Advies voorontwerp decreet Vlaams opleidingsverlof

    advies op vraag
    Vlaams minister van Werk Economie Innovatie en Sport
    Philippe Muyters
    Voorontwerp van decreet houdende het Vlaams opleidingsverlof en houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Werk en Sociale Economie

    In juli 2017 sloten de  Vlaamse sociale partners en de Vlaamse Regering een VESOC-akkoord af over de hervorming van de opleidingsincentives. Nu volgt een eerste uitwerking ervan via het voorontwerp van decreet Vlaams opleidingsverlof.

    In zijn advies gaat de SERV eerst in op de werkwijze die aan de basis ligt van dit voorontwerp van decreet. Zo onderstreept de SERV dat alle elementen inzake het Vlaams opleidingsverlof door de drie partijen moeten zijn gedragen.  Verder tripartite overleg over dit advies is dan ook noodzakelijk. Alleen zo kan het decreet gedragen worden door de regering én de sociale partners.  Het feit dat de essentiële elementen van het Vlaams opleidingsverlof naar de uitvoeringsbesluiten worden doorgeschoven, bemoeilijkt het inschatten van de impact ervan. De SERV wil dan ook nauw betrokken worden bij de opmaak van alle ontwerpuitvoeringsbesluiten. Bovendien heeft de SERV in dit advies proactief al een aantal zaken in consensus uitgewerkt.

    Zo adviseert de SERV om iedere voltijdse werknemer jaarlijks recht te geven op maximaal 125 uur opleidingsverlof. De SERV is dus geen voorstander van een contingent gespreid over meerdere jaren en evenmin van de mogelijkheid om uren van het ene op het andere jaar over te dragen. Voor deeltijdse werknemers adviseert de SERV een pro rato regeling op jaarbasis en niet langer pro rato per opleidingsaanvraag. Wie halftijds werkt, heeft dus jaarlijks recht op maximaal 62,5 uren opleidingsverlof. De SERV adviseert dat deeltijdsen met een vast uurrooster ook in de toekomst enkel opleidingsverlof kunnen aanvragen voor de uren opleiding die samenvallen met hun werkuren. De SERV vraagt wel om enige flexibiliteit in te bouwen voor uitzonderlijke omstandigheden.
    De oprichting van één opleidingsdatabank voor alle erkende opleidingen is zeer positief. Dit creëert duidelijkheid en transparantie en komt de klantvriendelijkheid voor alle betrokkenen ten goede. Dit ontwerp van decreet laat echter een extra erkenningskanaal toe: opleidingen die worden gevolgd in het kader van loopbaanbegeleiding en die zijn vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP), zouden ook recht geven op Vlaams opleidingsverlof. Volgens de SERV creëert dit net weer onduidelijkheid. De SERV stelt dan ook voor om deze extra mogelijkheid te schrappen.
    Ook volgende elementen van het Vlaams opleidingsverlof komen in dit advies aan bod: de definitie van ‘opleiding’ en van ‘arbeidsmarktgerichte opleiding’, de juridische verankering van de vier beoordelingscriteria inzake arbreidsmarktgerichtheid, de Vlaamse opleidingscommissie, de invulling van nauwgezette aanwezigheid en de voorwaarden voor flexibele leervormen, de indexering van het forfait en van het referteloon, de overgangsmaatregelen en de monitoring, de collectieve planning, de interregionale mobiliteit en de impact op het Vlaams opleidingsverlof en tot slot het budget inzake sociale promotie.

    Thema's en trefwoorden