De indirecte werkgelegenheid van de bedrijfstakken landbouw en visserij

    De indirecte werkgelegenheid van de bedrijfstakken landbouw en visserij

    Een sleutelindicator om het belang van een bedrijfstak in de economie te duiden is de werkgelegenheid. Naast de eigen werkgelegenheid is ook de indirecte werkgelegenheid van belang. In het kader van het Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen van de SERV worden 20 bedrijfstakrapporten over indirecte werkgelegenheid opgemaakt die wekelijks voorgesteld worden. Deze week stellen we de bedrijfstak landbouw en visserij voor.
    De eigen werkgelegenheid in deze bedrijfstak bedraagt in 1995 ongeveer 109.000 personen (inclusief zelfstandigen zoals landbouwers) terwijl de indirecte werkgelegenheid oploopt tot 48.000 personen (idem). Deze personen werken in andere bedrijfstakken maar zijn afhankelijk van bestellingen door de landbouw en visserij of van de besteding van inkomen ontstaan in deze bedrijfstak.
    In 2001 wordt een belangrijke daling van de directe werkgelegenheid genoteerd (naar 97.000 personen) terwijl ook de indirecte werkgelegenheid licht daalt (naar 44.000 personen). De economische ontwikkeling van de bedrijfstak landbouw en visserij is in belangrijke mate afhankelijk van bedrijfstakken die hun producten aankopen (voornamelijk de voedingsnijverheid), wat een significante kwetsbaarheid ten opzichte van deze aankopende bedrijfstakken impliceert.