Na de Europese Unie zijn de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de OESO de belangrijkste internationale instellingen voor de SERV.


De Internationale Arbeidsorganisatie in Geneve is de enige VN-instelling die als tripartite orgaan mee beheerd en gestuurd wordt door de sociale partners. Voor de SERV biedt deze instelling dan ook een uitgelezen mogelijkheid om zijn internationale missie waar te maken. Dankzij en in samenwerking met de Vlaamse Regering die voor de multilaterale samenwerking uitgebreide financiële middelen ter beschikking stelt, heeft de SERV meegewerkt aan tal van opleidingsprojecten in sociaal overleg.
De projecten worden gefinancierd door het Vlaamse IAO-Trustfonds dat een structurele samenwerking tussen de IAO hoofdzetel in Genève en het opleidingscentrum Turijn mogelijk maakt. De middelen van dit Trustfonds worden aangewend voor opleidingsprojecten, voor detachering van jonge Vlamingen bij de IAO en voor studie- en consultancy opdrachten.
Met de Vlaamse Regering is er een impliciete overeenkomst dat de SERV optreedt als technische partner bij de projecten voor sociaal overleg. Dit kunnen projecten zijn enkel met werkgeversorganisaties, enkel met werknemersorganisaties of met de beide samen.
Elk jaar heeft in juni de Internationale Arbeidsconferentie plaats in Genève. 183 landen sturen afgevaardigden van de regering, van de werkgeversorganisaties en van de vakbonden naar de Conferentie die er de internationale arbeidsnormen en beleidsteksten bespreken en goedkeuren.
In functie van de agenda van de jaarlijkse Arbeidsconferentie stelt de Vlaamse vertegenwoordiger bij de multilaterale instellingen in Genève jaarlijks een afvaardiging samen die de Vlaamse overheid zal vertegenwoordigden. De SERV stuurt meestal een vertegenwoordiger uit. Deze maakt dan deel uit van de Belgische overheidsdelegatie.
Het SERV-secretariaat neemt deel aan het netwerk van de IIRA. Deze internationale vereniging telt meer dan 1000 leden en is gevestigd in de schoot van de IAO in Genève. De bedoeling van de organisatie is vooral internationale uitwisseling van kennis en ervaringen in sociaal overleg en industriële relaties.
Op het 15de Wereldcongres van de IIRA in 2009 leverde Pieter Kerremans, administrateur-generaal van de SERV een bijdrage over de regionale overlegorganen in een Europese multigovernance context.


Vlaanderen en de Vlaamse departementen nemen deel aan tal van comités en werkgroepen van de OESO en financieren verschillende activiteiten van de OESO.
Recent besliste de Vlaamse Regering om het vroegere programma voor projecten van samenwerking met partners in Oost en Centraal-Europa op te heffen en te vervangen door een multilaterale aanpak in samenwerking met de OESO. De nieuwe geografische focus komt daarbij op de westelijke Balkanlanden te liggen. De OESO heeft in het kader van zijn “Investment Compact Progam” een initiatief lopen dat gericht is op de Zuid-Europa en dat de regio van de Balkan aantrekkelijker wil maken voor investeerders. Dit programma kreeg de naam het “Regional Competitive Initiative” (RCI) en richt zich op: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Kroatië, Macedonië, Moldavië, Montenegro en Servië. Het steunt op 2 pijlers: innovatie en human capital en kan ook beroep doen op steun van de EU- DG Uitbreiding. In het verleden beperkte de bijdrage van de Vlaamse overheid zich tot een betoelaging van de werkingskosten. Nu wil men verder gaan en 2 concrete projecten ondersteunen. Het departement Internationaal Vlaanderen organiseerde een technische consultatieronde bij de verschillende diensten van de Vlaamse gemeenschap, waaronder de SERV.
Een eerste selectie van mogelijke samenwerkingsprojecten wordt thans besproken met de OESO.



