Themadossier IOA 2011 - Flexibiliteit

    De instrumenten worden gegroepeerd volgens de aard van de flexibiliteit. Er is de temporele flexibiliteit, waarbij de inzet van arbeid wisselt volgens tijdstip. Het aantal werknemers blijft wel gelijk, alleen het moment waarop men werkt is anders dan de klassieke werkdag van negen tot vijf. Een tweede belangrijke groep zijn de instrumenten van contractuele flexibiliteit: het aantal werknemers varieert binnen de onderneming of organisatie op basis van kortlopende arbeidscontracten of door arbeidscontracten tijdelijk op te schorten. Tenslotte is er ook de functionele flexibiliteit, waarbij de inzet van arbeid kan variëren door werknemers te laten wisselen tussen taken of functies.

    De instrumenten die hier voorgesteld worden kunnen ook voor andere motieven ingezet worden dan louter voor het aanpassen van de inzet van arbeid aan de noden van de productie of dienstverlening. Ongetwijfeld zijn er ook nog andere manieren om de inzet van arbeid te laten variëren die niet in eerste instantie als flexibiliteitsinstrument worden herkend, zoals bijvoorbeeld teamwerk, uitbesteding of het kiezen van opleidingsmomenten. In dit dossier beperken we ons tot de instrumenten waarvan algemeen aangenomen wordt dat ze in eerste instantie of voornamelijk toegepast worden om aan de flexibiliteitsnoden te voldoen.