SEKIV (03) - Vlaanderen, industrie, conjunctuurindicatoren en toegevoegde waarde

    3: Vlaanderen, industrie, conjunctuurindicatoren en toegevoegde waarde

    Gegevens

    De bruto toegevoegde waarde voor de industrie wordt in de grafiek op twee wijzen weergegeven: de groei tegenover het vorige kwartaal (Q/Q-1) en tegenover hetzelfde kwartaal in het voorgaande jaar (Q/Q-4 = jaargroei).

    De regionale toegevoegde waarde en werkgelegenheid per kwartaal (VAL Q) worden geschat op basis van de nationale kwartaalrekeningen (BEL Q) en het regionale aandeel in het Belgische jaartotaal (respectievelijk VLA Y en BEL Y):

    VLA Q = (VLA Y / BEL Y) * BEL Q.

    De resultaten voor de andere gewesten worden eveneens geschat, zodat de som van de regionale cijfers met de Belgische resultaten kan nagegaan worden. Voor de meest recente cijfers ontbreken regionale jaargegevens, zodat de cijfers van het voorgaande jaar (Y-1) als vergelijkingsbasis gehanteerd worden.

    De regionale toegevoegde waarde in volume wordt vervolgens berekend aan de hand van de nationale deflatoren per beschikbare bedrijfstak. In België bestaan immers (met uitzondering van de bedrijfstak onderwijs) geen regionale deflatoren.

    De conjunctuurinformatie wordt via enquêtes bij bedrijven in kaart gebracht. Enkel de kerninformatie kan in de grafiek opgenomen worden.

    De tabel geeft aanvullend de belangrijkste conjunctuurgegevens voor de industrie. Naast de bezettingsgraad van het productieproces (NBB) zijn eveneens de industriële indices van de dienst ADSEI (vroegere NIS) van de FOD Economie opgenomen.

    Voor meer informatie en gegevens