Innovatiestructuren in Vlaanderen

    Heel wat ondernemingen hebben nood aan ondersteuning bij het invoeren van innovaties, maar het is niet zo duidelijk op welke wijze ze in de praktijk effectief geholpen worden. Zijn er te weinig ondersteunende structuren of zien de bedrijven door het verwilderde bos de (vele) bomen niet meer?

    De Stichting Innovatie & Arbeid deed onderzoek naar de innovatiestructuren in Vlaanderen en stelde zich daarbij de vraag hoe de belangrijkste innovatiestructuren ondersteuning bieden aan bedrijven, in welke mate er tussen deze structuren synergie in werking bestaat en op welke wijze er aansluiting is bij de innovatieclusters van het Europees onderzoeksprogramma. Dit is het vierde onderzoek van de Stichting over het thema Vlaams innovatiebeleid en opnieuw wordt de informatie meegenomen in de adviezen over innovatie van de SERV.

    Over welke innovatiestructuren gaat het?

    De kern van de Vlaamse innovatiestructuren, zoals opgenomen in het decreet over de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid (2014), bestaat uit de Strategische onderzoekscentra (SOC’s), Technology Transfer Offices (TTO’s), Lichte Structuren, Provinciale Innovatiecentra en Flanders District of Creativity (Flanders DC).

    Algemeen zijn de SOC’s en ruim de helft van de Lichte Structuren vooral actief in de samenwerking met bedrijven op vlak van onderzoek. Andere Lichte Structuren werken laagdrempelig en richten zich op netwerking tussen bedrijven, vaak door one-to-many activiteiten. Met interessante thema’s en sprekers lokken zij bedrijven naar meetings en aanverwante activiteiten waar ruimte is voorzien voor het leggen van contacten. Netwerking opzetten is ook de uitdrukkelijke opdracht van Flanders’s DC. De TTO’s en de Provinciale Innovatiecentra, maar ook Flanders’ Inshape (Lichte Structuur), hebben als belangrijkste opdracht het begeleiden en ondersteunen van ondernemingen op zoek naar samenwerking in onderzoek en ontwikkeling. Netwerking en begeleiding hebben altijd uitdrukkelijk de bedoeling om bedrijven aan te zeten tot samenwerking. In die zin is bijvoorbeeld de doelstelling van de TTO’s expliciet om samenwerkingen tussen bedrijven te realiseren, de middelen (activiteiten) daartoe zijn de begeleidingen.

    Geen evaluatieonderzoek

    Het was uitdrukkelijk niet de bedoeling van de studie om de innovatiestructuren te evalueren. Dat gebeurt al door het IWT (voor Provinciale Innovatiecentra en Lichte Structuren) of door het Departement EWI (voor TTO’s, SOC’s, Flanders DC). De evaluaties nemen veelal de vorm van een impactmeting aan (waarop vooropgestelde KPI’s getoetst worden) en uitgevoerd worden door externen in opdracht van de beleidsondersteunende organisaties. Op basis hiervan worden de (nieuwe) KPI’s voor een volgende (beheers)overeenkomst of convenant vastgelegd.
    De diverse structuren worden dus nauw opgevolgd, alleen ontbreekt een globale impactmeting over de innovatiestructuren als geheel. Hiertoe zouden de impactmetingen of evaluaties op een zelfde moment moeten beschikbaar zijn en een tweede lezing krijgen vanuit het oogpunt van totaalondersteuning van het Vlaams innovatiebeleid in bedrijven.

    Indeling innovatiestructuren op basis van Horizon 2020

    Om de innovatiestructuren beter in kaart te brengen, werkte de Stichting Innovatie & Arbeid een nieuwe indeling uit: elke innovatiestructuur werd ingedeeld binnen één van de zeven innovatieclusters op basis van het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020. Daarbij werd elke innovatiestructuur zoveel mogelijk toebedeeld aan één cluster op basis van zijn hoofdactiviteit. Zo probeert de Stichting een beter zicht te geven op de vele innovatiestructuren. Dit blijft uiteraard een momentopname gezien de structuren voortdurend mee evolueren met de maatschappelijke en economische behoeften.

    Tabel Clusters Horizon 2020 – Innovatiestructuren Vlaanderen

    Clusters Horizon 2020 Inschatting op
    basis van grootste % van de activiteiten
    Niet clusterspecifiek
    1. Gezondheid, demografische veranderingen en welzijn (health)  

    Provinciale

    Innovatiecentra

    Flanders DC

    TTO’s

    Flanders’ Inshape

    iMinds

    imec

    Mix

    2. Voedselveiligheid, duurzame land- en bosbouw, onderzoek maritiem en ander water,
    bio-economie.

    VIB

    Flanders’ Food

    3. Veilige schone en efficiënte energie (energy)  
    4. Slimme, groene en geïntegreerde transportsystemen

    Flanders’ Drive

    VIL

    VIM

    5. Klimaatacties, milieu, grondstoffen, bronnen, basismaterialen,  efficiëntie    (manufacturing)

    VITO

    FISCH

    SIM Flanders

    MIP

    6. Inclusieve, innovatieve en reflexieve samenlevingen (smart cities)

    Sociale InnovatieFabriek

    Flanders Synergy

    7. Veiligheid en bescherming van de vrijheid van Europa en zijn burgers  
    NB. De SOC Maakindustrie is recent opgericht en niet opgenomen in dit schema.

    Vele bomen in het bos

    De bovenstaande indeling capteert niet alle bestaande types van innovatiestructuren. Daarnaast bestaat nog een brede waaier van structuren en projectmatige organisaties die (minstens deels) door de Vlaamse overheid worden gesubsidieerd en die ook een rol spelen in het ondersteunen van innovatie in het bedrijfsleven in Vlaanderen.
    Abstractie makend van de missie, doelstellingen en activiteiten van de innovatiestructuren, roept de vaststelling alleen al van hun bestaan, het beeld op van een complex systeem waarin de diverse actoren, de overheid incluis, soms door de vele bomen het bos niet meer zien.