeidsmarktgericht aanbod.

Andere besparingen in het secundair onderwijs, zoals schrappen in de globale puntenenveloppe, moeten voor de SERV enerzijds de beroepsgerichte en technische scholen en anderzijds de studierichtingen in de arbeidsmarkt- en dubbele finaliteit die al onder druk staan, ontzien.

De SERV vraagt om bij de nieuwe subsidiemaatregel voor taalversterkende initiatieven goed af te wegen waar en wanneer een subsidie, met een looptijd tot vier jaar, voor organisaties buiten het onderwijs een meerwaarde is. En of het een efficiëntiewinst heeft t.o.v. de inzet van de middelen in het onderwijs zelf.

Bij de besteding van de extra middelen voor de aankoop van didactisch materiaal in het basisonderwijs, vraagt de SERV om de verschillende lokale spelers en kmo’s te betrekken.

De SERV staat tenslotte positief tegenover de maatregel rond taalondersteuning voor startende studenten in het hoger met een andere thuistaal dan het Nederlands. Het is een goede manier om de slaagkansen te verhogen. Deze maatregel staat volgens de SERV wel in contrast met andere recente maatregelen die de drempel om deel te nemen en te slagen in het hoger onderwijs aanzienlijk verhogen bv. de beslissingen rond de studiebeurzen.