Sociale partners roepen alle beleidsniveaus op om de mobiliteitsproblemen snel en coherent op te lossen

    De sociale partners van de federale en gewestelijke adviesraden roepen alle regeringen op om de mobiliteitsproblemen snel aan te pakken. De regeringen moeten daarbij bovendien met elkaar overleggen en hun acties op elkaar afstemmen om de coherentie van het mobiliteitsbeleid te garanderen. Een oplossing voor de toegenomen congestie kan enkel gevonden worden in een uitgebalanceerde mix van verschillende beleidsinstrumenten. Een dergelijke mix vraagt om samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus.

    Mobiliteitsproblemen hebben een diepgaande negatieve impact

    De toenemende mobiliteitsproblemen zijn nefast voor de economie, de werking van de arbeidsmarkt, het leefmilieu en de volksgezondheid. De sociale partners zijn erg bezorgd over de toenemende onbereikbaarheid van de economische poorten en tewerkstellingspolen van het land. Ook het steeds moeizamere woon-werkverkeer tijdens de spits baart de sociale partners zorgen, want dat heeft een diepgaande negatieve impact op een omvangrijke groep van mobiliteitsgebruikers die ze vertegenwoordigen.

    Meer overleg en actie nodig

    Het mobiliteitsbeleid moet volgens de sociale partners een duurzamere bereikbaarheid nastreven. De verantwoordelijke ministers moeten beter gebruik maken van de bestaande overlegorganen en ook onderling beter overleggen. Transparantie en overleg met de sociale partners zijn cruciaal om een draagvlak te creëren dat bepalend is voor het succes van het mobiliteitsbeleid. Het interfederaal overleg moet zich volgens de sociale partners toespitsen op investeringen in mobiliteit, slimmere fiscaliteit, het faciliteren van innovatieve mobiliteitsoplossingen en meer multimodaliteit. Voor dat laatste is een betere samenwerking tussen de vervoersoperatoren essentieel.

    Jan De Brabanter, voorzitter van de ESRBHG: «Als er één regio is die wel degelijk belang heeft bij een gestructureerd interregionaal mobiliteitsoverleg, dan is het wel het Hoofdstedelijk Gewest. De Brusselse sociale partners moeten hier inspraak krijgen. Zo kunnen we werken aan overlegde mobiliteitsoplossingen, waarbij de pendelaars worden beschouwd als opportuniteit - niet als probleem.»

    Yvan Hayez, voorzitter van de CESW: « Duurzame mobiliteit vereist politiek, sectoraal en maatschappelijk overleg.»

    Hans Maertens, voorzitter van de SERV: «De bereikbaarheid van onze economische poorten en centra is cruciaal voor onze economische groei. Het ontwarren van de mobiliteitsknoop staat dan ook als hoogste prioriteit op onze agenda. De structurele oplossingen liggen op tafel en zijn alom gekend. Om dit structureel en snel te kunnen aanpakken is het belangrijk dat alle overheden goed samenwerken met het oog op een concreet resultaat. De oproep naar alle ministers van Mobiliteit is eigenlijk niet meer dan een vraag naar deugdelijk en daadkrachtig bestuur, ook in de interfederale overlegorganen. Dit om te voorkomen dat we binnenkort in Vlaanderen met zijn allen stilstaan. Bij de sociale partners vinden zij steun en draagvlak voor moedige maatregelen.»

    Robert Tollet, voorzitter van de CRB: «De sociale gesprekspartners vertegenwoordigen een belangrijke groep mobiliteitsgebruikers. Hen niet betrekken bij het uitwerken van een interfederale mobiliteitsvisie, zou een gemiste kans zijn !»

    Thema's en trefwoorden