
De bruto toegevoegde waarde per bedrijfstak wordt in de grafiek voor de belangrijkste bedrijfstakken weergegeven.
Het BBP is de som van de toegevoegde waarde van alle bedrijfstakken plus de productgebonden belastingen (BTW, invoerrechten…) min de productgebonden subsidies (landbouwpolitiek…): deze wordt als een lijn (rechterschaal) weergegeven.
De regionale toegevoegde waarde en werkgelegenheid per kwartaal (VAL Q) worden geschat op basis van de nationale kwartaalrekeningen (BEL Q) en het regionale aandeel in het Belgische jaartotaal (respectievelijk VLA Y en BEL Y):
VLA Q = (VLA Y / BEL Y) * BEL Q.
De resultaten voor de andere gewesten worden eveneens geschat, zodat de som van de regionale cijfers met de Belgische resultaten kan nagegaan worden. Voor de meest recente cijfers ontbreken regionale jaargegevens, zodat de cijfers van het voorgaande jaar (Y-1) als vergelijkingsbasis gehanteerd worden.
De regionale toegevoegde waarde in volume wordt vervolgens berekend aan de hand van de nationale deflatoren per beschikbare bedrijfstak. In België bestaan immers (met uitzondering van de bedrijfstak onderwijs) geen regionale deflatoren.
Alle variabelen worden als groeivoeten sinds hetzelfde kwartaal van het vorige jaar (Q / Q-4) weergegeven.
De tabel geeft aanvullend eveneens de geschatte werkgelegenheid (som van werknemers en zelfstandigen) per bedrijfstak. De berekeningswijze is identiek als voor de toegevoegde waarde (zie hoger). Vervolgens wordt de arbeidsproductiviteit (bruto toegevoegde waarde per werkzame persoon) uit deze gegevens afgeleid.
Tevens zijn in de tabel aanvullend de jaarvoorspellingen voor 2010 tot 2012 voor Vlaanderen van het Planbureau opgenomen: deze zijn afkomstig uit de middellange termijnvoorspellingen (HERMREG, juli 2010).
Het aantal faillissementen en het aantal nieuw opgerichte ondernemingen wordt gedocumenteerd door Graydon.



