SERV vraagt kwaliteitsvolle, toekomstbestendige regelgeving

    De Vlaamse regelgeving moet innovatievriendelijker en toekomstbestendiger. Veel bestaande regelgeving sluit niet langer aan bij de huidige uitdagingen en ontwikkelingen, en regelgeving aanpassen gaat traag. Dat is steeds meer een probleem. Er is een andere werkwijze en een andere vorm van regulering nodig. Dat zegt de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen in drie nieuwe adviezen over betere regelgeving.

    Karel Van Eetvelt, voorzitter SERV: “Het gebrek aan een gunstig reguleringskader blijft een veel gehoorde klacht van ondernemers, burgers, organisaties én van overheden zelf. Zij vinden de regels te complex, er zijn er te veel, ze zijn tegenstrijdig, ze wijzigen te dikwijls, ze kosten meer dan nodig en ze treden te snel na hun publicatie in werking. Maar er is ook nieuwe kritiek op wetgeving die te weinig ruimte laat voor opkomende technologieën, innovatieve praktijken en nieuwe businessmodellen of die te traag inspeelt op die ontwikkelingen. Met de nieuwe SERV-adviezen in de hand kunnen de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement zowel belangrijke ‘quick wins’ maken als structurele verbeteringen aan de Vlaamse regelgeving doorvoeren.”

    Minister-president Geert Bourgeois gaf in een reactie op de adviezen aan dat hij het beleid van de Vlaamse Regering voor betere regels wil versterken en een aantal voorstellen van de SERV nog deze regeerperiode wil realiseren. “Innovatievriendelijke en toekomstbestendige regelgeving is het meest vernieuwende thema in de drie adviezen. (…) Ik zal daarom in 2017 een conceptnota voorleggen met een aantal initiatieven en de SERV hierbij blijven betrekken.”

    Toekomstbestendige en innovatievriendelijke regelgeving

    Voor de drie adviezen over betere regelgeving werkten de sociale partners de voorbije maanden intens samen met een aantal strategische adviesraden, de VVSG en experts van de Raad van State, het Rekenhof en de Vlaamse ombudsdienst. De SERV organiseerde ook een open online consultatie over zijn ontwerpteksten.

    Eén van de belangrijke conclusies is dat de Vlaamse regelgeving innovatievriendelijker en toekomstbestendiger moet. Bestaande regelgeving is niet aangepast aan nieuwe technologieën, innovatieve praktijken, businessmodellen en organisatievormen. Dat zorgt voor frustratie en gemiste kansen. De SERV vraagt daarom dat regelgeving voldoende snel wordt aangepast maar ook meer ruimte laat voor nieuwe ideeën, initiatieven en experimenteren. Concreet kan dat door:

    • Outcomegebaseerde regelgeving: minder gedetailleerde, technologieneutrale regels die enkel de te bereiken resultaten voorschrijven en vrijheid geven over hoe die moeten worden gehaald (voorbeeld kinderopvang in bijlage).
    • ‘Right to challenge’: een wettelijke uitzonderingsgrond om de doelen van een regeling te realiseren zonder aan alle voorschriften te voldoen (voorbeeld milieu in bijlage).
    • Slim gebruik van niet dwingende beleidsinstrumenten: ‘nudges’ uit de gedragswetenschappen, benchmarking, publieke rapportage, codes van goede praktijk, … (voorbeeld energie en voorbeeld social profit in bijlage).
    • ‘Innovation deals’: samenwerkingsverbanden tussen de overheid en bedrijven of organisaties om na te gaan waar er obstakels zijn voor vernieuwende initiatieven (voorbeeld mobiliteit in bijlage).
    • Experimentwetgeving: in verschillende varianten eerst uittesten van een nieuwe wettelijke regeling om te bekijken wat het best werkt (voorbeeld mobiliteit in bijlage).
    • Regelluwe zones of proeftuinen: het tijdelijk buiten werking stellen of aanpassen van bestaande wetten en regels, om zo meer ruimte te laten voor nieuwe initiatieven en na evaluatie de bestaande wetgeving aan te passen (voorbeeld wonen in bijlage).

    Beleidskader is nodig

    Om goed te werken met dergelijke nieuwe instrumenten is er volgens de SERV nood aan duidelijke kaders. Zo mogen experimentwetgeving en regelluwe zones niet leiden tot het onevenredig of willekeurig uitschakelen van bestaande regelgeving. Het is belangrijk waarborgen in te bouwen die ‘leren’ en ‘evalueren’ centraal stellen en bepaalde grondrechten en beschermingsniveaus respecteren. De SERV werkte daarom minimale algemene regels uit (zie infografiek 2).

    Zes prioritaire werkterreinen voor betere regelgeving

    De Vlaamse overheid vereenvoudigt en verbetert haar regelgeving al via tal van initiatieven. Het gaat echter traag en mensen en bedrijven merken er nog te weinig van. Om de regelgeving te verbeteren, stelt de SERV zes werkterreinen voorop (zie infografiek 1). Voor elk van deze werkterreinen formuleert de SERV concrete verbeter- en vereenvoudigingsvoorstellen waarmee de Vlaamse Regering aan de slag kan (voorbeelden in bijlage):

    1. Burgers, bedrijven en organisaties vragen een transparante overheid die met hen samenwerkt om de regelgeving en dienstverlening te verbeteren.
    2. Zij willen een overheid die digitaal ‘mee’ is.
    3. Om maatschappelijke problemen effectief en efficiënt aan te pakken moet de overheid haar regelgeving transparant onderbouwen, overleggen én evalueren.
    4. Regelgeving moet innovatievriendelijk en toekomstbestendig zijn, sneller kunnen worden aangepast en meer ruimte laten voor nieuwe ideeën en experimenten (cf. supra).
    5. De overheid moet overlappingen in inspectie en handhaving wegwerken en regels meer risico- en outcomegebaseerd controleren.
    6. Tot slot moet de overheid werk maken van zo eenvoudig mogelijke regels en procedures met zo weinig mogelijk formaliteiten, administratieve lasten en rapportageverplichtingen.

    Vaste verandermomenten voor wetgeving?

    Vastleggen dat nieuwe wetgeving bv. altijd op 1 januari, 1 juli … moet ingaan heeft meer nadelen dan voordelen, blijkt uit ervaringen in andere landen. Daarom adviseert de SERV een ‘zachte’ variant (zie infografiek 3). Dit houdt in dat de communicatie over de data waarop regels in werking treden verbetert en de beslissing over de meest aangewezen datum van inwerkingtreding en implementatietijd doordachter gebeurt. Enkel als er goede redenen zijn, kan men dan nog afwijken van een aantal niet-verplichte referentiedata en een niet-verplichte invoertermijn van minimaal twee maanden.

    Thema's en trefwoorden