Sociale partners zitten met veel vragen over de nieuwe Vlaamse kinderbijslag

    De sociale partners in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) vragen nog veel verduidelijking over de nieuwe Vlaamse kinderbijslag vooraleer ermee van start te gaan. Het nieuwe model biedt het voordeel van meer eenvoud. Het bevat een pakket maatregelen dat kinderen en gezinnen zeker zal ondersteunen. Zo vinden de sociale partners het bv. positief dat alle gezinnen een substantiële basistoeslag krijgen, dat sociale toeslagen ook gaan naar gezinnen met een laag inkomen uit arbeid en dat de school- en studietoelagen mee inkantelen in het groeipakket. Alleen kunnen de middelen effectiever en efficiënter ingezet worden bij de uitwerking van de nieuwe kinderbijslag via een aanpassing van de modaliteiten rond inkomensselectiviteit en kleuterpremie. De SERV vindt het een gemiste kans dat er geen armoedetoets werd uitgevoerd voor of tijdens de politieke besluitvorming.

    Karel Van Eetvelt: “Het is belangrijk dat de nieuwe Vlaamse kinderbijslag meteen een goede start neemt, budgetneutraal is en kan ingezet worden tegen kinderarmoede. De sociale partners ondersteunen de doelstellingen van het nieuwe model maar zetten nog veel vraagtekens bij de verdere operationalisering.”

    Doelstellingen met meerwaarde, maar veel vraagtekens in de praktijk

    Het nieuwe model van kinderbijslag is opgebouwd als een ondersteunend groeipakket voor alle kinderen en gezinnen. Het bestaat uit drie pijlers: een basistoeslag van bij de start, zorg- en sociale toeslagen voor kinderen met bijzondere noden en participatietoeslagen. De SERV schaart zich achter de doelstellingen van deze pijlers. Aanvullingen en verduidelijkingen zijn echter nodig:

    • geïntegreerd gezinsbeleid: de SERV vindt het positief dat het groeipakket bestaat uit pijlers die complementair worden ingezet afhankelijk van de noden van het kind en het gezin en beter is aangepast aan de huidige diverse samenlevingsvormen. Hoewel er rond gezin en inkomen al bepalingen zijn opgenomen is dat nog geen garantie voor een sluitende operationalisering.
    • vereenvoudiging: de vereenvoudiging laat zich voelen in de principes en in de administratieve organisatie. De regering kiest voluit voor elektronische datastromen en automatische toekenning van rechten. Dit kan volgens de SERV zeker efficiëntiewinsten creëren. De SERV is evenwel waakzaam over nieuwe administratieve lasten die het systeem introduceert.
    • kansen creëren door tegemoet te komen aan opvoedingskosten: de keuze voor een basistoeslag van € 160 per maand is een aanzienlijke ondersteuning voor alle kinderen. Deze basis wordt verder aangevuld met zorg- en sociale toeslagen en de participatietoeslagen. De SERV vraagt de effecten van het gehele groeipakket op de kinderarmoede en (kleuter)onderwijsparticipatie te bekijken en dat voor verschillende gezinssamenstellingen.
    • kinderarmoede: de Vlaamse kinderbijslag heeft veel potentieel om kinderarmoede tegen te gaan. Een aantal keuzes binnen het groeipakket hebben een impact op het armoederisico van de gezinnen, zowel in positieve als in negatieve zin. Een verhoging van het budget voor sociale toeslagen is op zich geen garantie voor een sociaal doelmatig(er) kinderbijslagsysteem. De SERV vindt het een gemiste kans dat er geen armoedetoets werd uitgevoerd voor of tijdens de politieke besluitvorming.
    • budgetneutraal kader: volgens berekeningen van de SERV zou de kostprijs van de invoering van het groeipakket voor de huidige gezinnen en kinderen uitkomen op € 3,765 miljard. Dat is duurder dan de huidige kinderbijslagen. De Vlaamse Regering stelt dat de hervorming van de kinderbijslag budgetneutraal zal zijn, maar geeft geen duidelijke ramingen om aan te tonen dat dit ook effectief zo zal zijn. De SERV besluit dat de Vlaamse Regering met dit groeipakket geen budgetneutraal voorstel doet ten opzichte van de dotatie die ze ervoor ontvangt via de Bijzondere Financieringswet, zonder evenwel een uitspraak te doen over de reële omvang van het tekort. Op korte termijn zal het uitgespaarde budget van de twee indexsprongen ingezet kunnen worden om tekorten op te vangen, hoewel er ook extra uitgaven verbonden zijn aan de overgangsmaatregelen voor de huidige gezinnen. De SERV vindt het belangrijk dat de Vlaamse Regering nu een stabiel en zeker systeem uitwerkt voor de gezinnen dat in de toekomst niet om de haverklap moet bijgestuurd worden omwille van budgettaire redenen.

    Met het oog op een grotere doeltreffend- en doelmatigheid van het groeipakket doet de SERV volgende aanbevelingen:

    • de SERV vraagt om de ‘gezinsgemoduleerde inkomensselectiviteit’ verfijnder uit te werken. De keuze van de inkomensgrens en de gebruikte schaal voor gezinsmodulering is hiervoor cruciaal.
    • de SERV stelt ook voor om meer in te zetten op flankerende maatregelen rond kleuterparticipatie en om de gereserveerde budgetten voor de universele participatietoeslagen van 0 tot 4 jarigen in het budget van de selectieve participatietoeslagen voor kleuters te integreren. Zo is een versterkt beleid voor de gezinnen met een beperkt inkomen mogelijk.

    Draagvlak creëren is nodig

    De SERV vindt het jammer dat het nieuwe model van kinderbijslag politiek beslist is zonder veel strategisch overleg met de stakeholders zoals de sociale partners, gezinsorganisaties, … Het is nog steeds wachten op de formele oprichting van het overlegcomité WVG dat mee kan instaan voor een gedragen Vlaams stelsel van kinderbijslag. De SERV dringt dan ook aan op een oprichting op korte termijn.

    Thema's en trefwoorden