## Analyse op basis van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2016-2023





Vier op de tien Vlaamse werknemers doet minstens sporadisch aan telewerken, zes op de tien doet dat nooit. De mate van connectiviteit is licht toegenomen. Zowel telewerken als connectiviteit hebben slechts beperkte effecten op de werkbaarheid, dat is niet veranderd in vergelijking met de periode voor de coronapandemie. Dit blijkt uit een analyse op basis van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor die de kwaliteit van het werk van de Vlaamse werknemers in kaart brengt.

In Vlaanderen doet 37.7% van de werknemers in 2023 minstens sporadisch aan telewerken. Dit is een toename van 20 procentpunten ten opzichte van 2016. Telewerken komt veel vaker voor bij hoger geschoolden, professionals en (midden-)kader, al hebben de uitvoerende bedienden een grote inhaalbeweging gemaakt. De helft van alle werknemers is in 2023 structureel bereikbaar. Dat wil zeggen dat ze vaak of altijd na de werkuren e-mails behandelen en/of telefonisch bereikbaar zijn. Vooral het behandelen van e-mails na de werkuren komt veel vaker voor bij hoger geschoolden, professionals, (midden-)kader, en bij wie langer dan twee uur pendelt.

De samenhang tussen connectiviteit/telewerken en werkbaar werk is eerder neutraal of negatief. We vinden enkel een positieve samenhang bij werknemers die structureel bereikbaar zijn: Structurele bereikbaarheid gaat samen met minder motivatieproblemen. Voor werkstressklachten en problemen in de werk-privécombinatie zijn taakeisen, en vooral dan de hoge werkdruk, de meest dominante factor. Voor motivatieproblemen is deze rol weggelegd voor routinematig werk en onvoldoende ondersteuning door de direct leidinggevende.

![](/sites/default/files/media/webthemas/werkbaar_werk/Telewerk-deconnectie.png)