Vlaanderen moet werk maken van een vernieuwd Europees en Vlaams staatssteunbeleid. Dat is de kernboodschap van een nieuw advies van de Vlaamse sociale partners binnen de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (SERV) aan de Vlaamse Regering. Volgens de SERV kan Vlaanderen dat realiseren door enerzijds een actieve rol op te nemen bij de uitwerking van het Europees beleid en zijn belangen proactief te verdedigen, en anderzijds door binnen de eigen grenzen meer strategisch en doordacht gebruik te maken van de beschikbare middelen.

#### Vlaanderen als architect van een intelligenter Europees staatssteunbeleid 

Een eerste opgave is actieve beïnvloeding van het Europese staatssteunbeleid. De Vlaamse regering moet het gelijk speelveld blijven verdedigen en blijven wijzen op de risico’s van fragmentatie. Want de verstoring van het level playing field is vandaag geen louter potentieel risico meer. Het manifesteert zich concreet in verschuivende investeringsbeslissingen en concurrentienadelen voor ondernemingen in kleinere en budgettair minder krachtige regio’s zoals Vlaanderen.

Maar daarnaast moet Vlaanderen mee architect worden van een intelligenter Europees staatssteunbeleid, en pleiten voor betere Europese coördinatie, voor de inzet van Europese, centraal georganiseerde instrumenten en fondsen, en voor een meer strategische invulling van staatssteun.

#### Ook maatregelen nodig op Vlaams niveau 

Binnen de eigen grenzen moet Vlaanderen ook aan de slag. Een versterking van de ambtelijke organisatie en de gespecialiseerde expertise in Vlaanderen over staatssteun – binnen een intensere Belgische samenwerking – is nodig om te kunnen wegen op Europa en ook in eigen regio te zorgen voor een meer strategische aanpak en een betere benutting van de mogelijkheden van o.a. de AGVV en DAEB-steunkaders. Dit is geen pleidooi voor meer Vlaamse staatssteun maar voor een verstandig en strategischer gebruik van de bestaande marges en mogelijkheden.

Deze dubbele strategie is volgens de SERV noodzakelijk om te vermijden dat Vlaanderen structureel in het nadeel komt tegenover andere regio’s en kansen voor investeringen, innovatie en maatschappelijke dienstverlening misloopt.