Om de lokale regie van de Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) te doen slagen, is er nood aan sterke en blijvende garanties op Vlaams niveau. De Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV), het Vlaams overlegorgaan van werkgeversorganisaties en vakbonden, vraagt om bij de uitrol van het BOA-decreet duidelijke waarborgen te verankeren op Vlaams niveau over o.a. het aanbod, de kwaliteit en het toezicht. De Vlaamse sociale partners in de SERV blijven zich zorgen maken over de verschillende rollen die nu samenvallen bij de lokale besturen (regie, erkenning, toezicht en handhaving). De lokale besturen moeten daarin ondersteunend worden om het risico op belangenconflicten te beperken.



> Frank Beckx, voorzitter SERV: “Met het decreet legt de Vlaamse overheid de volledige autonomie over Buitenschoolse Opvang en Activiteiten bij de lokale besturen. De Vlaamse vakbonden en werkgeversorganisaties maken zich daar zorgen over. Die aanpak kan voordelen bieden, maar enkel als Vlaanderen hier een sterke waarborgende rol opneemt. Dat is voor de sociale partners de enige manier om ervoor te zorgen dat het nieuwe BOA-beleid een succes wordt.”

Het BOA-beleid wordt uitgerold op het terrein. De SERV speelt hierop in met een nieuw advies dat verder bouwt op eerdere adviezen rond BOA. De steden en gemeenten nemen de buitenschoolse opvang en activiteiten volledig in handen. Een 50-tal startte al op 1 januari 2026, de rest volgt ten laatste op 1 september 2026. De nieuwe aanpak met lokale regie biedt voordelen, maar alleen als het centrale beleidsniveau een stevige waarborgende functie opneemt. De SERV lanceert in dit advies voorstellen voor extra handvaten van de Vlaamse overheid richting de lokale besturen.

#### Kwaliteit voor ieder kind

Voldoende kwalitatieve en toegankelijke plaatsen voor alle kinderen zijn volgens de SERV een absolute prioriteit. Maximaal inzetten op het verlagen van drempels voor toegang tot BOA is daarbij een eerste stap. Er moet ook voldoende aanbod zijn voor kinderen met specifieke zorgnoden en voor kwetsbare gezinnen. De Vlaamse overheid helpt de lokale besturen hiermee door op verschillende beleidsdomeinen zoals (onderwijs, welzijn, sport, cultuur, jeugdwerk …) samen te werken aan BOA. De krachten bundelen met organisaties als VDAB, OCMW, CAW …  die met de ouders in contact komen, kan zorgen voor een betere toeleiding naar BOA. Voldoende financiering, duidelijke regelgeving en kwaliteitsvereisten kunnen hierbij niet ontbreken.

#### Sterk aanbod vraagt om geschikte mensen

Om betrouwbare en kwalitatieve buitenschoolse opvang en activiteiten te organiseren is er nood aan goed opgeleide werkkrachten. Voor de Vlaamse vakbonden en werkgeversorganisaties is het belangrijk dat BOA een aantrekkelijke sector is om in te ondernemen en te werken. De juiste mensen moeten op de juiste plaats belanden met voldoende toegang tot opleiding om hun expertise verder op en uit te bouwen. Dit versterkt de veiligheid en kwaliteit in de opvang. Duidelijke centrale richtlijnen zorgen voor transparantie voor de organisatoren en de lokale besturen, vergemakkelijken samenwerking en garanderen een gelijk speelveld. VVSG speelt hierbij zeker een rol, maar ook het nieuwe ‘Kennis- en innovatiecentrum voor het jonge kind’ is van belang. Het kenniscentrum wordt dan een Single Point of Contact voor de organisatoren en lokale besturen voor informatie en methodieken rond toegankelijke opvang van kinderen.

#### Snel schakelen bij problemen

Hoewel het doel altijd hoge kwaliteit en een toegankelijk aanbod is, moet er ook snel en correct gereageerd worden wanneer het toch fout loopt. Een laagdrempelige klachtenprocedure op lokaal niveau is daarvoor noodzakelijk. Met een centraal klachten- en handhavingsprotocol moet Vlaanderen de verantwoordelijkheden afbakenen en uittekenen hoe er snel ingegrepen wordt als het lokaal fout loopt. Zowel de zorginspectie als het Agentschap Opgroeien moeten hierbij betrokken worden.

#### Vinger aan de pols

Goede monitoring brengt inzicht in de lokale verschillen en accenten en meet de behoeftes en voorkeuren van ouders. De SERV benadrukt dat de centrale monitoring verder moet gaan dan enkel financiële rapportering en het aantal gerealiseerde plaatsen. Het moet ook de toegankelijkheid, kwaliteit, prijsbeleid, gebruik, aanbod en impact op (kwetsbare) gezinnen in beeld brengen. Door een slim ontwerp van de monitoring blijft de administratieve werklast voor de lokale besturen beperkt. Een doordachte combinatie van lokale autonomie en sterke Vlaamse waarborgen draagt bij aan een inclusief en toekomstgericht BOA-beleid waarop alle kinderen, gezinnen en organisatoren kunnen vertrouwen.