Competentiebehoeften en opleiding in de kunststofverwerkende industrie

    Project status
    Afgerond

    De verwerking van kunststoffen is in België en Vlaanderen een belangrijke economische sector. Om de koploperspositie in België en Vlaanderen te behouden en te versterken, zoekt de kunststofverwerkingssector naar een slagkrachtiger beleid in technologie-ontwikkeling en ontwikkeling van competenties van werkzoekenden en werkenden. In dit project bekeek de Stichting Innovatie & Arbeid de belangrijkste evoluties in de bedrijven en de impact ervan op de vereiste competenties en de inzet van de medewerkers.

    De kunststofverwerkende sector evolueert snel. Complexere producten en technieken doen hun intrede en de competentievereisten nemen toe. De sector kampt met een tekort aan geschoold personeel, zeker met voorkennis van kunststofverwerking en bovendien zijn er weinig specifieke vooropleidingen. Door de vergrijzing stromen ook steeds meer oudere medewerkers uit.

    Wat onderzoeken we?

    We bekeken de belangrijkste evoluties binnen kunststofverwerkende bedrijven. Wat is de impact op de vereiste competenties van de productiefuncties? Wat is het effect op de inzet van de medewerkers en op de interne aanpak inzake instroom en opleiding? Hoe vinden de bedrijven de geschikte medewerkers en hoe springen ze om met medewerkers die weinig of geen voorkennis hebben van kunststofverwerking? Er bestaan immers weinig specifieke vooropleidingen. Doen de bedrijven eventueel beroep doen op externe ondersteuning?

    De vraag naar het onderzoek werd geformuleerd door Werk, Vorming, Onderwijs voor de Kunststoffentechnologie (WVOK), een paritaire vzw ter bevordering van opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven in de sector. De resultaten worden vertaald naar acties rond opleiding die WVOK voor de sector ontwikkelt.

    Werkwijze

    De Stichting Innovatie & Arbeid verzamelde interessante voorbeelden uit vijftien grotere en kleinere kunststofverwerkende bedrijven verspreid over Vlaanderen. Drie belangrijke verwerkingstechnieken komen aan bod: spuitgieten, extrusie en thermovormen. We voerden gesprekken met bedrijfsverantwoordelijken en werknemersafgevaardigden en brachten een bezoek aan de productie.

    Timing

    Het project werd opgestart begin 2013. Het informatiedossier werd gepubliceerd op 19 juni 2014, gelijktijdig met twee events (op 19 en 24 juni 2014) die georganiseerd worden door WVOK om het onderzoek en hun acties voor de sector bekend te maken.

    Resultaten

    De verwachtingen van klanten en de productie-eisen nemen toe. De bedrijven kiezen voor klantgerichtheid enerzijds en voortdurende eigen innovatie van meer complexe producten met toegevoegde waarde zoals producten voor hogere marktsegmenten, combinaties met andere materialen, producten met recyclaten of design producten anderzijds. Ze passen technieken toe zoals spuitgieten, extrusie en thermovormen, maar ook complexere technieken zoals co-extrusie, meer componenten spuitgieten of in mould labelling. Daarnaast doen ze ook bijkomende bewerkingen zoals verzagen, bedrukken, lijmen, lassen of assembleren van producten. Dit leidt tot extra handelingen, meer in te stellen parameters en controles, doorgedreven automatisering en digitalisering en zoeken naar meer flexibiliteit en efficiëntie.

    Het gevolg hiervan zijn hogere competentievereisten voor medewerkers, zoals de machineregelaar die de machines instelt en opstart en de productiemedewerker die de machines bewaakt en bijregelt en eventueel producten inpakt. Aangezien ze meer ingewikkelde producten maken, hebben ze meer technische kennis en materiaal- en proceskennis nodig. De machineregelaars en productiemedewerkers moeten omgaan met meer omstellingen en flexibiliteit, hun werk meer organiseren en meer kunnen samenwerken.

    De bedrijven zoeken gemotiveerde medewerkers, bij voorkeur met kennis van kunststoffen. Indien er geen kandidaten beschikbaar zijn met deze kennis, gaat men op zoek naar medewerkers met een technisch profiel met minimum A2 secundair niveau. Interne opleiding op maat is noodzakelijk omwille van de specifieke processen. Deze bestaat uit een theoretische basisopleiding en een praktische opleiding on the job door een ervaren collega. Externe opleiding in een gespecialiseerd centrum rond kunststofverwerking is eerder beperkt. De centra liggen soms te ver van de bedrijven en de opleidingen zijn vaak te algemeen.

    De bedrijven bouwen een competentiebeleid uit met klemtoon op intern doorgroeien. Maar ze streven ook naar een ruime inzetbaarheid van medewerkers: bijvoorbeeld bedienen van meerdere machines, jobrotatie, collega’s opleiden, teamtaken verrichten, bijspringen bij eenvoudige taken, kleine taken van meer technische functies opnemen en suggesties leveren voor verbeteringen. De bedrijven hebben oog voor welzijn en werknemerstevredenheid, besteden aandacht aan veiligheid en ergonomische aanpassingen en overwegen oudere werknemers deels vrij te stellen voor opleiding van jongeren.

    Tot slot vragen de bedrijven meer externe ondersteuning bij het bekendheid geven aan de sector en bij de instroom in de sector. Ze streven naar een actievere samenwerking met het onderwijs en vragen externe instanties ook meer steun op maat voor de interne opleiding.