De Vlaamse Regering mikte bij het begin van de legislatuur op een begrotingsevenwicht vanaf 2027. De Vlaamse werkgevers en vakbonden verenigd in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) wijzen erop dat dit doel bij ongewijzigd beleid moeilijk haalbaar wordt. Volgens berekeningen van de SERV zal het Vlaamse begrotingstekort (exclusief de uitgaven voor Oosterweel en Vlaamse Veerkracht) in 2027 735 miljoen euro bedragen. Tegen 2029 loopt het tekort zelfs op tot 1,65 miljard euro. Ook de geconsolideerde schuld neemt verder toe en dreigt in 2029 aan te groeien tot meer dan 100% van de inkomsten.



> Stijn Gryp, voorzitter SERV: “Wereldwijd neemt de economische groei af. Dat voelen we ook in Vlaanderen. Het consumentenvertrouwen en het vertrouwen van ondernemingen verzwakt, investeringen worden uitgesteld en de ontvangsten voor de overheid zullen trager groeien. Ondanks deze moeilijkheden moet de Vlaamse Regering er alles aan doen om voldoende beleidsruimte te garanderen.”

#### Wereldwijde turbulenties

Steeds meer handelsbarrières en de toenemende economische onzekerheid slaan een deuk in het vertrouwen van ondernemingen en consumenten. De OESO verwacht dat de wereldwijde economische groei van 3,3% in 2024 wordt bijgesteld naar 2,9% in 2025 en 2026. Ook Vlaanderen ontsnapt niet aan de gevolgen van de dalende economische groei en de verminderde internationale handel. De overheidsontvangsten zullen net als het inkomen van ondernemingen en burgers én de werkgelegenheid trager groeien dan eerder geraamd.

#### Inflatie, federale beslissingen en jobbonus spelen begroting parten

In 2025 bedraagt het geraamde tekort op de begroting 3,52 miljard euro (zonder uitgaven voor Oosterweel en Vlaamse Veerkracht). Kijken we naar de volgende begrotingsjaren dan evolueert het tekort bij ongewijzigd beleid van 753 miljoen euro in 2027 tot 1,65 miljard euro in 2029. Een begrotingsevenwicht is op dit ogenblik helemaal niet in zicht.

De verslechtering langs ontvangstenzijde is vooral aan de inflatie en de lagere economische groei toe te schrijven. Tegen 2029 stelt de SERV de Vlaamse ontvangsten via de Bijzondere Financieringswet (- 169,1 mln euro), de gewestbelastingen (- 126,2 mln euro) en de bruto opcentiemen (- 162,7 mln) naar beneden bij ten opzichte van de laatste meerjarenraming.

Daarnaast bevat het federaal regeerakkoord een aantal ingrepen in de personenbelasting die impact hebben op Vlaanderen. De impact blijft bescheiden tussen 2025 en 2028 maar loopt in 2029 op tot 610,7 miljoen euro minder ontvangsten via de bruto opcentiemen.

Langs uitgavenzijde raamt de SERV voor 2026 en 2027 hogere bedragen dan in de meerjarenraming 2024-2029. De jaren daarna raamt de SERV beperkte minderuitgaven. Dit komt door de lagere inflatievooruitzichten en de aanpassing van het indexmechanisme van de ambtenaren en leerkrachten. Maar ook de tijdelijke verderzetting van de jobbonus en toenemende rente-uitgaven leiden tot hogere uitgaven.

Door de jobbonus te schrappen na 2025 hoopte de Vlaamse Regering op een besparing vanaf 2026. Ze rekende hiervoor op de federale belastinghervorming met een verhoging van de belastingvrije som en de uitbreiding van de federale werkbonus. Maar die hervorming komt pas op kruissnelheid in 2029. Daarom besliste de Vlaamse Regering in het voorjaar van 2025 om de jobbonus voorlopig te behouden. De SERV gaat er in zijn raming van uit dat de jobbonus wegvalt na het begrotingsjaar 2027. Dat betekent meeruitgaven in 2026 en 2027 van respectievelijk 242 miljoen euro en 236 miljoen euro.

#### Vlaamse schuld stijgt tot boven 100% in 2029

De Vlaamse geconsolideerde schuld groeit in 2025 aan tot 84,6% van de lopende ontvangsten. Dat is ver boven de schuldnorm van 65%. De belangrijkste oorzaken zijn het geraamde vorderingentekort (4,3 miljard euro), de participatie van PMV in Brussels Airport Company (2,78 miljard euro) en de netto-financiering van de sociale woningbouw (2,23 miljard euro).

De SERV ziet de geconsolideerde schuld stijgen tot 70,21 miljard euro in 2029, of 105,1% van de ESR-ontvangsten. De schuldnorm zal deze legislatuur dus op geen enkel moment gehaald worden. De SERV vraagt de schuldevolutie verder van nabij op te volgen. Dat is ook belangrijk voor de Europese begrotingsopvolging.