Sociale partners willen Vlaanderen in digitale versnelling

    De Vlaamse sociale partners brengen een actieplan digitalisering uit. Hiermee willen ze de huidige en toekomstige Vlaamse Regering aanzetten om de digitale transitie grondiger aan te pakken. Als we nu niet handelen en anticiperen, dreigt Vlaanderen achterop te hinken omdat andere regio’s/landen de transitie sneller maken. Ook binnen de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) starten de sociale partners met verschillende acties.

    Slechts 49% van de Vlamingen (25-64 jaar) vindt het nodig en nuttig om een bijscholing of opleiding te volgen nadat ze gestart zijn met werken. In vergelijkbare landen is dat ca. twee derden (58 tot 68%). Nochtans krijgen steeds meer jobs - niet alleen ICT-jobs - een digitale component, waardoor veel mensen nieuwe kennis en competenties nodig hebben. Digitalisering verandert ook de leeromgeving en het leermateriaal waarmee ze kennis opdoen. Leren op de werkvloer blijkt vaak effectiever dan een cursus volgen in een klassiek klaslokaal. Nog te weinig ondernemingen en organisaties in Vlaanderen zijn georganiseerd als leergerichte werkplaatsen.

    De Vlaamse sociale partners vinden het hoog tijd dat Vlaanderen een versnelling hoger schakelt: onderwijs, arbeidsmarkt, economie en overheid moeten zich sneller aanpassen aan de digitaliseringstrend en de ontwikkelingen niet zozeer ondergaan, maar vooral mee sturen. Daarom formuleren de sociale partners een hele reeks aanbevelingen en acties om samen met de Vlaamse Regering en andere actoren de overgang naar een digitale samenleving nu aan te pakken.

    Hans Maertens, voorzitter SERV: “Alle sectoren geraken doordrongen van digitale technologie en de versnelling is duidelijk voelbaar. De startpositie van de bedrijven in Vlaanderen is niet slecht, maar de digitale ontwikkelingen gaan snel en zijn diepgaand. Enkele kleine maatregelen in de marge volstaan niet. Een volwaardige digitale agenda is nodig voor alle beleidsdomeinen. De huidige en toekomstige minister-president hierin een sterke, coördinerende en sturende rol geven, zou de versnelling een boost moeten geven.

    Caroline Copers, ondervoorzitter SERV: “Digitalisering stelt ons voor uitdagingen, maar schept ook enorme kansen voor meer welvaart en welzijn in Vlaanderen. Met z’n allen mee zijn en blijven is cruciaal. Speciale aandacht moet gaan naar kwetsbare groepen en naar bedrijven, werkenden en werkzoekenden die achterblijven op vlak van innovatie en competenties.”

    Bijleren aanmoedigen

    Het VESOC-akkoord dat de Vlaamse Regering en de sociale partners vorig jaar in juli sloten, vernieuwt de opleidingsincentives om werknemers meer te laten bijleren of herscholen. De SERV vraagt nu via dit actieplan digitalisering bijkomende aandacht voor de leermotivatie en het verder stimuleren van deelname aan opleiding en vorming.

    Ook meer intersectorale samenwerking is nodig want sectorgrenzen vervagen en bv. het tekort aan technisch geschoolden is niet specifiek voor één sector. Veel sectoren ervaren dit probleem.

    Innoveren in wat, hoe en waar wordt geleerd

    Drie op de vijf bedrijven (59%) in België vinden moeilijk ICT-specialisten voor openstaande jobs. Dat is meer dan in de meeste andere OESO-landen. Tegelijk studeren er erg weinig studenten in de computerwetenschappen af. Dit tekort aan geschikte profielen en competenties zet een rem op onze bedrijven en economie. Daarom vragen de sociale partners om ICT in het leerplichtonderwijs op een hoger niveau te tillen. Niet enkel toepassingen zoals Word en Excel moeten op het programma staan, maar vooral ook digitale vaardigheden zoals programmeren, inzicht in algoritmes en cybersecurity. In het hoger onderwijs moet het gespecialiseerde aanbod voor artificiële intelligentie uitbreiden.

    Verder is een ambitieus programma voor bijscholing in ICT en complementaire vaardigheden zoals teamwerk, ondernemerschap en creativiteit nodig. Het moet de ambitie zijn om zowel inactieve, werkzoekende én werkende mensen op te leiden voor vacante digitale jobs via stages, duaal leren en kortlopende trainingsprogramma’s. Om het levenslang leren aan te moedigen willen de sociale partners de universiteiten aanmoedigen om hun studieaanbod meer te richten tot werkenden.

    De werkomgeving is vaak de belangrijkste en meest effectieve plaats om (bij) te leren. Daarom moeten bedrijven en organisaties meer inzetten op skill intense workplaces, dat zijn werkplekken waar leren actief gestimuleerd wordt via de werkorganisatie. Ondernemingen, leidinggevenden en werknemers moeten daarin worden ondersteund via het sectoraal opleidingsaanbod en een goede inzet van incentives zoals de kmo-portefeuille, de Strategische Transformatiesteun en Focus op Talent.

    Iedereen mee

    Digitalisering mag niet leiden tot grotere ongelijkheid in onderwijs en op de arbeidsmarkt. Levenslang leren mag bv. niet enkel weggelegd zijn voor hoger opgeleiden. De sociale partners vragen bijzondere aandacht voor (nieuwe) kwetsbare groepen (bv. werknemers in routinematige jobs). Zowel mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt als mensen met onvoldoende digitale vaardigheden moeten aan boord gehouden worden.

    Digitale agenda voor Vlaanderen

    Met deze en andere aanbevelingen – op tal van domeinen zoals het innovatiebeleid, digitale infrastructuur, digitale overheid, privacy en veiligheid …. – willen de sociale partners een soepele transitie naar een digitale economie en samenleving mogelijk maken. Hier werk van maken, is cruciaal. De terugval van ons land op de Europese index voor digitale economie en maatschappij 2018 is tekenend (2016: 5de; 2018: 8ste): het heeft niets te maken met achteruitgang in eigen land, wel met de grotere vooruitgang in andere referentielanden. Een digitale agenda voor Vlaanderen is dringend nodig. De sociale partners rekenen op de Vlaamse Regering om een digitale versnelling te nemen.