Innovatiestructuren in Vlaanderen

    Project status
    Afgerond

    Dit onderzoek spitst zich toe op Vlaamse innovatiestructuren die als missie/strategie hebben om innovatie meer ingang te doen vinden bij een bredere laag van ondernemingen.

    In de brede zin gaat het om initiatieven die op zijn minst deels gefinancierd worden door het innovatiebudget van de Vlaamse Regering. Het onderzoeksdomein is verder afgebakend als de structuren die voorkomen in de setting van het decreet betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid.

    De kernlijst van innovatieve structuren, waarvan de meeste vooral gericht onderzoek uitvoeren of ondersteunen, bestaat uit:

    1. Strategische OnderzoeksCentra, SOC’s.
    2. Lichte Structuren (deels vroegere excellentie- en competentiecentra).
    3. Technology Transfer Offices, TTO’s (enkel de interfacemiddelen en Industriële OnderzoeksFondsen).
    4. Provinciale Innovatie Centra.
    5. Flanders District of Creativity, Flanders DC.

    Deze (kern van) Vlaamse innovatiestructuren worden opgevolgd en geëvalueerd door het IWT (Lichte Structuren, Provinciale Innovatiecentra) en door het departement EWI (SOC’s, TTO’s, Flanders DC).

    Dit is het vierde onderzoek van de Stichting over het thema Vlaams innovatiebeleid.

    De SERV bracht over hetzelfde thema op 30 maart 2015 het advies stroomlijning innovatiestructuren uit.

    Wat onderzoeken we?

    In dit onderzoek is gekozen voor een beschrijvende, kwalitatieve onderzoeksmethodiek. De bijdrage van dit onderzoek bestaat uit het inzichtelijk maken en vergelijken van de doelstellingen en realisaties op vlak van netwerking, samenwerking en ondersteunen van het ondernemerschap. Om de interactiviteit in het landschap van de onderzochte innovatiestructuren te beschrijven, wordt ook de synergie en complementariteit aangegeven en worden de structuren in de mate van het mogelijke geplaatst binnen de innovatieclusters van Horizon 2020, het nieuwe kaderprogramma voor onderzoeksfinanciering van de Europese Unie.

    Werkwijze

    Het onderzoek verliep gefaseerd. In een eerste fase is het terrein verkend en de vraagstelling verfijnd . Het verzamelen van de relevante gegevens gebeurde in de tweede fase en is hoofdzakelijk gebaseerd op secundaire bronnen. Hierbij is dankbaar gebruik gemaakt van de informatie die ons door het IWT en het departement EWI ter beschikking gesteld is, alsook van informatie die rechtstreeks door de innovatiestructuren werd bezorgd.

    Timing

    De eerste fase (een brede verkenning) werd opgestart in 2013. De tweede fases, het in kaart brengen van de ‘kern’ van innovatiestructuren, verliep van januari tot augustus 2014. Het informatiedossier is daarom een momentopname van de Vlaamse innovatiestructuren in 2014.

    Resultaten

    De vijf besproken innovatiestructuren maken deel uit van het breder Wetenschaps-, Technologie en Innovatie landschap, het WTI-systeem met ook de klassieke onderzoeks- en valorisatie(innovatie)initiatieven aan universiteiten, de collectieve en sectorale centra, enz. Daarnaast ondersteunt de Vlaamse overheid innovatie in bedrijven ook op projectmatige basis.

    De vijf betrokken innovatiestructuren omvatten de diverse activiteiten die een overheid kan nemen om innovatie in bedrijven te stimuleren, met name ondersteuning voor netwerking, samenwerking en ondernemerschap. Deze ondersteunende maatregelen liggen in het verlengde van wat klassieke onderzoeksinstellingen doen en wat bijvoorbeeld het Agentschap Ondernemen aan steun voor niet-technologische innovatie van het ondernemerschap organiseert.

    De doelstellingen maar ook de realisaties bevestigen dat er een grote diversiteit aan organisaties en werking bestaat. Enkele innovatiestructuren zijn gespecialiseerd in netwerking, zoals Flanders DC en enkele Lichte Structuren, maar zowat alle innovatiestructuren investeren in een contactennetwerk. De ondersteuning van het ondernemerschap is de expliciete opdracht van de Provinciale Innovatiecentra en voor de TTO’s betekent dit de toeleiding naar en deskundige (juridisch, inhoudelijk, enz.) ondersteuning van samenwerkingsverbanden in onderzoek en ontwikkeling (valorisatie van onderzoek aan de universiteiten en hogescholen). Ook de SOC’s nemen deze taken mee, maar zijn meer primair gericht op samenwerking in onderzoek.

    Om de innovatiestructuren te situeren binnen de innovatieclusters is de indeling van Horizon 2020 gehanteerd. De innovatiestructuren zijn waar mogelijk toebedeeld aan één domein of procentgewijs verdeeld over de zeven thema’s. De indeling is gebeurd op basis van een (zeer) ruwe indicatie van de activiteiten op het vlak van financieel aandeel binnen de werking, inzet van mensen, aantal projecten, enz. De indeling is dus een inschatting gemaakt op een bepaald moment en aan de hand van de gegevens die beschikbaar waren. Onderzoeksdomeinen evolueren ook voortdurend mee met de maatschappelijke en economische behoeften.

    Tabel: clusters Horizon 2020 – Innovatiestructuren Vlaanderen

    Clusters

    Inschatting op basis   van grootste % van de activiteiten

    Niet clusterspecifiek

    1. Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn (health)

     

     

     

     

     

     

    Provinciale innovatiecentra

    Flanders DC

    TTO’s

    Flanders Inshape

    iMinds

    imec

    Mix

     

    2. Voedselveiligheid, duurzame land- en bosbouw, onderzoek maritiem   en ander water, bioeconomie.

    VIB

    Flanders’ FOOD

    3. Veilige schone en efficiënte energie (energy)

     

    4. Slimme, groene en geïntegreerde transportsystemen

    Flanders’ DRIVE

    VIL

    VIM

    5. Klimaatacties, milieu, grondstoffen, bronnen,   basismaterialen,  efficiëntie    (manufactoring)

    VITO

    FISCH

    SIM Flanders

    MIP

    6. Inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen (smart cities)  

    Sociale   innovatiefabriek

    Flanders Synergy

    7. Veiligheid en bescherming van de vrijheid van Europa en zijn   burgers

     

    * SOC Maakindustrie recent opgericht

    Er dient hierbij te worden opgemerkt dat veel projecten doelbewust ook een maatschappelijke meerwaarde nastreven (cf. cluster zeven). Dit streefdoel staat ook expliciet bij de doelstellingen van de IWT-subsidiëring.