Adviezen betere regelgeving

    Op vraag van de Vlaamse Regering formuleerde de SERV op 31 oktober 2016 drie adviezen over betere regelgeving: een advies met prioritaire voorstellen voor het verlagen van de regeldruk, verdere administratieve vereenvoudiging en een verbetering van de praktische toepasbaarheid van Vlaamse regelgeving, een advies over experimentwetgeving en regelluwe proeftuinen en een advies over vaste verandermomenten. Bij de voorbereiding van deze adviezen heeft de SERV heel wat contacten gelegd en andere actoren betrokken. De SERV hoopt dat met deze adviezen in de hand, de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement de komende maanden ‘betere regelgeving’ hoog op de beleidsagenda zetten. Zij bevatten voorstellen om zowel ‘quick wins’ als structurele verbeteringen te realiseren. Lees het persbericht

    Advies 'betere regelgeving: prioritaire voorstellen

    Om de regelgeving te verbeteren, stelt de SERV zes werkterreinen voorop. Ze spelen in op vragen en ontwikkelingen in de samenleving: burgers, bedrijven en organisaties vragen vooral een overheid die

    1. transparant is, als één geheel opereert en met hen samenwerkt om de regelgeving en de dienstverlening te verbeteren;
    2. ‘mee’ is met de digitale revolutie;
    3. maatschappelijke problemen effectief en efficiënt aanpakt en oplost en dus regelgeving transparant onderbouwt, overlegt en evalueert;
    4. ervoor zorgt dat regelgeving innovatievriendelijk en toekomstbestendig is, voldoende snel kan worden aangepast en ruimte laat voor nieuwe ideeën en experimenten;
    5. overlappingen in inspectie en handhaving wegwerkt en regels meer risico- en outcomegebaseerd controleert;
    6. werk maakt van zo eenvoudig mogelijke regels en procedures met zo weinig mogelijk formaliteiten, administratieve lasten en rapportageverplichtingen.

    Voor elk van deze werkterreinen formuleert de SERV een reeks aanbevelingen. Voorbeelden zijn de concrete toepassing van de eenmalige gegevensopvraging, een betere communicatie van wetgeving, zorgen voor digitaalvriendelijke regelgeving, de automatische toekenning van sociale rechten, een evaluatieagenda in elk beleidsdomein met ruimte voor zogenaamde innovation deals. Het advies bevat tevens een reeks concrete verbeter- en vereenvoudigingsvoorstellen uit de praktijk waarmee de Vlaamse regering aan de slag kan.

    Lees het advies

    Advies experimentwetgeving en regelluwe zones

    De SERV adviseert minimale algemene regels voor het gebruik van experimentwetgeving en regelluwe zones. Experimentwetgeving en regelluwe zones zijn nuttig in sommige gevallen. Ze beantwoorden aan een groeiende behoefte om ruimte te creëren voor innovatieve praktijken en om regelgeving meer ‘evidence informed’ voor te bereiden.

    Maar er zijn ook gevaren aan verbonden. Experimentwetgeving en regelluwe zones moeten proportioneel zijn met het beoogde doel en mogen niet leiden tot het onevenredig of willekeurig uitschakelen van bestaande regelgeving. Daarom is het belangrijk dat de nodige waarborgen worden ingebouwd om ‘leren’ en ‘evalueren’ centraal te stellen en dat bepaalde grondrechten en beschermingsniveaus worden gerespecteerd. Er moet ook steeds bijzondere zorg worden besteed aan de manier waarop ze concreet worden uitgewerkt in de praktijk. Het advies bevat daartoe een reeks belangrijke aandachtspunten.

    Lees het advies

    Advies vaste verandermomenten

    Volgens de SERV moeten vaste verandermomenten voor wetgeving (bv. 1 januari, 1 juli, …). niet dwingend worden opgelegd. Dat heeft meer nadelen dan voordelen. Maar de datum van inwerkingtreding van regelgeving en de implementatietijd die doelgroepen krijgen, zijn belangrijk om onnodige ergernis en kosten te vermijden. Daarom adviseert de SERV een ‘zachte’ variant. Die houdt drie zaken in:

    1. de data waarop regelgeving in werking treedt beter communiceren;
    2. doordachter beslissen over de meest aangewezen datum van inwerkintreding én implementatietijd;
    3. een aantal niet verplichte referentiedata (1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober, of voor onderwijs 1 september) en een niet verplichte referentietermijn van twee maanden als minimale invoertermijn hanteren. Die worden gekozen als er geen goede redenen zijn om deze data of termijn niet te nemen.

    Lees het advies