beleidsbasis sectorconvenants

    De sectorconvenants worden uitgevoerd en opgevolgd door 120 sectorconsulenten. Hun aanstelling is het resultaat van verschillende opeenvolgende werkgelegenheidsakkoorden:

    • Het Vlaams Werkgelegenheidsakkoord 2001-2002 dat op 12 februari 2001 werd ondertekend door de Vlaamse sociale partners en de Vlaamse Regering bood een algemeen kader wat verdere uitbouw ervan toeliet. Er werd structurele financiering van sectorconsulenten voorzien.

    • Op 21 maart 2003 werd het Vlaams Sociaal Akkoord 2003-2004 afgesloten met enkele nuanceringen en bijsturingen bij het vorige akkoord.

    • Ook het Vlaams Werkgelegenheidsakkoord 2005-2006 zet een aantal maatregelen in de steigers die een sectorale invulling behoefden en hun weerslag vinden in de (nieuwe) sectorconvenants. Ook dit werkgelegenheidsakkoord wil bijdragen tot het verhogen van de werkzaamheidsgraad en werkbaarheidsgraad, met aandacht voor kansengroepen.

    • De Competentieagenda 2010 (10 actiepakketten) en Prioriteiten competentieagenda 2010 afgesloten in mei 2007, bevestigde de rol en betekenis van de sectorconvenants voor wat betreft de geïnformeerde studie- en beroepskeuze, de uitbouw van het werkplekleren, het erkennen van verworven competenties en het competentiebeleid in sectoren.

    • Op 17 april 2009 verscheen het decreet op de sectorconvenants in het staatsblad. Hiermee werd het instrument sectorconvenant decretaal verankerd.

    • Ook het WIP, het Werkgelegenheids- en Investeringsprogramma afgesloten in december 2009, verwees naar de sectorconvenants als hefboom voor competentieontwikkeling en –beleid. In “Herstel het vertrouwen??, het impulsplan werden extra middelen voorzien voor addenda bij de sectorconvenants. Met deze middelen dienden sectoren bijkomende acties te voorzien om de gevolgen van de crisis te counteren, vooral op vlak van competentieversterking.

    • Het VESOC Loopbaanakkoord van 17 februari 2012 formuleert de visie van sociale partners en Vlaamse overheid op loopbaanbeleid. Het akkoord zet in op vlottere transities tussen onderwijs en werk, werkloosheid en werk en van werk naar werk. Prioritaire acties richten zich op de ongekwalificeerde uitstroom en de 50-plussers. Ook de sectoren worden aangespoord engagement op te nemen via twee addenda bij de sectorconvenants, één omtrent werkplekleren (remediëren van ongekwalificeerde uitstroom) en één omtrent werkbaarheid (langer werken stimuleren).