Jargon VHC

Aanbeveling

Aanbevelingen zijn opinies en/of voorkeuren, uitgedrukt door de instellingen van de Europese Commissie over gewenste acties, maar die niet bindend zijn voor de lidstaten.

Aanlegrecht

Aanlegrecht is een onderdeel van de havenrechten, ook nog zeescheepvaartrechten genoemd. Het aanlegrecht is een ondeelbare vergoeding berekend op basis van de gewichtstonnen van de in de haven door de zeeschepen geloste en/of geladen goederen, op basis van het aantal begeleide voertuigen en/of op basis van het aantal passagiers. De berekening gebeurt per zeeschip op de hoeveelheid van de in de haven door het zeeschip geloste en/of geladen goederen, inbegrepen de bunkers, de verpakkingen, van welke aard ook, en in voorkomend geval het eigen gewicht van de containers en niet-begeleide voertuigen.

Acquis communautaire

Het "acquis communautaire" gaat over de rechten en plichten die alle lidstaten uit hoofde van de Europese Unie bindt. Tot het acquis communautaire, dat voortdurend in ontwikkeling is, behoren: de strekking, de beginselen en de politieke doelstellingen van de Verdragen, de wetgeving en de rechtspraak van het Hof van Justitie, de verklaringen en resoluties die in het kader van de Unie zijn aangenomen en de internationale overeenkomsten die de Europese Gemeenschap heeft gesloten. Kandidaat-lidstaten moeten het acquis communautaire aanvaarden vooraleer zij toetreden tot de Unie. Afwijkingen op het acquis zijn uitzonderlijk en hebben een beperkte draagwijdte. De nieuwe lidstaten moeten het acquis omzetten in hun nationale wetgeving en dienen het acquis vanaf de daadwerkelijke toetreding toe te passen.

Aflader (shipper)

De aflader biedt de goederen voor vervoer over zee aan het schip aan. Hij sluit de vervoersovereenkomst af met de vervoerder. Deze vervoersovereenkomst wordt het cognossement (bill of lading, B/L) genoemd. De vervrachter is vervoerder ingeval van reisbevrachting en de bevrachter is vervoerder ingeval van tijds- en naakt cascobevrachting. De aflader en de bevrachter kunnen dezelfde partij zijn.

Aframax

Aframax schepen zijn schepen met een draagvermogen van 80.000 à 105.000 DWT. De benaming is afkomstig van de American Freight Rate Association.

AIS (Automatic Identification System)

AIS (Automatic Identification System) is een wereldwijd gebruikt transpondersysteem dat in de marifoonband werkt. De gebruikte frequenties zijn 161.975 en 162.025 MHz (marifoonkanalen 87H en 88H). De meeste zeeschepen dienen sinds enige tijdmet AIS uitgerust te zijn. Een AIS-zender op een schip zendt met regelmatige tussenpozen de positie, koers, snelheid en MMSI (het unieke maritieme identificatienummer) uit. Deze gegevens worden ontvangen door schepen in de nabijheid. Deze kunnen de gegevens automatisch laten plotten op een beeldscherm of radarscherm. Het bereik van AIS is ongeveer 30-40 km. Iedere 2 - 10 seconden worden door een schip met AIS onder andere de volgende gegevens uitgezonden: • MMSI-nummer • Navigatiestatus, bijvoorbeeld geankerd, onderweg • Grondsnelheid, van 0 to 102 knopen in stappen van 0,1 knoop • Draaisnelheid, 0 tot 720 graden per minuut • Positie • Koers • De tijd waarop de bovenstaande informatie is bepaald Daarnaast worden iedere 6 minuten onder meer de volgende gegevens uitgezonden: • MMSI-nummer • Roepletters van het schip • Naam van het schip • Type schip of lading • Afmetingen van het schip • Diepgang, 0.1 tot 25.5 m • Bestemming • Geschatte aankomsttijd (ETA) op de bestemming (niet verplicht)

Averij-grosse (AG) (General Average)

Volgens de York-Antwerp rules 1950 luidt de officiële definitie van averij grosse: “Er is averij-grosse-handeling wanneer – en alleen wanneer – er opzettelijk en redelijkerwijze enige buitengewone opoffering of uitgave wordt gedaan ter gemene beveiliging, met het doel de zaken betrokken bij een gemeenschappelijke onderneming ter zee voor gevaar te bewaren”. Bij AG staat het gemeenschappelijke belang nl. het behoud van schip en lading op de voorgrond. De opofferingen waartoe door de gezagvoerder wordt besloten, geschieden in gemeenschappelijk belang zodat het voor de hand ligt dat elke belanghebbende een evenredig deel van de schade draagt, die anders voor rekening van één van de belanghebbenden zouden komen.

Averij-particulier (AP) (Particular Average)

Averij-particulier omvat die kosten en/of schade welke uitsluitend ten laste komen van de reder aan wiens schip schade is toegebracht (bv. stormschade) of ten laste van de eigenaar van de lading die schade heeft opgelopen (bv. door lekkage). Hier is in tegenstelling tot AG geen sprake van gemeenschappelijk belang.

B/L

Bill of Lading of cognossement is het ontvangstbewijst dat de kapitein van een schip afgeeft aan de verlader als bewijs dat de goederen aan boord van zijn schip werden geladen. Het cognossement is tevens een bewijs van een vervoerovereenkomst en geeft de houder het recht om de goederen in de loshaven in ontvangst te nemen; het is m.a.w. een titel die recht geeft op de goederen en kan als dusdanig in principe worden verhandeld tijdens de reis.

Baalcapaciteit (Bale capacity)

De baalcapaciteit is de ruimte die kan ingenomen worden door stukgoed (b.v. balen), gerekend vanaf de buikdenning (= de bevloering van het onderruim) tot de onderkant van de dekbalken en tussen de weringslatten (beschermingslatten op de binnenkant van de spanten).

BACAT

Barge Aboard Catamaran. Het BACAT schip vertoont veel gelijkenissen met het LASH schip. Ook het BACAT schip vervoert gestandaardiseerde duwbakken. Het grote verschil ligt echter in de manier waarop de duwbakken worden geladen en gelost. Daar waar bij het LASH schip de duwbakken met een kraan worden geladen of gelost, worden ze bij een BACAT schip al drijvende van en aan boord gebracht.

BACAT schip (Barge Aboard Catamaran)

Het BACAT schip vertoont veel gelijkenissen met het LASH schip. Ook het BACAT schip vervoert gestandaardiseerde duwbakken. Het grote verschil ligt echter in de manier waarop de duwbakken worden geladen en gelost. Daar waar bij het LASH schip de duwbakken met een kraan worden geladen of gelost, worden ze bij een BACAT schip al drijvende van en aan boord gebracht.

Bakboord

Linkse kant van het schip, gezien in de richting van het vooruit varend schip. Het tegengestelde van bakboord is stuurboord.

Ballast

Ballast is een zware last dat aan boord van schepen wordt geladen om de stabiliteit te verbeteren, om het schip te trimmen (over de lengte en de breedte horizontaal te krijgen), het zeewaardiger te maken en om de schroef onder te dompelen. Meestal wordt, als ballast, zeewater geladen in tanks op de bodem van het schip of in zijtanks (“wingtanks”). In tankers wordt zeewater in de ladingtanks gepompt om het schip, wanneer er geen lading aan boord is, op de gewenste diepgang te krijgen. Ballast is ook een reis van een schip zonder dat er lading aan boord is, om het schip te positioneren voor een volgende lading of om naar een droogdok te varen.

Basisinfrastructuur

(definitie volgens het Havendecreet) Zeesluizen, havendammen, staketsels, taluds en kaaimuren langs de maritieme toegangswegen niet bestemd voor de overslag van goederen of het vervoer van personen, leidingstroken van gewestelijk belang, zaten van spoorwegen van gewestelijk belang, groenschermen, bufferzones aan de rand van het havengebied, telkens met hun aanhorigheden en de ontsluitingswegen van en naar het havengebied, met uitzondering van de haveninterne basisinfrastructuur.

Beladingscoëfficiënt

De beladingscoëfficiënt van een schip is de verhouding van de laadcapaciteit en het laadvermogen of de beschikbare ruimte per ton lading.

Bevoorradingschip

Bevoorradingschepen worden gebruikt voor de aan- en afvoer van brandstof, boormodder, zoet water, booruitrusting en pijpen van en naar boorplatformen of andere vaartuigen (bijvoorbeeld naar varende pijpleggers). Behalve voor de bevoorrading zijn de bevoorradingschepen ook uitgerust voor het bestrijden van branden op zee en voor het slepen van booreilanden en –platformen. Bovendien zijn de schepen meestal ook gebouwd voor het plaatsen en weghalen van ankers rond boorinstallaties. Bevoorradingsschepen worden gekenmerkt door een hoge opbouw en een hoge brug, helemaal vooraan het schip. Bevoorradingsschepen hebben een lang, plat achterschip en zijn niet uitgerust met kranen.

Bevrachter (charterer)

De bevrachter is de tegenpartij van de vervrachter. Hij huurt het schip van de vervrachter voor het vervoer van goederen en/of passagiers tegen een overeengekomen prijs en tegen bepaalde voorwaarden, vastgelegd in de bevrachtingsovereenkomst (charter party).

Bill of lading of cognossement of connossement (B/L)

De voorwaarden voor het vervoer van goederen over zee worden vastgelegd in de vervoersovereenkomst, cognossement genoemd. Het is de vervoerder die het cognossement uitgeeft. Het soort bevrachtingsovereenkomst of charter party bepaalt wie vervoerder is: bij reisbevrachting is dit de vervrachter, bij tijdsbevrachting en bij naakt casco bevrachting is dit de bevrachter. Het cognossement heeft drie belangrijke functies: het is een ontvangstbewijs, het is het bewijs van een vervoerovereenkomst en het is een eigendomstitel. Het cognossement is in de eerste plaats een ontvangstbewijs. Door uitgifte van het cognossement verklaart de kapitein (als vertegenwoordiger van de vervoerder) dat hij de in het cognossement vermelde goederen heeft ontvangen aan boord van zijn schip. De in het cognossement vermelde omschrijving van de goederen (aard en aantal) moet overeenstemmen met de werkelijkheid. Wanneer de aard en/of het aantal niet overeenstemmen, zal de kapitein dit vermelden op het cognossement. In dat geval zal men spreken van een “foul bill of lading”. Een cognossement zonder bemerkingen (waarvan dus de omschreven aard en hoeveelheid van de goederen overeen stemmen met de werkelijkheid) noemt men een “clean bill of lading”. Wanneer de transactie tussen koper en verkoper geregeld wordt door een documentair krediet, is het bekomen van een “clean bill of lading” van essentieel belang. Bij documentair krediet zal de bank immers slechts betalen indien de gegevens van het cognossement (onder andere de aard en de hoeveelheid van de goederen) volledig overeen stemmen met die in de L/C (Letter of Credit). Het cognossement is een bewijs van een vervoerovereenkomst: door uitgifte van een cognossement verklaart de kapitein van het schip zich tegenover de houder van het cognossement akkoord om de vermelde goederen te vervoeren van de laadhaven naar de loshaven en dit binnen een redelijke termijn. De vervoerder is dus verplicht de goederen af te leveren aan de houder van het originele cognossement in de haven van bestemming. Ten slotte is het cognossement een eigendomstitel: het originele cognossement wordt beschouwd als een titel van eigendom van de erin vermelde goederen. Met andere woorden: de houder van het originele cognossement is eigenaar van de goederen. Enkel hij kan ter bestemming van de kapitein de aflevering van de goederen eisen. Aangezien het originele cognossement een eigendomstitel is, wordt het door de banken gebruikt als basis voor het documentaire krediet. De banken eisen het originele cognossement als borg voor de betaling van het krediet. Indien er bemerkingen vermeld staan op het cognossement is het geen “clean” cognossement meer en zullen de banken dit document niet aanvaarden en het krediet niet toestaan.Essentiële vermeldingen op het cognossement: • De verscheper (= de aflader van de goederen); • De “notify party” (= aangestelde van de ontvanger om de goederen in ontvangst te nemen in de loshaven); • De bestemmeling (= de ontvanger van de goederen ter bestemming); • De naam van het schip; • De laadhaven; • De loshaven; • De merken en de nummers van de goederen en/of de containers; • Het aantal en de soort verpakkingen en een omschrijving van de goederen; • Het brutogewicht van de goederen; • De maten en/of het volume van de goederen; • De plaats waar de vracht betaalbaar is; • Het aantal uitgegeven originele cognossementen (in letters en in cijfers); • De plaats en de datum van uitgifte (= de laadhaven en de dag van het laden van de goederen aan boord van het schip); • De naam en de handtekening van de kapitein (met eventueel de scheepsstempel).

Binnenhaven

Indien de haven overwegend bestemd is voor de behandeling van binnenschepen spreekt men van een binnenhaven.

BITR (Baltic Index Tanker Routes)

De Baltic Exchange is gegroeid uit de Royal Exchange of de scheepvaartbeurs van Londen. De Baltic Exchange is een onafhankelijke instelling die onder meer de gegevens verschaft over de international scheepvaartmarkt. Elke werkdag publiceert de Baltic Exchange indices over verschillende sectoren van de scheepvaart. Eén van die indices, de BITR (Baltic Index Tanker Routes), is de index van de geldende vrachtprijs voor de belangrijkste handelsroutes voor ruwe of geraffineerde petroleumproducten. De index wordt bepaald door een internationaal erkend panel dat bestaat uit vooraanstaande brokers. Deze index wordt hoofdzakelijk als referentie gebruikt voor de afsluiting van de posities op de derivaten- of futuresmarkt. Het deel dat betrekking heeft op de handel in ruwe producten wordt aangeduid met de initialen TD (Trading Dirty), in tegenstelling tot TC (Trading Clean), dat het transport van geraffineerde producten omvat. De belangrijkste routes van de TD-index zijn de volgende: • TD 1: Arabisch-Perzische Golf / Golf van Mexico (Verenigde Staten van Amerika) • TD 3: Arabisch-Perzische Golf / Japan • TD 4: West-Afrika / Golf van Mexico (Verenigde Staten van Amerika) • TD 15: West-Afrika / China

Blauwe Steen

De “Blauwe Steen” is de symbolische benaming van de rand van de kaaimuur. Deze term wordt gebruikt bij de INCO-term FOB (Free On Board), waar de verantwoordelijkheid en de kosten overgaan van de verkoper naar de koper op het ogenblik dat de goederen de scheepsreling (of de rand van de kaaimuur) passeren. In de Vlaamse havens spreekt men in dat geval van de “Blauwe Steen”.

Blokcoëfficiënt of volheidscoëfficiënt (d)

De blokcoëfficiënt van het schip is de verhouding van het volume van de romp onder de waterlijn op zomervrijboordmerk en het volume van een balk met als afmetingen de lengte tussen de loodlijnen, de breedte en de diepgang op zomervrijboordmerk. Deze verhouding ligt tussen nul en één. De blokcoëfficiënt drukt de rankheid uit van het schip. Hoe kleiner de blokcoëfficiënt, hoe ranker het schip en hoe sneller het zal kunnen varen. Oorlogsschepen hebben een zeer kleine blokcoëfficiënt. De kleinere blokcoëfficiënt gaat ten koste van het draagvermogen: De optimale vorm van de romp zal moeten rekening houden met de eisen die aan het schip zullen gesteld worden: snelle schepen (zoals koelschepen en containerschepen) zijn rank en hebben dus een kleine blokcoëfficiënt en ook een kleiner draagvermogen, tragere schepen (zoals supertankers) hebben een grote blokcoëfficiënt en een groter draagvermogen.

Bootmannen

De bootmannen maken de schepen vast aan de kaai. De bootmannen nemen de meertrossen aan van het schip en leggen ze over de bolders op de kaaimuur. Het omgekeerde doen ze bij vertrek van het schip. Voor het meren van grote schepen maken de bootmannen gebruik van kleine bootjes om de zware meertrossen van het schip tot aan de kaai te varen. Eens vastgemaakt aan de bolders, worden de meertrossen aangetrokken door middel van lieren (winches) waardoor het schip tegen de kaaimuur komt te liggen.

Borgbrief

Een borgbrief is een document waarbij de verscheper de rederij vrijwaart van de gevolgen van vorderingen die mogelijks voortvloeien uit de afgifte van een schoon cognossement (clean B/L) wanneer de goederen niet conform de omschrijving in het cognossement werden geladen. Er bestaan twee soorten borgbrieven in België: borgbrieven voor kwantitatieve clausules en borgbrieven voor niet-kwantitatieve clausules. Wanneer het cognossement de basis is van een documentair krediet, eist de bank een schoon cognossement. Dit is een cognossement zonder reserves door de kapitein. Indien de goederen om één of andere reden niet conform geladen werden, zal de kapitein reserves willen aanbrengen op het cognossement. Indien hij dit doet is er geen schoon cognossement meer en zal de bank geen documentair krediet geven. Om hieraan te verhelpen is het een gebruik om in dit geval de reserves niet op het cognossement, maar wel op de mate's receipt te vermelden en om een borgbrief op te stellen, waarin de verscheper de kapitein (de rederij) vrijwaart van de mogelijke gevolgen daarvan.

Breedte over alles (Overall breadth)

De breedte over alles is de afstand tussen twee verticale raaklijnen aan de romp van het schip, huid en eventuele berghouten inbegrepen. Berghouten zijn beschermingsstrippen op de scheepshuid aangebracht om schade aan de huid te voorkomen bij het aan- en afmeren.

Breedte volgens de mal (Moulded breadth)

De breedte volgens de mal is de afstand gemeten tussen twee verticale raaklijnen aan de omtrek van de buitenzijde van het grootspant van het schip. Het grootspant is het grootste spant van het schip, ter hoogte van het midden van de lengte tussen de loodlijnen.

Bruto register tonnenmaat – BRT (Gross register tonnage - GRT)

De bruto register tonnenmaat van een schip is in algemene zin de ruimte onder het meetdek of hoofddek evenals alle overdekte en permanent gesloten ruimten boven het meetdek. De bruto register tonnenmaat drukt de grootte van het schip uit, is dus een volume en wordt uitgedrukt in Moorsomton (1 Moorsomton = 100 cuft = 2,83 cbm). Deze definiëring van de grootte van het schip (bruto register tonnenmaat) is deze volgens de conventie van Oslo en is thans niet meer algemeen van toepassing. Ze werd vervangen door een nieuwe, meer universele, definiëring volgens de conventie van Londen van 1969, die de grootte van een schip uitdrukt in een bruto tonnenmaat. De nieuwe definiëring werd ingeven door het bestaan van al te veel uitzonderingen op de regels van Oslo. Zo werden bijvoorbeeld bij de Panama-meting, de Suez-meting en de Belgische meting andere regels van berekening gehanteerd dan die van de conventie van Oslo.

Bruto tonnenmaat – BT (Gross tonnage – GT)

Volgens de wet van Archimedes ondergaat een in een vloeistof gedompeld voorwerp een opwaartse druk gelijk aan het gewicht van de verplaatste vloeistof. Toegepast op een vlottend voorwerp betekent dit dat het gewicht van dat voorwerp gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof. Het deplacement van een schip is het gewicht van het verplaatste water of het gewicht van het schip zelf. Dit deplacement wordt uitgedrukt in metrische ton of in Engelse ‘long ton’ (1 Lt = 1.01605 t = 2240 lbs = 1.12 St of Amerikaanse short ton). Het deplacement (t) = de waterverplaatsing (m³) x soortelijk gewicht van zeewater of 1.025 t/m³.

Bulkcarrier

De bulkcarrier is gebouwd voor het vervoer van stortgoederen. Sommige schepen zijn specifiek gebouwd voor het vervoer van granen, andere voor het vervoer van kolen en ertsen. Bulkcarriers voor het vervoer van ertsen zijn voorzien van zelftrimmende ruimen. Hierdoor wordt het trimmen (het evenredig verdelen van de lading in het ruim) tot een minimum beperkt.

Bunkerhaven

Bunkers zijn de brandstoffen die het schip voor de voortstuwing en de energievoorziening aan boord nodig heeft. Een bunkerhaven is een haven waar schepen uitsluitend aanmeren om die brandstoffen aan boord te nemen.

Bunkers

De bunkers van een schip zijn de brandstoffen die het schip aan boord neemt om te kunnen varen. De aard van de bunkers hangt af van het soort scheepsmotoren van het schip.

Bunkertoeslag (Bunker Surcharge) (BAF Bunker Adjustment Fee)

Wanneer de brandstofprijzen onderhevig zijn aan grote prijsschommelingen, wordt door de rederij soms een bunkertoeslag aangerekend om de risico’s van prijsschommelingen te compenseren.

C/P

Charter Party of bevrachtingsovereenkomst is een contract waarbij de vervrachter (eigenaar van het schip) zich verbindt om een schip, of een deel ervan, ter beschikking te stellen van de bevrachter voor het vervoer van goederen en/of passagiers.

Cabotage

In de scheepvaart betekent cabotage het vervoer van goederen en passagiers langsheen de kust tussen twee havens van hetzelfde land. In sommige landen wordt cabotage voorbehouden voor de nationale vloot (VS). In het wegvervoer wordt met cabotage het vervoer bedoeld van goederen binnen de landsgrenzen van een ander land dan dat van de vervoerder.

Canvasser

Canvassers zoeken voor rederijen naar te vervoeren lading. Ze bezoeken expediteurs en verschepers van lading en proberen hen te winnen om te vervoeren met hun rederij. De canvassers volgen nauwgezet alle industriële projecten in de hoop toekomstige lading te kunnen boeken.

Capesize

Een schip van het capesize-type heeft zodanige afmetingen dat het net niet door het Suez Kanaal kan varen en dus via de Kaap de Goede Hoop moet varen. Met andere woorden betekent dit dat de diepgang groter is dan 19 meter.

Carcarriers

De carcarriers zijn schepen speciaal ontworpen voor het vervoer van grote hoeveelheden wagens. Sommige carcarriers kunnen tot 6.000 auto’s laden verdeeld over 13 dekken. Men onderscheidt de “Pure Car Carriers” (PCC’s) en de “Pure Car and Truck Carriers” (PCTC’s).

Cargo battens (Sparrings)

Houten latten die in het ruim, op de spanten van het schip, zijn bevestigd om te vermijden dat lading in het ruim in contact komt met de stalen wanden van het schip. De stalen wand van een schip is dikwijls vochtig door condensatie en de lading kan bijgevolg ook nat worden en beschadigd worden bij direct contact tussen de lading en de stalen wand van het ruim. In dat geval spreekt men van zweetschade aan de lading.

Cellulair containerschip

Cellulaire containerschepen zijn containerschepen waarvan de ruimen voorzien zijn van geleiderails, die soms doorlopen tot een stuk boven het ruim van het schip zelf. Daardoor is het tijdrovende sjorren van de containers niet meer nodig. Bij sommige, meer recente cellulaire containerschepen ontbreken de luikdeksels op de ruimen. Deze schepen zijn uitgerust met pompen om het regenwater, indien nodig, uit het ruim te pompen.

Classificatiemaatschappij

Alle schepen worden gebouwd naar de regels van een classificatiemaatschappij. De Classificatiemaatschappij keurt de plannen van het schip goed en houdt toezicht op de eigenlijke bouw van het schip. Daarbij wordt ook toezicht gehouden op de kwaliteit van de gebruikte materialen en op de vakbekwaamheid van de scheepsbouwers. Na voltooiing levert de classificatiemaatschappij een certificaat af, het certificaat van Klasse, voor Schip en Machinerieën. Dit klassecertificaat is de basis om het schip te verzekeren. De classificatiemaatschappijen zien ook toe op de technische staat van het schip, op de leefomstandigheden aan boord en op de veiligheid. Daarvoor geven zij, soms ook in naam van de vlaggestaat van het schip, bepaalde certificaten af.

COA

COA staat voor Contract of Affreightment en is een overeenkomst tussen de scheepseigenaar en de verscheper, waarbij de scheepseigenaar zich verbindt een afgesproken hoeveelheid goederen te zullen vervoeren. De scheepseigenaar kan daarbij zelf bepalen welk schip hij voor dat vervoer zal inzetten.

Cohesiefonds

De Structuurfondsen en het Cohesiefonds zijn de financiële instrumenten van de Europese Unie (EU) voor het regionaal beleid. Met dit beleid streeft de Unie ernaar het verschil in ontwikkeling tussen de regio's en de lidstaten te verkleinen. De fondsen zijn een belangrijk instrument ter bevordering van de economische, sociale en territoriale samenhang. Voor het regionaal beleid is voor de periode 2007-2013 een bedrag van bijna 348 miljard euro uitgetrokken: 278 miljard voor de Structuurfondsen en 70 miljard voor het Cohesiefonds. Dat is ongeveer 35% van de communautaire begroting en de op een na grootste begrotingspost. Er zijn twee Structuurfondsen: • Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) is thans het belangrijkste Structuurfonds. Via dit fonds, dat in hoofdzaak op bedrijven gericht is, worden sinds 1975 infrastructuurwerken en productie-investeringen waarmee werkgelegenheid wordt geschapen, mede gefinancierd. • Het Europees Sociaal Fonds (ESF), dat in 1958 werd opgericht, ondersteunt de beroepsintegratie van werklozen en kansarme bevolkingsgroepen door de financiering van opleidingsacties. Om de economische, sociale en territoriale convergentie te versnellen, heeft de Europese Unie in 1994 een Cohesiefonds ingesteld. Dit is bestemd voor landen waarvan het bruto binnenlands product (BBP) per inwoner minder dan 90% van het gemiddelde voor de Gemeenschap bedraagt. Het Cohesiefonds heeft tot doel infrastructuurprojecten op het gebied van milieu en vervoer te financieren. Aan de steun van het fonds zijn echter een aantal voorwaarden verbonden. Wanneer het begrotingstekort van een begunstigde lidstaat groter is dan 3 % van het BBP van dat land (convergentieregels van de Economische en Monetaire Unie) worden geen nieuwe projecten goedgekeurd zolang het begrotingstekort niet onder controle is gebracht. Deze fondsen zijn bestemd voor de financiering van het regionaal beleid tussen 2007 en 2013 in het kader van drie nieuwe doelstellingen: • De doelstelling "Convergentie", die beoogt de convergentie van achtergebleven lidstaten en regio's in de EU te bespoedigen door een verbetering van de voorwaarden voor groei en werkgelegenheid. Deze doelstelling wordt gefinancierd door het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds. Aan deze doelstelling wordt 81,5% van de toegekende middelen besteed. De maximumbijdrage aan medegefinancierde openbare uitgaven bedraagt 75% voor het EFRO en het ESF en 85% voor het Cohesiefonds. • De doelstelling "Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid" moet het mogelijk maken op economische en sociale veranderingen te anticiperen en innovatie, ondernemerschap, milieubescherming en de ontwikkeling van inclusieve arbeidsmarkten te bevorderen in regio's die niet onder de doelstelling "Convergentie" vallen. Aan deze doelstelling, die wordt gefinancierd door het EFRO en het ESF, wordt 16% van de toegekende middelen besteed. Maatregelen die onder deze doelstelling vallen, kunnen tot maximaal 50% van de openbare uitgaven worden mede gefinancierd. • Met de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" wordt beoogd de grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking te intensiveren bij de stads-, plattelands- en kustontwikkeling, de ontwikkeling van economische relaties en de vorming van netwerken voor kleine en middelgrote bedrijven (het MKB). Aan deze doelstelling, die wordt gefinancierd door het EFRO, wordt 2,5% van de toegekende middelen besteed. Maatregelen die onder deze doelstelling vallen, kunnen tot maximaal 75% van de openbare uitgaven worden mede gefinancierd. De steun van de Structuurfondsen en van het Cohesiefonds wordt altijd toegekend als medefinanciering. De percentages kunnen worden verminderd op basis van het principe “de vervuiler betaalt” of wanneer een project inkomsten genereert. Het spreekt voor zich dat de Europese regelgeving inzake concurrentie, milieu en de gunning van overheidsopdrachten moet worden nageleefd.

Combined container/roll-on/roll-off schepen (conro)

Naast ruimte voor het gespecialiseerd containervervoer is het schip uitgerust met één of meerdere inrijpoorten (achteraan en/of in de zijde) voor het vervoer van rollend materieel.

Comité van de Regio’s (CvdR)

Het Comité van de Regio’s werd bij het Verdrag van Maastricht in 1992 opgericht en bestaat uit 317 vertegenwoordigers van de lokale en regionale lichamen. De vertegenwoordigers worden op voorstel van de lidstaten voor een periode van vier jaar met eenparigheid van stemmen door de Raad benoemd. Het Comité wordt door de Raad, het Parlement en de Commissie geraadpleegd op gebieden waarmee regionale en lokale belangen zijn gemoeid, zoals onderwijs, jeugdzaken, cultuur, volksgezondheid, economische en sociale samenhang. Het Comité kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen. Sedert de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in mei 1999 moet het Comité van de Regio’s op een groter aantal terreinen verplicht worden geraadpleegd: milieu, sociaal fonds, beroepsopleiding, grensoverschrijdende samenwerking en vervoer.

Comités en werkgroepen

In alle fasen van de wetgevingsprocedure zijn comités actief die de communautaire instellingen bijstaan. Deze comités zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken sectoren, onafhankelijke deskundigen of deskundigen die afkomstig zijn van de nationale overheidsdiensten en stellen de Commissie in staat rekening te houden met de belangen van de doelgroepen waarvoor een eventuele regelgeving is bestemd. In totaal bestaan voor alle sectoren samen ongeveer 60 raadgevende comités. De helft daarvan houdt zich bezig met landbouwvraagstukken. Daarnaast bestaan verschillende werkgroepen die voorbereidende werkzaamheden voor het Coreper (Comité van Permanente Vertegenwoordigers) verrichten.

Comitologie

Volgens het EG-Verdrag (artikel 202) is het de taak van de Commissie om de EU-wetgeving uit te voeren. In de praktijk betekent dit dat de Raad in elk wetgevingsbesluit moet aangegeven welke uitvoeringsbevoegdheden hij aan de Commissie toekent. Het Verdrag bepaalt dat de Commissie daarbij wordt bijgestaan door een comité. Dit gebeurt volgens de zogenaamde comitéprocedure. De comités fungeren als discussieforums. Zij bestaan uit vertegenwoordigers van de lidstaten en worden voorgezeten door de Commissie. Dankzij deze comités kan de Commissie met de nationale overheidsdiensten overleggen, voordat zij uitvoeringsmaatregelen vaststelt. Hiermee wordt beoogd deze maatregelen zo goed mogelijk op de realiteit in elk betrokken land af te stemmen. De betrekkingen tussen de Commissie en deze comités worden geregeld in een besluit van de Raad uit 1999, het zogenaamde comitologiebesluit. Dit besluit garandeert het Europees Parlement het recht van controle op de toepassing van de wetgeving die volgens de medebeslissing procedure tot stand is gekomen. Het Parlement kan te kennen geven dat het niet instemt met voorstellen van de Commissie, of eventueel van de Raad, als het van oordeel is dat deze voorstellen de in die wetgeving bepaalde uitvoeringsbevoegdheden te buiten gaan. De comités kunnen worden ingedeeld volgens hun functie: • Raadgevende comités: zij brengen advies uit aan de Commissie, die er zo veel mogelijk rekening mee moet houden. • Comités van beheer: wanneer de door de Commissie vastgestelde maatregelen uiteindelijk niet in overeenstemming zijn met het advies van een comité van beheer, moet de Commissie ze meedelen aan de Raad, die binnen een in het basisbesluit vastgestelde termijn met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andere beslissing kan nemen. • Regelgevende comités: wanneer de door de Commissie voorgenomen maatregelen uiteindelijk niet in overeenstemming zijn met het advies van een regelgevend comité, moet de Commissie ze aan de Raad en voor kennisgeving aan het Europees Parlement meedelen. De Raad kan binnen een termijn van ten hoogste drie maanden zijn instemming met de maatregelen betuigen ofwel een wijziging aanbrengen. Als de Raad geen beslissing neemt, stelt de Commissie de uitvoeringsmaatregelen vast, tenzij de Raad zich daartegen verzet. In dit geval kan de Commissie een herzien voorstel, een geheel nieuw voorstel of hetzelfde voorstel nog eens indienen. • Comités regelgeving met toetsing: deze comités moeten de Raad en het Parlement in staat stellen maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de medebeslissing procedure vastgesteld besluit te toetsen voordat deze worden aangenomen. Indien een van beide instellingen zich verzet, mag de Commissie de voorgestelde maatregel niet vaststellen, maar zij kan wel een gewijzigd of een nieuw voorstel indienen. Het besluit van de Raad van 28 juni 1999 heeft het besluit van 13 juli 1987 vervangen; het vereenvoudigt de vroegere regeling en houdt rekening met de invoering van de medebeslissingsprocedure (toekenning van een medezeggenschapsrecht aan het Parlement). Het heeft ook de comitéprocedure voor het Parlement en het publiek transparanter gemaakt. De documenten van de comités zijn gemakkelijker toegankelijk voor de burgers en worden in een openbaar register opgeslagen. Het Parlement wordt bovendien regelmatig en uitvoerig over de werkzaamheden van de comités geïnformeerd. Het besluit uit 1999 werd in juli 2006 vervangen door een nieuw besluit, dat een nieuwe procedure voor de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden invoert: de regelgeving procedure met toetsing. Met deze procedure worden de twee takken van de wetgevingsautoriteit bij de toetsing van de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden op voet van gelijkheid behandeld voor kwesties die onder de medebeslissing vallen.

Conferentie

Een conferentie (scheepvaart- of vrachtconferentie) is een vorm van samenwerking tussen meerdere rederijen, resp. exploitanten van regelmatige lijndiensten, die in dezelfde vrachtenmarkt actief zijn. Zij leveren regelmatige vervoerdiensten tussen dezelfde gebieden. De conferenties zijn samengesteld uit rederijen van verschillende nationaliteiten. Elk van hen baat een bepaalde transportroute uit, die veelal nog onderscheiden wordt in “inbound” (naar Europa toe) en “outbound” (vanuit Europa naar een overzees gebied). Ieder conferentie heeft een eigen inhoud: de afspraken tussen de participanten onderling en de voorwaarden ten aanzien van het cliënteel verschilt al naargelang de conferentie. De conferenties zijn ontstaan in het laatste kwart van de negentiende eeuw toen de regelmatige lijnvaart vorm begon te krijgen en de onderlinge concurrentie het hoofd opstak. Het doel van de conferenties is de concurrentie tussen regelmatige lijndiensten die hetzelfde vaargebied bedienen uit te schakelen en de mededinging van niet-leden (de “outsiders”) te bestrijden

Consortium (exploitatiegemeenschap)

Een consortium is een overeenkomst tussen twee of meer rederijen om een gemeenschappelijke regelmatige lijn uit te baten. De overeenkomst wordt gewoonlijk voor een lange, doch bepaalde tijdsduur afgesloten en is beperkt in ruimte (een bepaalde route). Het beheer van de regelmatige lijn gebeurt onder één bedrijfsleiding waaraan de verschillende partners deelnemen. De zelfstandigheid van de deelnemers blijft echter behouden. De inkomsten uit het consortium worden verdeeld à rato van de inbreng van de deelnemers. Het consortium heeft als doel de onderlinge concurrentie tussen de deelnemers en de concurrentie van derden te bestrijden en kosten te besparen.

Container Interchange Report

Een container interchange report is een document dat een gedetailleerde beschrijving geeft van de uiterlijk staat van een container op het moment dat de container overgaat van een verantwoordelijke houder naar een ander. Door bij elke overgang een container interchange report op te maken, kan vastgesteld worden waar de schade aan de container is ontstaan en kan hij die op dat moment de container onder zijn toezicht had verantwoordelijk worden gesteld.

Containerhaven

Een containerhaven is een haven die speciaal is ontworpen en uitgerust voor de behandeling van containerschepen. Deze haven is uitgerust met containerkranen en wordt gekenmerkt door uitgestrekte terreinen achter de kaai, waar de containers kunnen worden gestapeld en worden overgeslagen op vrachtwagens en/of treinwagons.

Containerschip

Het containerschip is speciaal ingericht voor het vervoer van gestandaardiseerde containers. Kenmerkend is de uitrusting van de ruimen met cellen waarin de containers verticaal geladen worden. Het containerschip vervoert meestal een belangrijk deel van de containers op dek. Aldus wordt in zekere mate compensatie gevonden voor het belangrijk verlies aan laadruimte in de romp van het schip zelf. Om de containers zonder hinder te kunnen laden dienen de luikopeningen zeer lang en breed te zijn. Sommige moderne containerschepen hebben zelfs geen luiken meer; enkel de ruimen vooraan het schip zijn nog uitgerust met luikdeksels om te voorkomen dat het buiswater van het schip de ruimen zou onder water zetten. De meeste containerschepen zijn niet voorzien van los- en laadgerei. De capaciteit van de containerschepen wordt uitgedrukt in TEU: twenty foot equivalent units. Iedere container wordt omgezet in een aantal containers van twintig voet: b.v. een container van 40 voet = 2 TEU. Men onderscheidt de full containerschepen, de part containerschepen en de conro schepen.

Coreper

Het Coreper (Comité van Permanente Vertegenwoordigers) bestaat uit de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten. Het Coreper staat de Raad van de Unie bij door de dossiers die op de Raadsagenda staan, voor te bereiden, voorafgaand aan het onderhandelingsstadium. Het Comité neemt een centrale plaats in in het communautaire besluitvormingsproces. Het heeft zowel de rol van overlegorgaan (overleg tussen de permanente vertegenwoordigers onderling en tussen elke afzonderlijke vertegenwoordiger en zijn hoofdstad) als van orgaan voor politieke controle (sturing en controle van de werkzaamheden van de deskundigengroepen).

Corner fitting

Iedere container is op elke hoek voorzien van een corner fitting. Dit is een stalen kubus die aan iedere buitenkant voorzien is van een ovale opening. Deze openingen dienen om de containers op te heffen of om ze vast te zetten op het schip, de vrachtwagen, de spoorwagon of om de container aan een andere container te koppelen.

COW

COW (Crude Oil Washing) is een reinigingstechniek voor ruimen van tankers waarbij er tijdens de lossing van de tanker ruwe olie wordt gebruikt om de tanks schoon te spuiten. Hierdoor blijft er een minimum aan residu over in de cargotanks.

Crude (oil)

Crude (oil) is ruwe petroleum zoals het uit de bron werd gepompt, dus vóór de raffinage.

Cruiseschip

De huidige passagiersschepen worden bijna uitsluitend nog gebruikt voor het maken van cruises, vaak zeer luxueuze vakantiereizen waarbij aan boord een volledig ontspanningsprogramma wordt aangeboden. De cruiseschepen zijn uitgerust met zwembaden, bioscopen, bars, casino’s, fitnesscentra en theaters. Kenmerkend voor cruiseschepen zijn de stabilisatievinnen die het slingeren van het schip beperken. Het aantal bemanningsleden van cruiseschepen bedraagt de helft tot tweederde van het aantal passagiers.

Cutterzuiger (snijkopzuiger)

Cutterzuigers of snijkopzuigers worden gebruikt voor het baggeren in hard materiaal dat zich zo maar niet laat oppompen. Een draaiende snijkop maakt de baggerspecie los. Meestal hebben cutterzuigers geen eigen voortstuwing. Bij het baggeren maken ze gebruik van spudpalen waarmee ze zich tijdelijk in de grond verankeren om, door het trekken aan ankers, met een zwaaiende beweging de bodem af te graven. Door steeds van spudpaal te wisselen werkt de cutterzuiger zich naar voren. Het losgefreesde materiaal wordt met een baggerpomp opgezogen en via een drijvende leiding naar de stortplaats gepompt.

Diepgang (Draft)

De diepgang van het schip is de verticale afstand tussen de waterlijn en de onderzijde van de kiel, gemeten in het midden van de lengte tussen de loodlijnen. De minimum uitwatering komt overeen met de maximale diepgang.

Disbursements

Onder disbursements verstaat men alle uitgaven, welke in een haven voor havenrechten, laad- en loskosten, sleepboten , proviand enz. door de agenten ten behoeve van het schip worden gedaan. In zeeverzekeringspolissen heeft de uitdrukking ‘disbursements’ betrekking op alle uitgaven van de rederij voor aanvang van de reis zoals kosten voor bunkers, proviand, inventaris, uitgaande havenrechten enz.

Dokschip of half-afzinkbare zware-ladingsschepen (semi-submersible heavy-lift ship)

Zeer grote en/of zware objecten die kunnen drijven, worden dikwijls vervoerd met okschepen. Deze schepen kunnen zich met hun dek zo ver onder de waterlijn laten afzinken, dat ze grote drijvende voorwerpen, zoals boorplatforms of baggervaartuigen, in hun geheel kunnen optillen.

Douane-unie

De douane-unie werd in 1968 voltooid en was de belangrijkste doelstelling na de ondertekening van het Verdrag van Rome. De belangrijkste maatregelen bestonden uit: • De afschaffing van alle douanerechten en beperkingen tussen de lidstaten. • De vaststelling van een gemeenschappelijk douanetarief (GDT) dat in de gehele Europese Gemeenschap van toepassing is op goederen van herkomst uit derde landen. (de inkomsten uit douanerechten maken deel uit van de eigen middelen van de Gemeenschap) • De gemeenschappelijke handelspolitiek als extern element van de douane-unie.

Douaneagent

De douaneagent is ieder fysisch of rechtspersoon die voor derden douaneformaliteiten vervult, hetzij als hoofdberoep, hetzij als bijberoep. Juridisch gezien is de douaneagent een mandataris die goederen in- en uitklaart.

DPP

Damage Protection Plan is een extra verzekering van de containers aangeboden door de containerleasingmaatschappijen aan hun klanten. Wanneer de klant een kleine dagelijkse bijdrage betaalt is hij bij de leasingmaatschappij verzekerd tegen bepaalde schades of voor onderhoudskosten aan de containers die hij huurt.

Draagvermogen (Deadweight - DWT)

Het draagvermogen van het schip is het deplacement verminderd met het gewicht van het ledig schip. Het draagvermogen omvat wel nog het gewicht van de lading, de brandstof (bunkers) voor de reis met reserve, ballast, drinkwater, proviand, losse inventaris (stores) en de reserve onderdelen (spare parts) en opvarenden. Het draagvermogen wordt uitgedrukt in ton (tdwt) en is een maat voor grootte van het schip. Deze maat wordt vooral gebruikt bij tankers en bulkcarriers. Omdat de laadlijnmerken wisselen naargelang de vaargebieden en de seizoenen, is het belangrijk te vermelden voor welk vaargebied het draagvermogen of deadweight geldt. In de praktijk wordt de zomerlaadlijn als referentie genomen. Men spreekt hier ook soms van ‘deadweight all told’ (DWAT).

Droogdok

Een droogdok is een dok of een bassin dat leeggepompt kan worden om er schepen in droog te zetten voor inspectie, onderhoud of herstellingswerken. Een drijvend droogdok is een ponton waarvan de dwarsdoorsnede U-vormig is. Door het ponton met ballastwater te vullen kan het worden afgezonken zodat schepen tussen de twee opstaande wanden kunnen worden gevaren. Door het ballastwater uit het dok te pompen kan het schip uit het water worden getild zodat inspectie, onderhoud of herstelling mogelijk wordt.

Duim (Inch)

1 duim = 2,54 cm. 1 cm = 0,39 duim

Dukdalf

Een dukdalf is een in het water geplaatste zware paal, gesteund door vier tot acht schoorplaten, dienend om er schepen aan vast te leggen, of tot bescherming van bruggen en sluizen.

DWAT

Deadweight all told of het bruto draagvermogen van een schip drukt de hoeveelheid goederen uit die het schip kan laden, inclusief de voorraden, de smeerolie en de brandstoffen. Het is tevens het verschil tussen de geladen en de ledige waterverplaatsing. Wanneer men spreekt van draagvermogen of DWT, bedoelt men meestal DWAT.

DWCC

Deadweight Cargo Capacity of het netto draagvermogen van een schip geeft enkel aan hoeveel zuivere vracht kan geladen worden, zonder de voorraden noch de brandstoffen en smeerolie voor het schip.

DWT

Deadweight of het draagvermogen van het schip is de hoeveelheid lading, uitgedrukt in gewicht, die het schip kan laden wanneer het geladen is tot op zijn zomervrijboordmerk. Het draagvermogen wordt uitgedrukt in gewichtstonnen : long ton (1 long ton = 1.016 kg), metrieke ton (1 metriek ton = 1.000 kg) en soms ook short ton (1 short ton = 907 kg).

Eastbound

De termen “eastbound” en “westbound” worden gebruikt om de richting aan te duiden waarin een schip vaart op de lijn. Een containerschip dat van Europa naar Amerika vaart, vaart “westbound”. Een schip dat van Europa naar Azië vaart “eastbound”. Een schip dat van Amerika naar Azië vaart, vaart “westbound”.

Eigenaar (shipowner)

De eigenaar bezit het schip. Hij is al dan niet ook de reder en de vervrachter van het schip.

Emmerbaggermogen

Een emmerbaggermolen is een werktuig in de baggerindustrie dat met een emmerladder met emmerketting zand en slib met behulp van baggeremmers van de waterbodem schept. Deze emmers worden rondgedraaid om de ladder en snijden daardoor erg nauwkeurig de grond af.

Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC)

Het Europees Economisch en Sociaal Comité werd in 1957 door het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap opgericht om de belangen van de verschillende economische en maatschappelijke categorieën te vertegenwoordigen. Het Comité telt 317 leden die over drie groepen zijn verdeeld: werkgevers, werknemers en vertegenwoordigers van specifieke activiteiten (landbouwers, ambachtslieden, kleine en middelgrote bedrijven en industrieën, vrije beroepen, vertegenwoordigers van consumenten, wetenschappen en onderwijs, sociale economie, gezinnen en milieubewegingen). De leden worden voor vier jaar door de Raad met eenparigheid van stemmen benoemd. Die benoeming kan met vier jaar worden verlengd. Het EESC wordt geraadpleegd voor de goedkeuring van een groot aantal besluiten betreffende interne markt, onderwijs, consumentbescherming, milieu, regionale ontwikkeling en op sociaal gebied. Het kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen. Sedert de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in mei 1999 moet het EESC op een groter aantal terreinen verplicht worden geraadpleegd (nieuw werkgelegenheidsbeleid, nieuwe bepalingen op sociaal gebied, volksgezondheid en gelijke kansen). Het EESC kan door het Europees Parlement worden geraadpleegd.

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) financiert bijstandspakketten die de economische en sociale samenhang bevorderen door de belangrijkste regionale onevenwichtigheden ongedaan te maken en door deel te nemen aan de ontwikkeling en de omschakeling van de regio’s. Op die manier draagt EFRO bij tot de stimulering van een duurzame ontwikkeling en tot het scheppen van duurzame werkgelegenheid.

Europees Parlement

Bestaat sinds 14 juli 2009 uit 736 rechtstreeks verkozen leden (5 jaar, 2009-2014): 22 Belgen + 99 Duitsers + 72 Fransen + 72 Britten +72 Italianen + 50 Spanjaarden + 13 Denen + 13 Finnen + 22 Grieken + 12 Ieren + 25 Nederlanders + 6 Luxemburgers + 17 Oostenrijkers + 22 Portugezen + 18 Zweden + 6 Cyprioten + 22 Tsjechen + 6 Esten + 22 Hongaren + 8 Letten + 12 Litouwers + 5 Maltezen + 50 Polen + 13 Slowaken + 7 Slovenen + 17 Bulgaren + 33 Roemenen. Zij vergaderen elke maand in Straatsburg gedurende 1 week (rest: in Brussel). Het secretariaat-generaal is gevestigd in Luxemburg. Bevoegdheden: • Wetgevende bevoegdheid net als de Raad van Ministers; • Democratische controle van de Commissie; • Stemt over de begroting, de Europese wetgeving en adviseert de Raad die beslist.

Europese Commissie

Is de politiek onafhankelijke instelling die instaat voor de uitvoering van de Europese beslissingen. De Commissie bestaat uit 27 commissarissen benoemd voor 5 jaar (vanaf 1 november 2004, één per lidstaat). Ze doen voorstellen aan de Raad i.v.m. het Europees beleid. Zij heeft dus ook initiatiefrecht op wetgevend gebied.

Europese ombudsman

Na iedere verkiezing benoemt het Europees Parlement een ombudsman. Zijn mandaat is geldig voor de zittingsduur van het parlement. Hij is bevoegd kennis te nemen van klachten van burgers van de Unie of van natuurlijke of rechtspersonen met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat over gevallen van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen of organen, met uitzondering van het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg. Indien de ombudsman een geval van wanbeheer heeft vastgesteld, legt hij de zaak voor aan de betrokken dienst, stelt hij een onderzoek in, zoekt hij een oplossing voor het probleem en dient hij eventueel ontwerp-aanbevelingen in, waarop de instelling door middel van een met redenen omkleed standpunt binnen drie maanden moet antwoorden. De ombudsman legt elk jaar aan het Europees Parlement een verslag voor.

Europese richtlijn

Europese wetgeving die moet worden omgezet in de nationale wetgeving van de lidstaten

Europese Structuurfondsen

Fondsen die de Europese Unie beschikbaar stelt om het (werkgelegenheids-)beleid van lidstaten en regio’s te ondersteunen

Eurostat

Eurostat is een verkorte term van het Statistisch Bureau van de EU. Het Statistisch Bureau is verantwoordelijk voor het verzamelen en de publicatie van statistische gegevens over alle Europese activiteiten.

Expected Time of Arrival (ETA)

Expected Time of Arrival is het geschatte uur waarop een schip in een haven zal aankomen.

Expected Time of Completion (ETC)

Expected Time of Completion is het geschatte uur waarop de laad- en losactiviteiten zullen beëindigd worden.

Expected time of Departure (ETD)

Expected Time of Departure is het geschatte uur waarop het schip uit een haven zal vertrekken.

Expediteur (Forwarding Agent)

Een expediteur is een organisator van het verzenden van goederen. Dit is veel ruimer van het louter vervoer van goederen van een plaats naar een andere. Naast het eigenlijke vervoer zorgt de expediteur ook voor de afhandeling van heel wat administratieve formaliteiten zoals bijvoorbeeld het aanvragen van de nodige vergunningen, prijsvragen en –vergelijkingen, het negotiëren van prijzen en het boeken van ladingen bij rederijen, organisatie van wegvervoer, opslag van goederen, organisatie van groepage van kleine loten goederen, het vervullen van eventuele douaneformaliteiten, de coördinatie tussen alle betrokken partijen enz. Een expediteur kan men een architect van het verzenden van goederen noemen.

FAK

Freight for All Kinds. FAK is een forfaitaire zeevracht waarbij de basis van berekening, onder bepaalde voorwaarden, geen rekening houdt met de categorie waartoe de te vervoeren goederen behoren.

FCL

Full Container Load. Men spreekt van FCL als de rederij of de vervoerder van containers enkel volle containers ter vervoer aanneemt. Er worden bij FCL dus geen kleine loten goederen (groepageladingen) ter vervoer aangenomen, maar enkel volle containers.

Feedering

Feedering is het verschepen van (container)lading vanuit meerdere (kleinere) havens naar één (grotere) haven, waar de lading, voor transoceanisch vervoer, wordt overgeladen op een groter schip. Feedering omvat ook de omgekeerde beweging: (container)ladingen, afkomstig van een transoceanische lijn, worden verder vervoerd naar diverse kleinere havens.

Fender

Een fender is een cilindervormig kussen dat aan de kaaimuur wordt bevestigd of overboord wordt gehangen van een schip ter voorkoming van beschadiging van de scheepshuid tegen de kaaimuur of tegen een ander schip. Synoniem is stootkussen.

Ferryschip en het roll-on/roll-off schip

Het ferryschip is in wezen een oudere benaming voor een schip waarin de lading bestaande uit spoorwagons, auto’s, vrachtwagens en aanhangwagens via een inrijpoort (aan achter- en/of voorsteven) vervoerd werd. Heel dikwijls gaat dit vervoer samen met passagiersvervoer.

FILO

Free In / Liner Out. Bij FILO is het laden aan boord van het schip niet in de vrachtprijs begrepen. Het lossen ter bestemming daarentegen wel. In dit geval moet de verscheper zelf het laden van de goederen in het schip apart betalen.

FIOS

Free In Out and Stowed. Bij FIOS is noch het laden, het lossen of het stuwen van de goederen in het schip in de vrachtprijs inbegrepen. Deze kosten moeten apart door de verscheper en de ontvanger worden betaald. Bij FIOS dekt de vrachtprijs enkel en alleen het eigenlijke vervoer.

FIOT

Free In Out and Trimmed. Bij FIOT is noch het laden, het lossen of het trimmen van de goederen in het schip in de vrachtprijs inbegrepen. Deze kosten moeten apart door de verscheper en de ontvanger worden betaald. Bij FIOT dekt de vrachtprijs enkel en alleen het eigenlijke vervoer.

FLT

Full Liner Terms. De “Liner Terms” zijn de voorwaarden voor het vervoer van goederen over zee. Ze drukken uit wat wél en wat niet in de vrachtprijs (= de prijs voor het vervoer van goederen over zee) is begrepen en dit gezien vanuit het standpunt van de rederij. Bij full liner terms is in de vrachtprijs zowel het laden, het lashen (= het vastzetten van de lading in het schip), het eventueel trimmen (= het effen leggen van de lading in geval van bulkladingen), het vervoer zelf als het lossen van de lading inbegrepen in de prijs. Full liner terms is hetzelfde als Liner In / Liner Out.

FPSO (Floating Production, Storage and Offloading ship)

Een FPSO (Floating Production, Storage and Offloading ship) is een drijvend ponton of een schip dat gebruikt wordt op olievelden op zee om olie of gas te ontginnen, te behandelen of op te slaan. De FSPO dient tevens als buffer tot wanneer de olie of het gas kan worden overgeladen in tankers die het product aan land brengen of tot wanneer de olie of het gas aan land kan worden gebracht via een pijpleiding.

Fruitschip

Het fruitschip is verwant met het koelschip. De temperatuur dient iets onder en meestal iets boven het nulpunt constant gehouden te worden. Dit zijn over het algemeen ook zeer snel varende schepen.

FSO (Floating Storage and Offloading ship)

FSO (Floating Storage and Offloading ship) wordt vaak gebruikt op olievelden waar het niet mogelijk of niet doeltreffend is om een pijpleiding naar de kust te leggen. De olie gaat van het productieplatform naar de FSO, waar het opgeslagen wordt om later te worden overgepompt in tankers die de lading aan land brengen.

Full containerschepen

De full containerschepen vervoeren alleen standaard containers.

Gastanker

Gastankers zijn schepen waarmee vloeibaar gemaakt gas wordt vervoerd. Vloeibare gassen kunnen in twee hoofdgroepen worden verdeeld: vloeibaar petroleumgas (LPG, Liquified Petroleum Gas) en vloeibaar aardgas of vloeibaar methaan (LNG, Liquified Natural Gas). Door het gas tot zeer lage temperaturen af te koelen krimpt het zeer sterk. Aardgas bijvoorbeeld vermindert 600 keer in volume wanneer het wordt afgekoeld tot -162°C. Door het vloeibaar maken van het gas kunnen bijgevolg zeer grote hoeveelheden in één reis worden vervoerd. De tanks van gastankers zijn gebouwd van speciale staalsoorten om tegen de zeer lage temperaturen bestand te zijn.

General Cargo schip

Het “General Cargo” schip is gebouwd om een ruim aantal goederensoorten, overwegend stukgoed, te vervoeren. Door de toegenomen specialisatie in de scheepvaart als gevolg van de toegenomen vraag naar zeevervoer en door de toegenomen containerisatie, komt dit scheepstype steeds minder voor.

Gesloten schuildekschip

Bij sommige schuildekschepen kon de tonnage-opening afgesloten worden. Indien de tonnage-opening afgesloten was, werd de ruimte van de schuildekken wel inbegrepen in de bruto register tonnenmaat. Het schip vaarde dan als gesloten schuildekschip. Door de hogere bruto register tonnenmaat van het schip moest het meer havenrechten betalen. Dit gebeurde echter alleen als er genoeg lading beschikbaar was om de schuildekken af te laden. Sinds de conventie van Londen van 1969 wordt geen rekening meer gehouden met de speciale structuur van schepen voor het bepalen van de bruto tonnenmaat.

Goedkope vlag

Ieder schip wordt in een land geregistreerd. Het land van registratie is de nationaliteit van het schip. De nationaliteit heeft een zeer belangrijke invloed op de exploitatievoorwaarden van het schip. Door zijn nationaliteit is het schip onderworpen aan de wetten van het land waarvan het de vlag voert. De nationale politiek ter bevordering of bescherming van de koopvaardijvloot van de vlag zal de exploitatie beïnvloeden. Bovendien geniet het schip van de politieke bescherming, maar draagt ook de gevolgen van de conflicten waarin het land in gemengd is. Sommige landen bieden zeer gunstige voorwaarden aan voor het voeren van hun vlag, zoals bijvoorbeeld de vrijstelling van belastingen, tegen de betaling van een registratierecht en een jaarlijks recht op basis van de tonnenmaat. Men zegt dat schepen die varen onder de vlag van één van die landen varen onder een goedkope vlag omdat de kostprijs om onder die vlag te varen lager is.

Graan- en ertshaven

Graan- en ertshavens zijn havens waar granen en/of ertsen worden geladen in en/of gelost uit bulkcarriers. Kenmerkend voor dit soort haven zijn de mechanische laad- en losinstallaties zoals transporteurs, elevators, lopende banden en zware grijpers die zorgen voor een snelle behandeling en afvoer van de lading naar opslagplaatsen, silo's, spoorwagons of binnenschepen.

Graancapaciteit (Grain capacity)

De graancapciteit is de ruimte die kan ingenomen worden door stortgoederen (b.v. graan), gerekend vanaf de tanktop (= vloer onderruim of bovenkant van de dubbele bodem) tot de bovenkant van de dekbalken of dekbeplating, en tussen de buitenkant van de spanten of de huidbeplating van het schip.

Groenboek

Een groenboek is een document dat tot doel heeft een denkproces te bevorderen en een raadplegingsprocedure over een bepaald onderwerp op Europees niveau op gang te brengen. Een groenboek wordt door de Commissie gepubliceerd. Het overleg dat naar aanleiding van een groenboek plaatsvindt, kan leiden tot de publicatie van een Witboek, waarin resultaten van de discussie in de vorm van concrete actiemaatregelen van de Gemeenschap worden opgenomen.

Grootspantcoëfficiënt (ß)

De grootspantcoëfficiënt is de verhouding van het grootspant tot het oppervlak van de omschreven rechthoek. Hoe voller het grootspant, des te groter het draagvermogen

GRT

Gross Register ton = Bruto register ton. De bruto register tonnenmaat van een schip is in algemene zin de ruimte onder het meetdek of hoofddek evenals alle overdekte en permanent gesloten ruimten boven het meetdek. De bruto register tonnenmaat drukt de grootte van het schip uit, is dus een volume en wordt uitgedrukt in Moorsomton (1 Moorsomton = 100 cuft = 2,83 cbm).

GT

Gross Ton = Bruto ton of de bruto tonnenmaat is het volume van alle gesloten ruimten van het schip. Er is geen verwijzing meer naar het meet- of hoofddek. De bruto tonnenmaat wordt uitgedrukt in Moorsomton (1 Moorsomton = 100 cuft = 2,83 cbm).

Haven

Een haven is een natuurlijke of kunstmatig aangelegde, veilige ligplaats voor schepen die goederen moeten laden en/of lossen, passagiers moeten in- en/of ontschepen, reparaties moeten ondergaan of waar de schepen kunnen schuilen in afwachting van beter weer. Een haven moet beschutting bieden tegen de elementen van de natuur (wind, golven en stromingen) en voorzien zijn van de nodige installaties voor het doel waarvoor de haven wordt gebruikt. Havens zijn de jongste decennia uitgegroeid tot meer dan louter plaatsen waar verschillende transportmodi samenkomen. Ze zijn ware logistieke knooppunten geworden van opslag, value added logistics, data-uitwisseling enz. Er zijn havens die uitsluitend bestemd zijn voor zeeschepen of voor binnenschepen, maar meestal zijn ze bestemd voor beide. Sommige havens zijn uitsluitend geschikt voor de behandeling van één soort lading. Voorbeelden daarvan zijn onder meer containerhavens, graan- en ertshavens, houthavens, petroleumhavens en stukgoedhavens.

Havenarbeid, havenarbeider

De Wet betreffende de havenarbeid (Wet Major) bepaalt dat enkel erkende havenarbeiders in de havengebieden arbeid mogen verrichten. In het Koninklijk Besluit van 12 januari 1973 tot oprichting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het Paritair Comité van het havenbedrijf wordt expliciet omschreven wat moet worden verstaan onder havenarbeid: "Alle werknemers en hun werkgevers die, in de havengebieden, als hoofdzakelijke of bijkomstige activiteit havenarbeid verrichten, d.w.z. alle behandelingen van goederen welke per zee- of binnenschepen, spoorwagens of vrachtwagens aan- of afgevoerd worden, en de met deze goederen in verband staande bijkomende diensten, ongeacht deze activiteiten geschieden in de dokken, op bevaarbare waterwegen, op de kaden of in de instellingen welke gericht zijn op invoer, uitvoer en doorvoer van goederen, alsook alle behandelingen van goederen, welke per zee- of binnenschepen aan- of afgevoerd worden op de kaden van nijverheidsinstellingen."

Havendecreet

Verkorte benaming voor het “Decreet houdende het beleid en beheer van de zeehavens”. Elders op deze website wordt in detail ingegaan op het Havendecreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Haveninterne basisinfrastructuur

(definitie volgens het Havendecreet) De dokken, zijnde, wateroppervlakten, taluds en aanleg baggerwerken, inbegrepen het ophogen van terreinen.

Havenrechten

Het havenrecht of zeescheepvaartrecht is een vergoeding ten gunste van het havenbedrijf voor het aanlopen en/of het verblijf van een zeeschip in de haven. Het zeescheepvaartrecht omvat: • een tonnenmaatrecht, dit is een recht op het schip; • een aanlegrecht, dit is een recht op goederen / voertuigen / passagiers. Dit zeescheepvaartrecht is hoofdelijk verschuldigd door de reder, de eigenaar, de bevrachter, de kapitein of door hem die als gemachtigde voor één van hen optreedt.

Havenrichtlijn

Verkorte benaming voor de ontwerprichtlijn 'inzake toegang tot de markt voor havendiensten'. Deze richtlijn werd door de Europese Commissie voorgesteld als onderdeel van de mededeling van februari 2001 van de Europese Commissie met als titel 'De verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in havens: van cruciaal belang voor het vervoer in Europa' (zie Port Package). Deze richtlijn doorliep de hele medebeslissingsprocedure en werd uiteindelijk door het Europees Parlement afgekeurd omwille van ernstige knelpunten rond o.m. zelfafhandeling (de mogelijkheid voor de bemanning van het schip om zelf goederen te laden en te lossen).Ondertussen wordt door de Europese Commissie een nieuwe Havenrichtlijn voorbereid

Hof van Justitie van de Europese Unie

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft twee hoofdtaken: Het toetst het handelen en nalaten van de Europese instellingen en de regeringen aan de Verdragen en het doet op verzoek van een nationale rechter uitspraak over de uitlegging of de geldigheid van het Gemeenschapsrecht. Het Hof van Justitie bestaat uit evenveel rechters als er lidstaten zijn.

Holte (Depth)

De holte van het schip is de verticale afstand tussen de bovenkant van de kielplaat en de bovenkant van de dekbalk van het sterktedek, in de zijden gemeten, op de halve lengte tussen de loodlijnen. De ronding van het dek wordt dus niet meegerekend. Bij schepen met meerdere dekken of bij schepen met schuildekken moet worden aangegeven tot welk dek de holte is gemeten.

Houthaven

Een houthaven is speciaal ontworpen voor de overslag van ladingen hout. Vroeger werd hout dikwijls verder over rivieren getransporteerd in houtvlotten. De lading hout werd dan van het schip te water gelaten en werd al drijvend verder vervoerd via de waterwegen. Voor deze werkmethode was een groot wateroppervlak in de houthaven een noodzaak.

IFO

Intermediate Fuel Oil. De hoofdmotoren van grote schepen verbruiken IFO. Dit is zware stookolie. De kwaliteit waaraan de brandstof moet beantwoorden is duidelijk omschreven in de charter party en moet streng gerespecteerd worden. Foutieve brandstof kan de motoren ernstig beschadigen.

IJlgeld (Dispatch money)

Onder ijlgeld wordt die vergoeding verstaan die aan de charterers wordt uitgekeerd, indien zij de ligdagen die volgens de charterpartij toegestaan zijn, niet volledig gebruiken. Het ijlgeld wordt alleen uitgekeerd indien dit uitdrukkelijk in de charterpartij is bepaald. Dit is dus het tegenovergestelde van overliggeld.

IJsbreker

De belangrijkste taak van een ijsbreker is het maken van een vaargeul in een ijsveld, hetzij op zee, in een haven, op een rivier of op een binnenwater. IJsbrekers zijn extra sterk gebouwd. Het voorschip is speciaal versterkt en aan het gebruikte staal worden strenge eisen gesteld. IJsbrekers breken het ijs door met hun schuine boeg op het ijs te varen totdat het gewicht van de boeg het ijs doet breken. Naast pure ijsbrekers bestaan er ook vrachtschepen die een ijsklasse hebben. Deze schepen hebben een versterkte romp en een speciale boeg waarmee ze door dunne ijslagen kunnen varen.

IMO (International Maritime Organisation)

De IMO (International Maritime Organization), vroeger bekend onder de naam IMCO (Inter-Governmental Maritime Consultative Organization), werd opgericht in Genève in 1948, en werd tien jaar later van kracht. De eerste vergadering van de IMCO vond plaats in 1959. In 1982 werd de naam veranderd van IMCO in IMO. Het hoofdkwartier van de IMO is gevestigd in Londen. De IMO is een gespecialiseerd agentschap van de UNO met als voornaamste taak het ontwikkelen en onderhouden van een duidelijk regulerend kader binnen de scheepvaartindustrie, onder meer voor veiligheids- en milieuaangelegenheden, wettelijke aangelegenheden, technische samenwerking, maritieme veiligheid en voor de bevordering van de efficiëntie in de scheepvaart.

Incoterms

De Incoterms zijn internationale afspraken die worden gebruikt om de verdeling van de kosten en de risico’s van het internationaal vervoer bij internationale handelstransacties te regelen tussen verkoper en koper. De Incoterms worden vastgelegd door de Internationale Kamer van Koophandel (International Chamber of Commerce (ICC)). De eerste Incoterms afspraken dateren van 1932. In 1990 en in 2000 werden de Incoterms herzien om aangepast te zijn aan het toenemend gebruik van het elektronisch dataverkeer. De officiële tekst van de Incoterms 2000 is de Engelse tekst. Er zijn 31 geautoriseerde vertalingen beschikbaar bij de nationale Kamers van Koophandel. De Incoterms 2000 zijn de volgende: • EXW (Ex Works – Af fabriek) • FCA (Free carrier – Vrachtvrij tot vervoerder) • FAS (Free alongside ship – Vrij langszij schip) • FOB (Free on board – Vrij aan boord) • CFR (Cost and freight – Kostprijs) • CIF (Cost, insurance and freight – Kostprijs, verzekering en vracht) • CPT (Carriage paid to – vachtvrij tot) • CIP (Carriage and insurance paid to – Vrachtvrij inclusief verzekering tot) • DAF (Delevered at frontier – Franco grens) • DES (Delivered ex ship – Franco af schip) • DEQ (Delivered ex quay – Franco af kade inclusief rechten) • DDU (Delivered duty unpaid – Franco exclusief rechten) • DDP (Delivered duty paid – Franco inclusief rechten)

Industriehaven

In een industriehaven meren de schepen aan om er grondstoffen te lossen en industrieproducten te laden die bestemd zijn voor of afkomstig zijn van de lokale industrie in die haven.

Insteekhaven

Een insteekhaven is een haven die uitmondt op een kanaal of een rivier.

Intermodaal vervoer

Vervoer waarbij verschillende modi worden gecombineerd in één traject, zonder tussentijdse bewerkingen op de goederen.

INTERREG

INTERREG is een initiatief om de interne en externe grensregio’s van de EU (financieel) te helpen om problemen die ontstaan door hun afgelegen ligging ten opzichte van de EU en van de nationale centra te helpen oplossen.

ISO

International Standardisation Organisation. ISO is de internationale organisatie voor normalisatie. ISO heeft in een werkgroep onder meer de standaardafmetingen voor containers vastgelegd.

ISO (International Standard of Organisation)-norm

Internationale normen uitgewerkt voor industrie, economie en de overheid (bvb. ISO 9000,…)

Jachthaven

Een jachthaven is een haven met ligplaatsen voor pleziervaartuigen. Jachthavens zijn meestal ook uitgerust met installaties om pleziervaartuigen te herstellen en te onderhouden. Pleziervaartuigen kunnen er ook bevoorraden.

Jargon

Verklaring

Kabellegger

Kabelleggers zijn schepen waarmee kabels op de zeebodem kunnen worden gelegd. De kabels worden in een groot, cylindervormig ruim opgerold. Indien nodig worden meerdere kabels aan boord aan elkaar gelast. Kabelleggers worden ook ingezet om bestaande kabels te onderhouden of te herstellen. Daarvoor wordt de kabel via een geleidingssysteem vooraan het schip aan boord gehesen, door de werkplaats geleid waar het onderhoud of de herstelling gebeurt en daarna via een geleidingssysteem op het achterschip weer te water gelaten. Omdat het plaatsen van zeekabels op de bodem van de zee zeer nauwkeurig moet gebeuren zijn kabelleggers uitgerust met de meest moderne plaatsbepalingsystemen. Daarom ook zijn die schepen uitgerust met actieve positiebeheersingsystemen (dynamic positioning systems) en verschillende schroeven, zodat ze tijdens de werkzaamheden hun positie precies kunnen behouden.

Kanaaldokken

(definitie volgens het Havendecreet) Dokken en geulen die toegang en doorvaart verlenen in of tot het havengebied.

Knoop (Knot, kn)

Een knoop is de eenheid van snelheid van een schip. 1 knoop = 1 zeemijl per uur of 1,852 km per uur.

Koelschip of het reefer schip

Het koelschip is uitsluitend of hoofdzakelijk ingericht voor het vervoer van bevroren of gekoelde ladingen.

Kuiper

De kuiper verpakt goederen en maakt ze aldus klaar voor het zeevervoer.

Laadboom

Beweegbare mast aan boord van een schip waarmee goederen kunnen worden geladen en gelost.

Laadbrief

De laadbrief is het document waarbij de scheepsagent als vertegenwoordiger van de rederij, eventueel via de expediteur, toelating geeft aan de stuwadoor dat de goederen mogen geladen worden aan boord van het zeeschip.

Laadlijn, vrijboordmerk of uitwateringsmerk (“Load Line” of “Plimsoll Line”)

De laadlijn is een schaal aangebracht aan beide zijden (bakboord en stuurboord) op de zijkant in het midden van het schip, die aanduidt hoe diep een schip maximaal geladen mag worden in bepaalde omstandigheden, jaargetijden en vaargebieden. Volgens de laadlijnconventie is de wereld ingedeeld in seizoen-gebieden: “tropisch” (het symbool T op de schaal = Tropical), “zomer” (het symbool S op de schaal = Summer), “winter” (het symbool W op de schaal = winter) en “winter noord atlantiek” (het symbool WNA op de schaal = Winter North Atlantic). Afhankelijk van het seizoen, dat heerst op de plaats waar het schip zich bevindt, mag het schip al dan niet dieper worden geladen: is in het gebied “zomer” van toepassing dan mag het schip er dieper geladen worden dan in een gebied “winter”; is het in een gebied “winter”, dan mag het schip er dieper laden dan in een gebied “winter noord atlantiek”. Deze seizoenen zijn conventioneel en komen niet overeen met de meteorologische seizoenen. Bovendien is er een aparte markering voorzien voor het geval dat het schip laadt in zoet water (de symbolen F en TF de schaal = Fresh en Tropical Fresh). Door het verschil in soortelijk gewicht van zeewater en zoet water, zal de diepgang van het schip immers veranderen wanneer het van zeewater in zoet water komt en omgekeerd.

Laadruimte of laadcapaciteit (Cargo capacity)

De laadruimte van het schip is de inhoud van de ruimen die voor het vervoer van goederen aangewend kunnen worden. De laadruimte wordt meestal uitgedrukt in kubieke voet (cuft) en soms ook in kubieke meter (cbm). Men onderscheidt laadruimte voor droge of vloeibare ladingen: voor droge ladingen spreekt men van graancapaciteit en van baalcapaciteit, voor vloeibare ladingen spreekt men van tankcapaciteit.

Laadvermogen of netto draagvermogen (Deadweight cargo capacity – DWCC)

Het netto draagvermogen van een schip geeft enkel aan hoeveel zuivere vracht kan geladen worden, zonder de voorraden noch de brandstoffen en smeerolie voor het schip. Dit is dus het winstgevende deel van het draagvermogen.

Landbrug

Het traject van het vervoer van goederen tussen twee havens kan soms worden onderbroken door het vervoer van de goederen over land, met het oog op het verlagen van de kostprijs en/of het verkorten van de totale reistijd tegenover een volledige zeereis. Het deel van het vervoer over land noemt men een landbrug. Bijvoorbeeld goederen uit Japan, bestemd voor Europa, worden per schip van Japan naar de westkust van de Verenigde Staten verscheept, per trein van de westkust naar de oostkust vervoerd om vervolgens opnieuw per schip te worden verscheept naar Europa.

LASH

Lighter Aboard Ship is de benaming van het soort schip dat gestandaardiseerde duwbakken vervoert. De duwbakken, die, geladen, tot 600 ton kunnen wegen, worden geladen en gelost door middel van een zware portaalkraan aan boord van het schip. Eens de duwbakken in het water werden gelost, worden ze aan elkaar bevestigd tot grote duwconvooien. De LASH-schepen worden enkel ingezet tussen gebieden met grote delta’s (de Maasdelta, de monding van de Mississippi), omdat enkel daar de grote duwconvooien tot ver in het hinterland kunnen varen.

LASH schip (Lighter Aboard Ship)

Het LASH schip vervoerd gestandaardiseerde duwbakken. De duwbakken, die, geladen, tot 600 ton kunnen wegen, worden geladen en gelost door middel van een zware portaalkraan aan boord van het schip. Eens de duwbakken in het water werden gelost, worden ze aan elkaar bevestigd tot grote duwconvooien. De LASH-schepen worden enkel ingezet tussen gebieden met grote delta’s (de Maasdelta, de monding van de Mississippi), omdat enkel daar de grote duwconvooien tot ver in het hinterland kunnen varen.

LCL

Less than Container Load. Men spreekt van LCL wanneer de rederij of de vervoerder van containers ook partijen goederen, die in volume kleiner zijn dan de inhoud van een container, ter vervoer aanneemt. De vervoerder zal verschillende dergelijke kleine partijen bundelen tot hij er één container kan mee vullen. Een ander woord voor LCL is ook groepage.

Ledig schip (light ship)

De ledige waterverplaatsing is het gewicht van het door het schip verplaatste water en dus het gewicht van het schip, volledig toegerust, doch zonder voorraden, ballast, brandstoffen (bunkers), water, bemanning noch lading. De waterlijn rondom de scheepsromp bij ledige waterverplaatsing noemt men de ballastlijn.

Lengte over alles (Length Over All – LOA)

De lengte over alles is de afstand tussen de loodlijnen neergelaten uit de meest van elkaar verwijderde punten van respectievelijk de voor- en de achtersteven van een schip.

Lengte tussen de loodlijnen (LLL) (Length between perdendiculars – LPP)

De lengte tussen de loodlijnen is de afstand tussen de loodlijnen, neergelaten uit de meest van elkaar verwijderde punten op de zomerlaadlijn (waterlijn bij zomervrijboord) van respectievelijk de voor- en achtersteven van het schip.

Letter of Credit (L/C)

Letter of Credit is het basisdocument voor documentair krediet.

Lidstaten

1957: de zes stichters: België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Italië 1973: Ierland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk 1981: Griekenland 1986: Spanje en Portugal 1995: Oostenrijk, Finland, Zweden (Noorwegen haakte af) 1 mei 2004: Cyprus, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije en Slovenië. 1 januari 2007: Bulgarije en Roemenië.

LIFE

LIFE is een financieringsinstrument voor het milieu. De algemene doelstelling van LIFE bestaat erin, bij te dragen tot de uitvoering, de actualisering en de ontwikkeling van het communautaire milieubeleid en van de milieuwetgeving. LIFE beoogt de integratie van het milieuaspect in de andere takken van het beleid en duurzame ontwikkeling in de Gemeenschap. LIFE bestaat uit drie thematische onderdelen: LIFE-Natuur, LIFE-Milieu en LIFE-Derde Landen. De door LIFE gefinancierde projecten dienden aan volgende criteria te voldoen: • Van communautair belang zijn en een significante bijdrage leveren tot de algemene doelstellingen van LIFE. • Uitgevoerd worden door technisch betrouwbare en financieel gezonde deelnemers. • Haalbaar zijn wat betreft de technische voorstellen, planning, begroting en het rendement. Prioriteit kan worden verleend aan projecten met een multinationale opzet wanneer daarmee de doelstellingen beter kunnen worden bereikt, de haalbaarheid en kosten in aanmerking genomen. LIFE-Natuur heeft als specifiek doel bij te dragen tot de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijnen. LIFE-Milieu moet bijdragen tot de ontwikkeling van innoverende en geïntegreerde technieken en methoden en tot de verdere ontwikkeling van het milieubeleid van de Gemeenschap. LIFE-Derde Landen heeft tot doel de milieuregelgeving in de kandidaat-lidstaten af te stemmen op de Europese regelgeving.

LIFO

Liner In / Free Out . LIFO is het omgekeerde van FILO. Bij LIFO is het laden van de goederen in het schip wel en het lossen uit het schip niet inbegrepen in de vrachtprijs. In dit geval moet de ontvanger van de goederen ter bestemming zelf het lossen uit het schip apart betalen.

Lijnvaart

Schepen die in de regelmatige lijnvaart worden ingezet verzekeren volgens vooraf bekendgemaakte en gegarandeerde vaartschema’s het vervoer van lading tussen bepaalde havens tegen voorwaarden die in een cognossement (een vervoerscontract) zijn vastgelegd.

Lijst met persoonlijke bezittingen van de bemanningsleden

Ook veel persoonlijke bezittingen van de bemanningsleden aan boord van schepen werden door hen taksvrij gekocht. Vandaar dat die persoonlijke bezittingen moeten worden aangegeven aan de douane, die het recht heeft ze te verzegelen tijdens het verblijf van het schip in de haven.

LILO

Liner In / Liner Out. Bij LILO is zowel het laden als het lossen van de vracht in en uit het schip in de vrachtprijs inbegrepen.

Liner terms

De liner terms geven aan of de laad- en loskosten en de kosten voor het eventueel stuwen, het vastzetten en het trimmen van de lading al dan niet in de zeevracht zijn begrepen, en dit gezien vanuit het standpunt van de rederij. De volgende liner terms worden onderscheiden: • LILO = Liner In / Liner Out: de zeevracht dekt, naast het zeevervoer de laad- en loskosten • FILO = Free In / Liner Out: de zeevracht dekt, naast het zeevervoer enkel de loskosten • LIFO = Liner In / Free Out: de zeevracht dekt, naast het zeevervoer enkel de laadkosten • FIFO = Free In / Free Out: de zeevracht dekt enkel het eigenlijke vervoer • FIOS = Free In Out and Stowed: de zeevracht dekt enkel het eigenlijke vervoer (= FIFO) • FIOT = Free In Out and Trimmed: de zeevracht dekt enkel het eigenlijke vervoer (= FIFO) LILO wordt soms ook ‘Full Liner Terms’ genoemd en FIOS en FIOT zijn een variant van FIFO.

Liner’s haulage (carrier haulage)

Men spreekt van “liner’s haulage” wanneer het voor- en natransport van een container door de rederij zelf wordt gedaan.

LOLO

Lift on Lift off. Laadmethode waarbij goederen door middel van een kraan of een portaalkraan verticaal worden geladen of gelost. Meestal bedoelt men met LOLO het behandelen van containers.

Loop

Een “loop” van een regelmatige lijndienst is één volledige rotatie vanuit de eerste laadhaven, via de diverse vaste laad- en loshavens terug naar de eerste laadhaven. Sommige regelmatige lijnen tussen twee gebieden bestaan uit verschillende “loops”, waarbij al dan niet dezelfde havens worden aangedaan.

LOT

LOT (Load on Top) is een techniek voor het laden van ruwe petroleum. De nieuwe lading in een tanker wordt in de niet gereinigde tanks gestort en vermengt zich ten dele. De restanten in de tanks die wel met zeewater gereinigd zijn laat men bezinken en men pompt het zeewater overboord. De drijvende olie met het resterende water wordt naar een residutank gepompt waar het bezinkingsproces wordt herhaald. Uiteindelijk wordt wat aan olie overblijft bij de volgende lading gevoegd.

m.e.r.

Milieueffectrapportage (de m.e.r.) is een juridisch-administratieve procedure waarbij voordat een activiteit of ingreep (projecten, beleidsvoornemens zoals plannen en programma's) plaatsvindt, de milieugevolgen ervan op een wetenschappelijk verantwoorde wijze worden bestudeerd, besproken en geëvalueerd

Maatbriefje

Het maatbriefje wordt door de stuwadoor opgemaakt. Het is een document waarin de juiste maten van de goederen worden genoteerd. Het maatbriefje dient om het juiste volume van de lading te kennen. Dit is van belang wanneer de vracht betaalbaar is op basis van het volume. Meestal is dit volume niet juist gekend vóór de goederen worden geladen. Daarom worden ze gemeten op het moment dat ze aan boord worden geladen.

Maatschappelijk draagvlak

Het maatschappelijk draagvlak van de Vlaamse havens is de houding en het gedrag van het algemene publiek ten aanzien van deze Vlaamse havens, al dan niet gebaseerd op kennis. Daarbij gaat het om bewustwording, het belang dat mensen hechten aan de havens en hun actieve betrokkenheid.

Manifest

Het manifest is een lijst van alle goederen, opgesomd per cognossement, die in één bepaalde haven aan boord van het schip werden geladen naar één bepaalde bestemming. Er zijn dus zoveel manifesten aan boord als er verschillende vervoerstrajecten zijn. Men onderscheidt een cargomanifest, een vrachtmanifest en een manifest van de gevaarlijke goederen. Het cargomanifest vermeldt enkel de details van de goederen (aard, hoeveelheid, merken en nummers, afzenders, bestemmelingen enz.) en dient voor de aangifte van de goederen bij de douane. Het vrachtmanifest vermeldt daarbij ook nog de details van de zeevracht en dient om de ter bestemming betaalbare zeevrachten te innen en is de basis voor bepaalde commissieberekeningen. Het manifest van de gevaarlijke goederen vermeldt enkel de gevaarlijke goederen aan boord van het schip. Dit manifest moet afgegeven worden aan de havenautoriteiten alvorens het schip de haven aanloopt.

Maritieme toegangswegen

(definitie volgens het Havendecreet) De vaarpassen in de Noordzee, de Westerschelde, de Beneden-Zeeschelde, andere voor de zeescheepvaart afgebakende rivieren en geulen; de vaarwegen in de aan getij onderworpen gedeelten van de havens met inbegrip van de toegangsgeulen naar de zeesluizen telkens met hun aanhorigheden; de kanaaldokken en zwaaikommen; de kanalen.

Master Lease Agreement

Een master lease agreement is een raamcontract van een container leasingmaatschappij voor het verhuren van containers. De overeenkomst legt alle basisvoorwaarden voor de huur vast zoals de prijs per dag, de soorten containers die de huurder ter beschikking krijgt, het aantal op te nemen containers per depot, de depots waar containers kunnen worden afgehaald of teruggeleverd, de betalingsvoorwaarden enz. Door ondertekening van de master lease agreement bindt de huurder zich niet: hij is niet verplicht containers werkelijk te gebruiken en zolang hij geen containers in een depot ophaalt betaalt hij niets. Pas wanneer de huurder werkelijk een container ophaalt uit een depot treedt het contract in voege. Per opgehaalde container wordt een apart contract gemaakt dat verwijst naar de voorwaarden van de master lease agreement.

Mate’s receipt

Mate’s receipt of soms stuurmansreçu genoemd, is een document waarin de eerste officier van het schip, die de verantwoordelijkheid voor de lading draagt, de werkelijke toestand van de geladen goederen beschrijft. Beschadigingen en eventuele tekorten worden in dit document vermeld.

MDO

Marine Diesel Oil. De hoofdmotoren van kleinere schepen en de hulpmotoren van grote schepen verbruiken MDO. De kwaliteit waaraan de brandstof moet beantwoorden is duidelijk omschreven in de charter party en moet streng gerespecteerd worden. Foutieve brandstof kan de motoren ernstig beschadigen.

Meetdek of hoofddek

Het meetdek is het bovenste, sterkste, permanent waterdicht afsluitbare dek van het schip.

Merchant’s haulage

Men spreekt van “merchant’s haulage” wanneer het voor- en natransport respectievelijk door de verscheper en de ontvanger van een container wordt geregeld.

Modal shift

De modal shift is het overhevelen van goederenstromen van het wegvervoer naar andere vervoerwijzen zoals het spoorvervoer, de binnenvaart, de kustvaart of het pijpleidingenvervoer.

Modal shift

Verschuiving van vervoerswijzen (bijv. van wegverkeer naar binnenvaart, spoor, …)

Modal split

De model split is de verdeling van de goederenstromen over verschillende vervoerwijzen, zoals de weg, het spoor, de binnenvaart, de kustvaart en het pijpleidingenvervoer.

Modal split

Verdeling van het aandeel van de verschillende vervoerswijzen in het totale verkeer,  vervoer of verplaatsingen van personen of goederen

Modus

De vervoermodus is de wijze van vervoer zoals het wegvervoer, het spoorvervoer, het zeevervoer, de binnenvaart, de kustvaart, het pijpleidingenvervoer.

Multi-purposeschepen

Mulitipurposeschepen kunnen meerdere soorten lading tegelijkertijd vervoeren. De ruimen van dergelijke schepen kunnen, zowel in de hoogte als in de lengte, van grootte worden veranderd. Daarvoor worden pontons gebruikt die als tussenschot of als tussendek dienen in het ruim. De pontons kunnen op verschillende hoogten en plaatsen in het ruim worden aangebracht. De luikhoofden hebben meestal dezelfde afmetingen als de ruimen, wat het laden en lossen vergemakkelijkt.

Multimodaal vervoer

Vervoer waarbij verschillende vervoermodi in overweging worden genomen en eventueel worden gecombineerd.

Naakt casco bevrachting

Het niet uitgeruste, niet bemande schip wordt door de eigenaar aan de bevrachter (reder) verhuurd voor een bepaalde, meestal lange, termijn. De vrachtprijs wordt gewoonlijk bepaald op basis van het draagvermogen van het schip op zomervrijboord en per maand of andere tijdseenheid. De vrachtprijs kan ook een forfaitair bedrag zijn. Bij naakt casco bevrachting is de bevrachter de vervoerder. Hij geeft het cognossement uit.

Netto register tonnenmaat – NRT (Net register tonnage – NRT)

De netto register tonnenmaat wordt van de bruto register tonnenmaat afgeleid door de aftrek van een aantal ruimten die in de bruto register tonnenmaat wél, en in de netto register tonnenmaat niet inbegrepen zijn: de ruimten uitsluitend bestemd voor de kapitein, de officieren en de bemanning; de ruimten van het kaartenhuis, de radiocabine het bootmansmagazijn enz; de ruimten ingenomen door de schroefkoker en de hulpmachines met ketels en de ruimten ingenomen door de machine en de ketels voor de voorstuwing. De ruimten van de machines en ketels voor de voortstuwing worden wel opgemeten, doch de aftrek gebeurt op forfaitaire basis. Deze definiëring van de netto register tonnenmaat van het schip is deze volgens de conventie van Oslo en is thans niet meer algemeen van toepassing. Ze werd vervangen door een nieuwe, meer universele, definiëring volgens de conventie van Londen van 1969. Volgens de conventie van Londen wordt de netto tonnenmaat onafhankelijk van de bruto tonnenmaat bepaald.

Netto tonnenmaat – NT (Net tonnage – NT)

De netto tonnenmaat is een onbenoemd getal dat in hoofdzaak de inhoud van de laadruimtes van het schip aangeeft voor het vervoer van goederen en passagiers. Bij de berekening van de netto tonnenmaat wordt vertrokken van de bruto tonnenmaat waarbij alle ruimtes die niet voor lading worden gebruikt (zoals ruimtes bestemd voor bemanning, navigatie, voortstuwing enz.), worden afgetrokken.

Noodhaven

Een noodhaven is een haven die enkel bij bijzondere omstandigheden door schepen wordt aangelopen, bijvoorbeeld om noodreparaties uit te voeren of bij het uitbreken van brand of het verlies van lading.

NOR

Notice of Readiness is het document waarmee de kapitein van een schip, in geval van reisbevrachting, meldt dat zijn schip, in alle opzichten klaar is om de goederen te laden en/of te lossen. Bij reisbevrachting heeft de bevrachter een bepaalde termijn waarbinnen de laad- en losactiviteiten moeten plaatsgrijpen: de ligdagen. Worden de ligdagen overschreden dan moet de bevrachter een schadevergoeding betalen (demurrage of overliggeld genoemd) aan de vervrachter. Afhankelijk van het moment waarop de NOR wordt afgegeven beginnen de ligdagen te lopen. Bij weergevoelige lading (bijvoorbeeld granen die niet nat mogen worden) spreekt men van “weerligdagen” of “weather working days”. De periodes gedurende dewelke het weer niet geschikt is om te laden of te lossen tellen dan niet mee.

Notice of readiness (NOR)

Notice of Readiness is het document waarmee de kapitein van een schip, in geval van reisbevrachting, meldt dat zijn schip, in alle opzichten klaar is om de goederen te laden en/of te lossen. Bij reisbevrachting heeft de bevrachter een bepaalde termijn waarbinnen de laad- en losactiviteiten moeten plaatsgrijpen: de ligdagen. Worden de ligdagen overschreden dan moet de bevrachter een schadevergoeding betalen (demurrage of overliggeld genoemd) aan de vervrachter. Afhankelijk van het moment waarop de NOR wordt afgegeven beginnen de ligdagen te lopen. Bij weergevoelige lading (bijvoorbeeld granen die niet nat mogen worden) spreekt men van “weerligdagen” of “weather working days”. De periodes gedurende dewelke het weer niet geschikt is om te laden of te lossen tellen dan niet mee.

NRT

Nett Register Ton = Netto register ton. De netto register tonnenmaat wordt van de bruto register tonnenmaat afgeleid door de aftrek van een aantal ruimten die in de bruto register tonnenmaat wél, en in de netto register tonnenmaat niet inbegrepen zijn: de ruimten uitsluitend bestemd voor de kapitein, de officieren en de bemanning; de ruimten van het kaartenhuis, de radiocabine het bootmansmagazijn enz; de ruimten ingenomen door de schroefkoker en de hulpmachines met ketels en de ruimten ingenomen door de machine en de ketels voor de voorstuwing. De ruimten van de machines en ketels voor de voortstuwing worden wel opgemeten, doch de aftrek gebeurt op forfaitaire basis. Deze definiëring van de netto register tonnenmaat van het schip is deze volgens de conventie van Oslo en is thans niet meer algemeen van toepassing. Ze werd vervangen door een nieuwe, meer universele, definiëring volgens de conventie van Londen van 1969. Volgens de conventie van Londen wordt de netto tonnenmaat onafhankelijk van de bruto tonnenmaat bepaald.

NT

Nett ton = Netto ton. De netto tonnenmaat wordt niet meer bekomen door aftrek van sommige ruimten, maar is voortaan functie van het buitenspantvolume van alle ruimten die voor het vervoer van goederen en passagiers dienstig kunnen zijn. De netto tonnenmaat wordt uitgedrukt in Moorsomton (1 Moorsomton = 100 cuft = 2,83 cbm).

OBO

Ore Bulk Oil Carriers zijn schepen die verschillende soorten stortgoederen, zoals granen, ertsen of petroleumproducten kunnen laden. Dit kan echter nooit tegelijkertijd. Wanneer na lossing een ander soort stortgoed zal geladen worden, moeten de ruimen eerst grondig worden gereinigd. Hierdoor blijven de meeste dergelijke schepen gedurende lange tijd dezelfde soort lading vervoeren. Pas wanneer de marktsituatie het eist zal naar een andere ‘trade’ worden overgestapt.

Oil-grain carriers

De oil-grain” carrier is vergelijkbaar met de ore-oil carrier. De ore-grain carrier, de “ore-oil” carriers en de “oil-grain” carriers worden met de verzamelnaam OBO-vessels (oil-bulk-ore) aangeduid.

Olie- of petroleumhaven

Olie- of petroleumhavens zijn uitsluitend bestemd voor de behandeling van petroleumtankers. Deze havens moeten beschikken over de nodige installaties om laad- en losslangen en -leidingen aan te koppelen evenals over de nodige opslagtanks. Ze zijn meestal gebouwd in de buurt van petroleumraffinaderijen. Om veiligheidsredenen zijn deze havens meestal aangelegd op enige afstand van de bewoonde kommen. Een variant van de petroleumhaven is de LNG-haven, waar LNG (Liquified Natural Gas) of vloeibaar aardgas wordt overgeslagen

Onderlosser

Een onderlosser - ook wel klepbak - is een niet gemotoriseerde stalen bak  met roer en eigen ankergerei. Het middenschip bestaat uit een laadruim met luchtkasten ernaast. Via een centrale as kunnen de bodemkleppen geopend worden, waardoor de lading (zand, stortkeien, puin, e.d.) in één klap boven de stortplaats gelost kan worden. De kleppen vormen dus de bodem van het laadruim. De gemotoriseerde - zelf varende - versie noemt men hopper. Een andere uitvoering is de splijtbak, waarbij de bak over de gehele lengte in twee waterdichte helften is gedeeld, die op dekhoogte scharnieren. Ze worden gesloten gehouden door hydraulische cilinders, vallen open door de zwaarte van de lading en sluiten zich na lossing door de opwaartse kracht van het water.

Ontvanger (receiver, consignee)

De ontvanger is de partij die in het cognossement wordt aangeduid als diegene aan wie de goederen moeten worden afgeleverd. De bevrachter en de ontvanger kunnen dezelfde partij zijn.

Oorlogs- of marinehaven

Een oorlogs- of marinehaven is een vlootbasis voor oorlogsschepen.

Open schuildekschip

Bij sommige schuildekschepen kon de tonnage-opening afgesloten worden. Indien de tonnage-opening open bleef, werd de ruimte van de schuildekken niet inbegrepen in de bruto register tonnenmaat. Het schip vaarde dan als open schuildekschip. Hierdoor kon de bruto register tonnenmaat van het schip beperkt worden en moest het schip minder havenrechten betalen. Sinds de conventie van Londen van 1969 wordt geen rekening meer gehouden met de speciale structuur van schepen voor het bepalen van de bruto tonnenmaat.

Ore-grain carrier

De “ore-grain” carrier is een bulkcarrier die zowel graan als erts kan vervoeren. Deze wordt op de heen- en de terugreis voor het vervoer van respectievelijk ertsen (zwaar) en graan (licht) ingezet, of naargelang de vrachtenmarkt voor een van deze trafieken bevracht.

Ore-oil carrier

De “ore-oil” carrier beantwoordt aan hetzelfde doel als de “ore-grain” carrier. Zij- en bodemtanks voor petroleumproducten omgeven de ruimen die bestemd zijn voor de zware stortgoederen.

Outsider

Outsiders zijn rederijen die een regelmatige lijn uitbaten en die niet deelnemen aan een conferentie.

Overliggeld (Demurrage & detention)

Dit kan twee begrippen omvatten: • Enerzijds is dit de vergoeding die de bevrachters op zich nemen te betalen indien de laad- en lostijd overeengekomen in de bevrachtingsovereenkomst, wordt overschreden en de reders daarvoor niet aansprakelijk kunnen gesteld worden. • Anderzijds wordt hieronder ook verstaan de schadevergoeding voor oponthoud (damages for detention) ontstaan indien de overeengekomen laad- of lostijd is verstreken en geen overligdagen zijn toegestaan of, indien wel toegestaan, deze ook verstreken zijn. De beide termen demurrage en detention worden vaak door elkaar gebruikt omdat het onderscheid niet altijd even duidelijk is. Demurrage slaat eerder op een schadevergoeding voor het overschrijden van de laad- en lostijd die werd afgesproken in de bevrachtingsovereenkomst, terwijl detention eerder op een vergoeding wijst voor het langer gebruik dan afgesproken van uitrusting zoals containers, trailers en schepen of delen ervan.

P&I

De P&I clubs (Protection & Indemnity clubs) zijn overeenkomsten door rederijen onderling gevormd met het doel die risico’s te verzekeren die niet gedekt worden onder de normale zeeverzekeringen.

Palletschip

Het palletschip is speciaal gebouwd om lading, via deuren in de zijde van de romp van het schip, rechtstreeks in de laadruimte te brengen met vorkhefwagens. De lading is op laadborden (paletten) gestapeld en al dan niet daaraan is vastgehecht, De paletten worden door vorkhefwagens tot op een platform in een deuropening gebracht en van daar af overgenomen door andere vorkhefwagens die in het ruim werken.

Panamax

Een panamax is een schip waarvan de diepgang, de lengte en de breedte zodanig zijn dat het schip nog net door het Panamakanaal kan varen, of met andere woorden het grootste schip dat door het Panamakanaal kan varen. Het Panamakanaal verbindt de Atlantische Oceaan met de Stille Oceaan. Het kanaal bestaat uit een aantal meren die met elkaar verbonden zijn door vaarwegen die uit de rots zijn gehouwen. De meren en de vaarwegen zijn met elkaar en met de oceanen verbonden door sluizen, die tevens het niveauverschil tussen beide oceanen overbruggen. Het zijn de maximale afmetingen van de sluizen die een beperking opleggen aan de grootte van de schepen die door het Panamakanaal kunnen varen. De maximale afmetingen van schepen die door het kanaal kunnen varen zijn een diepgang van maximaal 12,0 meter (op het merk "Tropical Fresh Water" van de laadlijn of Plimsol-lijn van het schip), een lengte van 294,1 meter en een breedte van 32,3 meter. Deze beperkingen van de lengte, de breedte en de diepgang komen ongeveer overeen met de afmetingen van een geladen bulkcarrier of tanker van 75.000 à 80.000 DWT.

Parcel tankers

De distributie van geraffineerde producten via de zee houdt beperkingen in zich. Naargelang vraag en aanbod worden meestal beperkte hoeveelheden geraffineerde producten in diverse kwaliteiten in één en dezelfde tanker vervoerd. Dit evenwel in verschillende tanks zonder gevaar voor contaminatie. Vandaar de benaming “parcel tankers”. Aangezien de te vervoeren hoeveelheden afgewerkte petroleumproducten kleiner zijn dan de hoeveelheden te vervoeren ruwe petroleum, zijn de afmetingen van de “parcel tankers” eerder beperkt gebleven. Parcel tankers kunnen zowel chemicaliën tankers, producttankers als gastankers zijn.

Part containerschepen

Bij part containerschepen zijn slechts enkele ruimen ingericht voor het vervoer van containers. In de overige ruimen wordt klassieke lading vervoerd.

PCC

Pure Car Carriers zijn speciaal ontworpen schepen voor het vervoer van zeer grote hoeveelheden personenwagens. De grootste PCC’s kunnen ongeveer 6.000 auto’s vervoeren, verdeeld over 13 dekken.

PCTC

Pure Car and Truck Carrier zijn speciaal ontworpen schepen voor het vervoer van zeer grote hoeveelheden personenwagens en vrachtwagens. De afstand tussen de meeste dekken kan worden gewijzigd al naargelang er personenwagens of vrachtwagens worden vervoerd.

Pool

Het poolsysteem vloeit voort uit de conferenties. Door het poolsysteem wordt een oplossing nagestreefd voor de onderlinge concurrentie tussen de deelnemende partners van een conferentie. Scheepvaartlijnen die de onderlinge concurrentie op een bepaalde regelmatige lijn willen uitschakelen, nadat zij gezamenlijk een quasi monopolie hebben verworven op die route, sluiten in het poolsysteem een overeenkomst af waarbij zij zich verbinden slechts een bepaald aandeel in de markt te zullen opnemen. De pool is dus een overeenkomst om de opbrengstmogelijkheden van het zeevervoer tussen bepaalde gebieden te verdelen. Deze verdeling van de markt kan gebaseerd zijn op de vervoerde tonnage of op de geïnde vrachtprijzen. Men spreekt respectievelijk van “freight pool” en “money pool”. De poolovereenkomst voorziet tevens welke compensatie ieder partner moet uitkeren aan de gemeenschap van de partners, de pool, wanneer hij het hem toegekende aandeel in de tonnage of in de opbrengst overschrijdt.

Portaalkraan

Een portaalkraan is een verrijdbare kraan de vorm van een portaal. Bijna alle containerterminals zijn voorzien van dergelijke kranen. Portaalkranen worden ook gebruikt voor het lossen van bulkschepen.

Proportionaliteit

Het proportionaliteits- of evenredigheidsbeginsel houdt in dat het optreden van de Europese Unie niet verder moet gaan dan datgene wat nodig is om de doelstelling van het Verdrag te bereiken. Proportionaliteit is nauw verbonden met het subsidiariteitsbeginsel.

Protection & Indemnity Club (P&I)

Een protection & indemnity club is een vereniging van reders met als doel door gemeenschappelijke financiële bijdragen, bescherming en vergoeding te verlenen voor de risico’s die niet door de gewone verzekeringspolis worden gedekt. Een protection & indemnity club is een vorm van onderlinge verzekering. De leden van club betalen op vastgestelde tijdstippen een bijdrage op basis van de tonnenmaat van het verzekerde schip (“advance calls”). Na verloop van een jaar wordt, naargelang de financiële toestand van de club, een bijkomende bijdrage gevraagd of een terugbetaling gedaan (“refund”). Namens de leden onderneemt de club de verdediging inzake klachten en eisen in verband met vracht, wanvracht, overliggeld, contractbreuk, reddingsdiensten, algemene en particulier averij en verzekeringen, nalatigheid in herstelling en toerusting, slechte leveringen en het ondoelmatig optreden van overheids-, haven-, spoorweg- en kanaalautoriteiten.

Provisielijst

Een provisielijst is een lijst met een gedetailleerde opgave van de scheepsvoorraden aan boord van het schip. Vermits de voorraden taksvrij geleverd worden aan boord van het schip zijn ze goedkoper. Om te vermijden dat de bemanning van het schip handel zou drijven in die goedkopere goederen moeten ze in elke haven worden aangegeven aan de douane die het recht heeft om ze te verzegelen.

Raad van Ministers

De Raad is het belangrijkste beslissingsorgaan van de EU. De Raad bepaalt het Europees beleid (besluitorgaan van de EU) op voorstel van de Commissie. Bestaat uit 27 ministers (één per lidstaat), die samenkomen naargelang hun bevoegdheid en in functie van de behandelde dossiers: bijv. de 15 Ministers van Landbouw, Transport of Financiën.

Rangeerstation

Een rangeerstation of vormingsstation is een spoorwegemplacement waar treinen of losse wagons worden gesplitst en opnieuw samengevoegd.Synoniemen: vormingsstation

Reach-Stacker

Een reach-stacker is een heftoestel waarmee containers kunnen worden gestapeld of worden geladen of gelost op of van opleggers en spoorwagons. Door middel van een telescopische hydraulische arm, die voorzien is van een spreader, kunnen de containers zeer hoog worden gestapeld (sommige toestellen kunnen de containers tot tien hoog stapelen).

Reach-Stacker

Een reach-stacker is een heftoestel waarmee containers kunnen worden gestapeld of worden geladen of gelost op of van opleggers en spoorwagons. Door middel van een telescopische hydraulische arm, die voorzien is van een spreader, kunnen de containers zeer hoog worden gestapeld (sommige toestellen kunnen de containers tot tien hoog stapelen).

Reder (shipowner)

De reder is hij die schepen uitrust en commercieel exploiteert. De scheepseigenaar wordt ook reder genoemd. De reder is niet noodzakelijk de eigenaar van het schip. Hij kan het schip dat hij uitrust en commercieel exploiteert ook charteren van de scheepseigenaar.

Reisbevrachting

Reisbevrachting is een bevrachtingsovereenkomst waarbij het schip geheel of gedeeltelijk, volledig uitgerust, bemand, van brandstoffen, smeerolie en voorraden voorzien, door de vervrachter (reder, of time-charterer of bareboat-charterer) ter beschikking wordt gesteld van de bevrachter voor het vervoer van een volle of eventueel gedeeltelijke lading goederen vanuit één of meer aangeduide havens naar één of meer havens van bestemming (“range” havens naar de keuze van de bevrachter) tegen de betaling van een vrachtprijs per geladen of geloste hoeveelheid goederen, uitgedrukt in aangegeven gewichts- of maateenheden. Soms is de vrachtprijs een forfaitair bedrag. Essentieel bij reisbevrachting is dat de vrachtprijs (=prijs voor het vervoer) gebaseerd is op de goederen die worden vervoerd. Bovendien is de vervrachter de vervoerder van de goederen. Hij zal het cognossement uitgeven. De bevrachtingsovereenkomst kan slaan op één enkele reis (“single voyage”), op een reis heen en terug (“round trip”) of op een aantal opeenvolgende reizen (“consecutive voyages”). De reisbevrachting is dus in eerste instantie een vervoersovereenkomst.

Richtlijn

Een richtlijn is verbindend ten aanzien van het resultaat. Met een richtlijn wordt beoogd de wetgeving van de lidstaten van de EU te harmoniseren. Indien een richtlijn door een instelling van de EG wordt uitgevaardigd, dan zijn de lidstaten van de EG gehouden de richtlijn te implementeren in de nationale wetgeving. In de richtlijn wordt daarvoor een termijn gesteld (implementatietermijn). Ingeval een lidstaat niet binnen de termijn is overgegaan tot implementatie, dan heeft de Europese Commissie de mogelijkheid tegen de betreffende lidstaat een juridische procedure op te starten. Deze zogenoemde infractieprocedure wordt ingesteld bij het Europese Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Een richtlijn is in beginsel slechts gericht tot de lidstaten van de EU. Ingeval een lidstaat evenwel te laat of op onjuiste wijze een richtlijn heeft geïmplementeerd, dan kan een burger zich rechtstreeks op een richtlijnbepaling beroepen voor de nationale rechter (rechtstreekse werking). Dit kan wanneer de desbetreffende bepaling in de richtlijn volgens de jurisprudentie van het Europese Hof voor Justitie onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is. Een burger zal dit natuurlijk slechts doen indien hij aanneemt dat een richtlijnbepaling voor hem tot een gunstig resultaat zal leiden. Vanzelfsprekend kan een lidstaat zich niet op een nog niet (of onjuist) geïmplementeerde richtlijnbepaling beroepen jegens de burger: dit is het verbod van omgekeerde verticale werking. Dan had de lidstaat maar tijdig, respectievelijk op juiste wijze tot implementatie over moeten gaan.

Richtsnoer

Uitleg/interpretatie van de Europese Commissie van bepaalde Europese regelgeving voor een bepaalde sector. Voorbeelden: (1) Richtsnoer staatssteun aan zeehavens (2) Richtsnoer toepassing Europese milieuregelgeving op havenontwikkeling.

RMG (Rail Mounted Gantry)

Een RMG (Rail Mounted Gantry ) is een heftoestel waarmee containers worden geladen op of gelost van spoorwagons. Het is een portaalkraan die meestal op rails rijdt en wordt opgesteld over een spoorbundel op een containerterminal. De containers worden door de RMG langszij de spoorbundel geplaatst, waarna ze door straddle carriers verder worden vervoerd naar het opslagterrein. RMG’s worden soms ook ingezet op opslagterreinen van containerterminals voor het stockeren van containers in grote blokken. In dat geval rijden de RMG’s op luchtbanden.

RORO

Roll-on/Roll-off. Horizontale goederenbehandeling waarbij rollend materieel (vrachtwagens, bouw- en landbouwmaterieel en personenwagens) op eigen kracht aan en van boord van een schip worden gereden door middel van een hellend vlak dat het niveauverschil tussen de kaai en het schip overbrugt.

Sas

Deel van een sluis dat zich bevindt tussen de stroomopwaartse en stroomafwaartse sluisdeuren en waartussen de schepen tijdens het veranderen van het waterpeil in de sluis aanmeren. Synoniem is kolk of sluiskolk.

Scheepsagent (Shipping agent)

De scheepsagent is de vertegenwoordiger van een rederij in een vreemde haven. Vermits de kapitein van een schip niet alle geplogenheden kent in een vreemde haven, stelt de rederij er een lokale vertegenwoordiger aan: de scheepsagent. De scheepsagent assisteert de kapitein bij het in- en uitklaren van het schip: hij handelt alle formaliteiten af voor het schip en de lading met de diverse instanties in de haven: het loodswezen, het havenbedrijf, de douane, de goederenbehandelaars, de verschepers en ontvangers van de goederen, de expediteurs enz. Bovendien behartigt de scheepsagent eveneens de belangen van de bemanning van het schip: het bezorgen van geld aan de kapitein (veelal nodig voor het betalen van de bemanning), bij repatriëring zorgt de scheepsagent voor de nodige visa, voor vliegtuigtickets, voor het vervoer naar de luchthaven en soms voor hotelaccommodatie. De scheepsagent regelt eventuele medische hulp en bestelt voorraden en proviand voor het schip. Als de scheepsagent optreedt voor een regelmatige lijn is hij soms ook lijnagent. De lijnagent zoekt lading voor het schip. De vergoeding daarvoor bestaat uit een commissieloon.

Scheepsmakelaar (shipbroker)

De scheepsmakelaar is een tussenpersoon die in opdracht van de reder (owner’s broker) de meest voordelige mogelijkheid tot vervrachting van het schip opspoort. Hij bereidt eventueel de bevrachtingsovereenkomst (charterpartij) voor. De term ‘shipbroker’ wordt ook gebruikt in het kader van bemiddeling tot aan- en verkoop van schepen.

Schengen-akkoord / Schengen-overeenkomst / Schengen-acquis

Het Schengen-akkoord beoogt geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en instelling van een regeling voor vrij verkeer voor alle personen die onderdaan zijn van de ondertekenende staten, de overige staten van de Gemeenschap en derde landen. Het akkoord is op 14 juni 1985 in Schengen ondertekend door België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Nederland. De Overeenkomst van Schengen is op 19 juni 1990 ondertekend en in 1995 in werking getreden. Het Schengen-gebied is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid: Italië is er in 1990 bijgekomen, Spanje en Portugal in 1991, Griekenland in 1992, Oostenrijk in 1995 en Denemarken, Finland en Zweden in 1996. IJsland en Noorwegen zijn ook partij bij de overeenkomst.

Schepen met vrijboord

Voor het vervoer van lichte goederen, van vee en ook van dekpassagiers wenste men boven het hoofddek meer ruimte te scheppen en dit door over de ganse lengte of over een deel hiervan een ruimte te bouwen in lichtere constructie dan de scheepsromp onder het hoofddek. Soms voorzag men ook openingen in deze constructie. Aldus ontstond het spardekschip, het tentdekschip en het schaduwdekschip. Beide eerstgenoemde scheepstypes liggen aan de basis van het schuildekschip.

Schoorder

De schoorders zetten de lading vast in het schip zodat de goederen tijdens de zeereis niet kunnen verschuiven of omver vallen.

Schuildekschip

Het schuildekschip was een schip met vrijboord, gekenmerkt door één of meer dekken (schuildekken) boven het hoofddek of meetdek. De bouw van de schuildekken was van lichtere constructie dan de dekken onder het hoofddek. De schuildekken waren bestemd voor het vervoer van lichtere goederen. In het schuildek was intentioneel een opening (de tonnage-opening ook meetopening genoemd) aangebracht, die zich bevond boven een kleine ruimte, “tonnage-well” genoemd. Deze tonnage-opening en tonnage-well waren niet volgens de geldende normen afgesloten. De schuildekruimte was daarom aanzien als “niet permanent waterdicht” afgesloten. Hierdoor werd de ruimte van de schuildekken niet inbegrepen in de bruto register tonnenmaat. Het vrijboord of de uitwatering van het schip werd steeds gemeten ten opzichte van het meetdek of het hoofddek en niet ten opzichte van het bovenste schuildek. Sinds de conventie van Londen van 1969 wordt geen rekening meer gehouden met de speciale structuur van schepen voor het bepalen van de bruto tonnenmaat.

Shift

Een shift is de eenheid van (haven)arbeid. In het Belgische systeem van havenarbeid is een shift een periode van 7 uur en 15 minuten.

Sleepboot

Zeesleepboten worden gebruikt voor het slepen, het bergen, voor ankerbehandeling in de offshore industrie, bij milieuvervuiling en voor assistentie aan schepen in moeilijkheden. Havensleepboten worden meestal gebruikt voor het assisteren van zeeschepen in de haven en voor het bestrijden van branden. Kenmerkend voor sleepboten is het lage achterschip om de sleepkabel de nodige bewegingsvrijheid te geven. Het punt waar de kracht van de sleepkabel op de sleepboot aangrijpt moet in de buurt van het midden van het schip liggen en wel zodanig dat deze kracht de besturing van de sleepboot niet beïnvloedt. De sleeplier moet de volle kracht van de schroef van de sleepboot op de sleepkabel kunnen overbrengen.

Sleephopperzuiger

Een sleephopperzuiger is een baggerschip dat uitgerust is met meestal twee verstelbare zuigbuizen of zuigarmen, die tijdens het baggeren over de bodem worden voortgesleept. Aan de hand van baggerpompen, in het schip zelf of op het uiteinde van de baggerbuizen, wordt water en materiaal (slib, zand, grind) omhoog gepompt en in het ruim of de hopper van het schip gestort. Het vaste materiaal bezinkt in de hopper en het water wordt weer overboord gepompt. Wanneer de sleephopperzuiger volledig geladen is vaart het schip naar de losplaats. Het gebaggerde materiaal wordt gelost via bodemkleppen, waarmee de lading in één keer gedumpt wordt. De romp van sommige sleephopperzuigers bestaat uit twee aparte helften die aan elkaar scharnieren. Voor het dumpen van de gebaggerde specie splijten de twee helften. Dergelijke sleephopperzuigers worden splijthopperzuigers genoemd. Sleephopperzuigers worden vooral gebruikt voor het op diepte brengen en houden van vaargeulen en havenbekkens.

SOF

Statement of Facts is een gedetailleerde chronologische beschrijving van de activiteiten van het schip tijdens het verblijf in een haven: het aan boord nemen van de zeeloods, het binnenvaren, het eventueel schutten door de sluis, het aanmeren, de voorbereidingen voor de laad- en losoperaties, de werkelijke laad- en losoperaties, de hoeveelheid overgeslagen lading, het ontmeren en het afvaren. Tevens vermeldt de SOF of er al dan niet sleepboten werden gebruikt en de hoeveelheid brandstoffen aan boord bij het aanmeren en bij vertrek. Bij reisbevrachting moeten tevens de periodes gedurende dewelke niet kan worden gewerkt door de weersomstandigheden (bijvoorbeeld bij regen) duidelijk worden vermeld. Deze tijd telt immers niet als ligdagen wanneer de ligdagen “weer ligdagen” of “weather working days” zijn.

Spoorhaven

Het vervoer per spoor gebeurt sneller dan het zeevervoer. Daarom hebben spoorwegmaatschappijen havens ingericht en uitgebaat op in zee vooruitgeschoven landsdelen en aan mondingen van rivieren. Het voordeel daarvan was dat men over een langere afstand kon genieten van het snellere landvervoer. Deze havens werden vooral gebouwd voor overslag van reizigers, poststukken en waardevolle goederen. Door de opkomst van de luchtvaart is het belang van spoorhavens sterk verminderd.

Spreader

Een spreader is een uitschuifbaar, metalen raam waarmee containers worden opgetild door portaalkranen, straddle carriers, transtainers, reach-stackers of heftrucks. Vermits er containers van verschillende lengtes bestaan (de meest gebruikelijke internationale lengtes zijn twintig en veertig voet) kan het metalen raam hydraulisch worden uitgeschoven tot de geschikte lengte.wordt gereikt. Op iedere hoek van het raam bevindt zich een ovale, kegelvormige pin. Door die pin over negentig graden te draaien wanneer die in de voorziene opening op de container werd geplaatst, kan de container worden opgetild.

SSS

Onder Short Sea Shipping wordt het vervoer over zee van goederen en passagiers verstaan tussen havens gelegen in de Europese Gemeenschap of tussen deze havens en havens in niet-Europese landen, gelegen aan een aan Europa grenzende binnenzee. Short Sea Shipping omvat zowel het nationale als het internationale zeevervoer langsheen de kust en van en naar eilanden, rivieren en meren. Short Sea Shipping omvat ook het zeevervoer tussen de landen van de Europese Gemeenschap en Noorwegen, IJsland en de landen gelegen aan de Baltische Zee, de Zwarte Zee en de Middellandse Zee.

Standaard waterverplaatsing (Standard displacement)

De standaard waterverplaatsing is enkel van toepassing bij oorlogsschepen en is de geladen waterverplaatsing zonder het gewicht van de brandstoffen en de watervoorraad. Het gewicht van de brandstoffen en het water worden immers grotendeels bepaald door de af te leggen afstand, respectievelijk door de duurtijd van de reis.

Statement of Facts (SOF)

Statement of Facts is een gedetailleerde chronologische beschrijving van de activiteiten van het schip tijdens het verblijf in een haven: het aan boord nemen van de zeeloods, het binnenvaren, het eventueel schutten door de sluis, het aanmeren, de voorbereidingen voor de laad- en losoperaties, de werkelijke laad- en losoperaties, de hoeveelheid overgeslagen lading, het ontmeren en het afvaren. Tevens vermeldt de SOF of er al dan niet sleepboten werden gebruikt en de hoeveelheid brandstoffen aan boord bij het aanmeren en bij vertrek. Bij reisbevrachting moeten tevens de periodes gedurende dewelke niet kan worden gewerkt door de weersomstandigheden (bijvoorbeeld bij regen) duidelijk worden vermeld. Deze tijd telt immers niet als ligdagen wanneer de ligdagen “weerligdagen” of “weather working days” zijn.

STC

Said To Contain” is een afkorting die wordt aangewend door de rederij bij het beschrijven in het cognossement van goederen die in verzegelde containers of in opleggers aan boord van een zeeschip worden geladen en waarbij de rederij de nodige reserves maakt voor wat de juiste inhoud van die eenheidsladingen betreft.

Straddle carrier

Een straddle carrier is een heftoestel waarmee containers worden gelost van of geladen op een oplegger. Het toestel rijdt over de oplegger heen en tilt de container verticaal op. De straddle carrier rijdt op luchtbanden en kan containers na lossing tot drie hoog stapelen op het opslagterrein van een containerterminal, waar ze in rijen, los van elkaar worden gestapeld. De containers worden zodanig in rijen gestapeld dat de straddle carrier over elke rij kan rijden om op die manier containers weg te nemen of bij te plaatsen. Het heftoestel wordt ook gebruikt om de containers van onder de portaalkranen langszij het schip, of van onder een transtainer van een spoorbundel naar het opslagterrein te brengen en omgekeerd.

Strippen

Strippen komt voor bij LCL-ladingen (Less than Container Load). Men spreekt van LCL wanneer de rederij of de vervoerder van containers ook partijen goederen, die in volume kleiner zijn dan de inhoud van een container, ter vervoer aanneemt. De vervoerder zal verschillende dergelijke kleine partijen bundelen tot hij er één container kan mee vullen. Het lossen van diverse kleine partijen uit één container noemt men strippen.

Stuffen

Stuffen komt voor bij LCL-ladingen (Less than Container Load). Men spreekt van LCL wanneer de rederij of de vervoerder van containers ook partijen goederen, die in volume kleiner zijn dan de inhoud van een container, ter vervoer aanneemt. De vervoerder zal verschillende dergelijke kleine partijen bundelen tot hij er één container kan mee vullen. Het laden van diverse kleine partijen in één container noemt men stuffen.

Stukgoedhaven

Stukgoed is lading die niet in bulk of in gestandaardiseerde eenheden wordt verscheept: het betreft dus goederen in losse verpakkingen (kisten, zakken, bundels, vaten, losse colli) die niet in een container of een vrachtwagen aan boord van een schip worden geladen. Een stukgoedhaven moet over voldoende opslagruimte beschikken om de goederen, in afwachting van verdere overslag, op te slaan. Stukgoederen worden meestal gelost of geladen met walkranen. Voor de overslag van zware colli is meestal een drijvende bok noodzakelijk.

Stuurboord

Rechtse kant van het schip, gezien in de richting van het vooruit varend schip. Het tegengestelde van stuurboord is bakboord.

Stuwadoor

De stuwadoor laadt en lost schepen. Hij houdt zich ook bezig met alle aanverwante activiteiten zoals opslag, sorteren, verpakken, meten, wegen enz.

Stuwagefactor

De stuwagefactor is een onbenoemd getal dat de verhouding uitdrukt tussen het gewicht en het volume van een bepaalde koopwaar, inbegrepen de individuele verpakking en de individuele vorm. De stuwagefactor is niet gelijk aan het soortelijk gewicht van die koopwaar.

Stuwagefactor (Stowage factor)

De stuwagefactor geeft het aantal kubieke voeten aan dat ingenomen wordt door één gewichtton van een type lading. Men maakt onderscheid tussen lading met stuwagefactor kleiner (gewichtlading) of groter (maatlading) dan 40 cft.

Stuwageplan

Voor het schip wordt geladen wordt er een plan getekend met de positie van de diverse colli in het schip. Dit plan dient om de scheepsruimte, rekening houdend met de stabiliteit, optimaal te kunnen benutten en als leidraad bij de eigenlijke belading van het schip. Tijdens het laden wordt het plan aangepast aan de werkelijke situatie. Dit plan noemt men het stuwageplan en het duidt op een benaderende schaal aan waar de verschillende partijen/colli in het ruim zijn gestuwd. Vóór aankomst van het schip moet het stuwageplan ter beschikking zijn van de scheepsagent, de stuwadoor en de ontvangers zodat de nodige schikkingen kunnen worden getroffen om de lossing snel, veilig en efficiënt te kunnen uitvoeren.

Subsidiariteit

Het subsidiariteitsbeginsel beoogt een besluitvorming te garanderen die zo dicht mogelijk bij de burger staat, waarbij voortdurend wordt nagegaan of de op communautair niveau te ondernemen actie gerechtvaardigd is in verhouding tot de mogelijkheden die op nationaal, regionaal of lokaal niveau worden geboden. Concreet betekent dit dat de Unie slechts optreedt – behalve voor gebieden die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen – wanneer haar optreden doeltreffender is dan een optreden op nationaal, regionaal of lokaal vlak. Subsidiariteit is nauw verbonden met het evenredigheids- of het proportionaliteitsbeginsel.

Suezmax

Een suezmax is een schip waarvan de diepgang zodanig is dat het nog net door het Suez Kanaal kan varen. Het Suezkanaal verbindt de Middellandse Zee met de Rode Zee via de Golf van Suez. Er is geen niveauverschil tussen de Middellandse Zee en de Rode Zee en bijgevolg zijn er geen sluizen op het Suezkanaal. Doordat er op het Suezkanaal geen sluizen voorkomen is de lengte en de breedte van de schepen die door het kanaal kunnen varen nagenoeg onbeperkt. De enige limiet is de diepgang die momenteel 19 meter bedraagt. Deze diepgang zal in de toekomst nog toenemen omdat een verdiepingsplan wordt uitgevoerd. De beperkingen van de diepgang komt ongeveer overeen met de diepgang van een geladen bulkcarrier of tanker van 150.000 à 160.000 DWT.

Suprastructuren

(definitie volgens het Havendecreet) Loodsen, opslagplaatsen en hefwerktuigen van alle aard, en alle havenstructuren die niet vallen onder maritieme toegangswegen, basis- en uitrustingsinfrastructuur en haveninterne basisinfrastructuur.

Swap body

Een swap body (wissellaadbak) is een standaardvrachtcontainer die gewoonlijk te licht gebouwd is om te worden gestapeld, of om vanaf de bovenkant te worden opgetild, en dit in tegenstelling tot de meer wijdverspreide ISO-containers. Wisselbakken worden normaal gebouwd uit minder en/of lichtere materialen om te besparen op de aankoopkosten en op de brandstofkosten. Wissellaadbakken zijn meestal zo gebouwd dat de externe en interne afmetingen gelijk zijn aan die van standaard ISO-containers. Op die manier kunnen ze vervoerd worden met hetzelfde type vrachtwagen, oplegger en treinwagon als die voor IS-containers. Soms worden de afmetingen van de wissellaadbakken afgestemd op een specifieke regio. Heel dikwijls zijn de chassis van wissellaadbakken voorzien van opvouwbare poten, om de wissel van de laadbak van de ene vrachtwagen naar de andere te vergemakkelijken en om de laadbak ter bestemming te kunnen achterlaten zonder dat daarvoor een hijstoestel nodig is. De wissellaadbakken hebben vaak meer deuren of glijdende panelen dan de standaard ISO-containers, waardoor het lossen en laden sneller en gemakkelijker gaat. Veel wisselbakken hebben enkel een zwaar gordijn aan de zijkanten om de lading te beschermen. Sommige containerschepen en containerterminals zijn voorzien van speciale stalen frames of rekken, om wissellaadbakken op elkaar te stapelen, zonder dat daarbij het gewicht van de hoger geplaatste containers of wissellaadbakken op de wissellaadbakken rust.

Tankcapaciteit (Tank capacity)

De tankcapaciteit van een schip is de inhoud van de ruimten aan boord geschikt voor het vervoer van vloeistoffen, hetzij petroleum en derivaten of andere vloeibare ladingen, hetzij vloeibare brandstoffen, smeeroliën en water ten behoeve van het schip.

Tankers

Het tankschip is gebouwd voor het vervoer van ruwe aardolie (dirty trade) en/of voor het vervoer van geraffineerde petroleumproducten (clean trade). De dirty en de clean trades behoren tot afzonderlijke vervoersmarkten. Hoewel in principe één zelfde tankschip in beide trades kan ingezet worden, is de omschakeling een dure onderneming, vermits de tanks grondig gereinigd dienen te worden alvorens van de ene naar de andere trade kan worden omgeschakeld.

TEU

Twenty Foot Equivalent Unit. TEU is de eenheid van de capaciteit van een containerschip, van een containerterminal en van de statistieken van de containeroverslag in een haven. De twee meest voorkomende international gestandaardiseerde containers zijn deze van twintig en van veertig voet lang. Al naargelang het schip twintig of veertig voet containers, of een combinatie van beide, laadt zal het aantal containers dat het schip aan boord heeft verschillen. Om de capaciteit van een containerschip op een uniforme manier uit te drukken wordt het aantal containers dat het schip kan laden omgezet in een aantal containers van de kleinste maat, namelijk die van twintig voet lang. Een container van veertig voet wordt beschouwd als twee containers van twintig voet of 2 TEU. Hoeveel TEU een container is wordt bekomen door de werkelijke lengte van de container te delen door twintig.

THC

Terminal Handling Charges zijn extra kosten, boven op de zeevracht, die de rederij aanrekent voor het behandelen van de containers op de containerterminal vóór ze aan boord van het schip worden geladen, zoals bijvoorbeeld het lossen van de container van de vrachtwagen, het stapelen en bij lading het vervoer van de stapelplaats tot net onder de kraan.

Tijdsbevrachting

Bij tijdsbevrachting wordt het volledig uitgeruste en bemande schip door de vervrachter ter beschikking gesteld van de bevrachter voor het verrichten van vervoer in een bepaald verkeersgebied en gedurende een overeengekomen periode. De vrachtprijs wordt bepaald per ton van het totaal draagvermogen van het schip op zomervrijboord en per 30 dagen, 15 dagen of zelfs per dag en een deel van een dag (“pdpr = per day pro rata”). De brandstoffen voor het schip zijn niet in de vrachtprijs begrepen. Deze zijn afzonderlijk ten laste van de bevrachter. Bij tijdsbevrachting is de bevrachter de vervoerder. Hij zal het cognossement uitgeven.

Toldeclarant

De toldeclarant geeft de goederen aan bij de douane en zorgt voor alle nodige documenten en formaliteiten in dit verband.

Tonnenmaatrecht

Tonnenmaatrecht is een onderdeel van de havenrechten, ook nog zeescheepvaartrechten genoemd. Het tonnenmaatrecht is een ondeelbare vergoeding berekend op basis van de tonnenmaat van het schip. Het tonnenmaatrecht omvat meestal ook het verblijf van een bepaalde periode (bijvoorbeeld 14 dagen) in de haven. Als grondslag voor de berekening van het tonnenmaatrecht geldt meestal de brutotonnenmaat van het zeeschip: grootheid zonder dimensie, gebruikt als eenheid van de inhoud van de zeeschepen, zoals deze blijkt uit de internationale meetbrief die in het land van registratie van het zeeschip volgens de bepalingen van het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, opgemaakt in London op 23 juni 1969, is afgegeven, of zoals blijkt uit het “Lloyd’s Register of Shipping”. De uitdrukking eenheid van de brutotonnenmaat wordt conventioneel afgekort tot “BT”. Dikwijls wordt voor roll-on/roll-off-schepen een speciaal tonnenmaatrecht toegepast omdat dit soort schepen een uitzonderlijke grote BT heeft in vergelijking met andere scheepstypes.

Trampvaart

De trampvaart of wilde vaart omvat de schepen die, naargelang de vraag, onder contract ter beschikking gesteld worden van bevrachters om in één of meerdere reizen stortgoederen of massale hoeveelheden stukgoederen tussen aangeduide havens te vervoeren (reisbevrachting) of om gedurende een zekere tijd te bepalen vervoersopdrachten uit te voeren (tijdsbevrachting).

Transitohaven

Een transitohaven is bestemd voor doorvoerladingen, waarbij het schip in entrepot wordt gesteld en waardoor bijgevolg geen invoerrechten moeten worden betaald op de lading aan boord.

Transtainer

Een transtainer is een heftoestel waarmee containers worden geladen op of gelost van spoorwagons. Het is een portaalkraan die meestal op rails rijdt en wordt opgesteld over een spoorbundel op een containerterminal. De containers worden door de transtainer langszij de spoorbundel geplaatst, waarna ze door straddle carriers verder worden vervoerd naar het opslagterrein. Transtainers worden soms ook ingezet op opslagterreinen van containerterminals voor het stockeren van containers in grote blokken. In dat geval rijden de transtainers op luchtbanden.

Transtainer

Een transtainer is een heftoestel waarmee containers worden geladen op of gelost van spoorwagons. Het is een portaalkraan die meestal op rails rijdt en wordt opgesteld over een spoorbundel op een containerterminal. De containers worden door de transtainer langszij de spoorbundel geplaatst, waarna ze door straddle carriers verder worden vervoerd naar het opslagterrein. Transtainers worden soms ook ingezet op opslagterreinen van containerterminals voor het stockeren van containers in grote blokken. In dat geval rijden de transtainers op luchtbanden.

Twistlock

Een twistlock is een speciale dubbele pin waarmee op elkaar gestapelde containers worden vastgemaakt. De pinnen hebben een ovale kegelvorm en passen precies in de ovale openingen in de corner posts van een container. Door de pin over een hoek van negentig graden te draaien, zitten ze vast. Door de twee pinnen vast te maken in twee naast of boven elkaar staande containers, zijn de containers aan elkaar vastgekoppeld.

Uitrustingsinfrastructuur

(definitie volgens het Havendecreet) Aanmeerinfrastructuur voor zee- en binnenschepen met het oog op de overslag van goederen of het vervoer van personen, zoals kaaimuren, steigers, landingsbruggen, roll-on/roll-off-hellingen, evenals de lichte infrastructuur, zoals kaaiverhardingen, spoorwegen van lokaal belang, leidingstroken van lokaal belang, interne ontsluitingswegen binnen het havengebied, telkens met hun aanhorigheden.

Uitvlaggen

1.Registreren van een schip in een ander land, waardoor de eigenaar van het schip minder belastingen moet betalen. 2. Registreren van Belgische werknemers als (goedkopere) buitenlandse werknemers

Uitwatering of vrijboord (Freeboard)

De uitwatering of het vrijboord van een schip is de verticaal gemeten afstand tussen de waterlijn en het hoofddek, gemeten op de halve lengte tussen de loodlijnen. De minimum uitwatering komt overeen met de maximale diepgang.

ULCC

Ultra Large Crude Carriers zijn supertankers van meer dan 300.000 DWT voor het vervoer van ruwe aardolie.

ULCS

Ultra Large Container Ships zijn containerschepen met een capaciteit van meer dan 10.000 TEU.

Unimodaal vervoer

Vervoer waarbij slechts één vervoermodus wordt gebruikt voor het vervoer op één traject.

Valutatoeslag (Currency Surcharge) (CAF Currency Adjustment Fee)

Wanneer de vracht betaalbaar is in vreemde valuta en wanneer die valuta onderhevig is aan grote koersschommelingen, wordt door de rederij soms een valutatoeslag aangerekend om die wisselkoersrisico’s te compenseren.

Vat (Barrel)

Een vat (barrel) is de eenheid waarmee de hoeveelheid ruwe olie of andere petroleumproducten wordt uitgedrukt. Eén vat ruwe petroleum of andere petroleum producten = 42 US-gallons of 158,99 liter. De afkorting van een barrel olie is bbl. Er gaan 6,2898 barrels in een kubieke meter. Hoewel olie niet meer wordt vervoerd in vaten aan boord van schepen (tot de 19de eeuw was dit wel het geval), wordt het begrip “vat (barrel)” nog steeds gebruikt als volume-eenheid van petroleumtankers.

Veeschip

Veeschepen zijn gebouwd voor het vervoer van levend vee, zoals schapen of koeien. De ruimen van veeschepen zijn ingericht als stallen en aan dek of benedendeks bevinden zich silo’s voor het veevoer. Schapen worden meestal vol-automatisch gevoerd terwijl de koeien vaak half-automatisch worden gevoerd (het voer komt automatisch van de silo’s naar het ruim en wordt vervolgens met kruiwagens naar de koeien gebracht). De mest wordt via een systeem van lopende banden en mestliften overboord gezet.

Verdrag van Europa

Het Verdrag van Europa is het stichtingsverdrag van de Europese Gemeenschap (zie voor de geconsolideerde versie VVE-VHC-001). De Europese Unie werd later gesticht (zie voor de geconsolideerde versie VVE-VHC-002). Enkele relevante documenten VVE-VHC-002: Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de Europese Unie (Europese Unie) VVE-VHC-001: Geconsolideerde versie van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (Europese Gemeenschap)

Verkeersinfrastructuur

Wegen, lucht-, spoor- en waterwegen en pijpleidingen

Verordening

Een verordening is de strengste vorm van wetgeving die gedetailleerde instructies bevat die van kracht zijn in de volledige Europese Gemeenschap en die direct bindend zijn voor de lidstaten.

Vervoerscommissionair

De vervoerscommissionair treedt op als tussenpersoon tussen diegene die lading te verschepen heeft en diegene die vervoerscapaciteit ter beschikking heeft. Met andere woorden is de vervoerscommissionair de tussenpersoon tussen de verscheper en de vervoerder.

Vervrachter (owner, disponent owner)

De vervrachter verhuurt het schip aan de bevrachter voor het vervoer van goederen en/of passagiers tegen betaling van de overeengekomen prijs en tegen bepaalde voorwaarden, vastgelegd in de bevrachtingsovereenkomst (charter party).

Very large crude carriers (VLCC) en Ultra large crude carriers (ULCC)

De schaalvergroting in de scheepvaart is het verst doorgedrongen in de sector van het vervoer van ruwe petroleum. Supertankers van 200.000 DWT tot 300.000 DWT worden VLCC’s genoemd (Very Large Crude Carriers), die van meer dan 300.000 DWT worden ULCC’s genoemd (Ultra Large Crude Carriers). Het grootste schip ter wereld was de “Seawise Giant” van 564.739 DWT. Het schip had een lengte van 458,45 m, een breedte van 68,86 m en een diepgang op zomervrijboordmerk van 24,612 m.

Verzekeringsmakelaar

De verzekeringsmakelaar is een gemandateerde van de verzekerde met als taak te zoeken hoe een bepaald risico kan worden verzekerd. Hij onderhandelt over de verzekeringspremie, kiest de verzekeringsmaatschappij, beheert de verzekeringspolissen, verwittigt de verzekeringsmaatschappij bij schade en houdt toezicht op het naleven van de reglementen.

Vissershaven

Een vissershaven is een ligplaats voor vissersschepen. Als de vis er ook wordt gelost, moeten er loodsen en kaden zijn waar de vis wordt geveild, verpakt, gekoeld en eventueel snel kan worden afgevoerd naar het binnenland.

VLCC

Very Large Crude Carriers zijn supertankers van 250.000 tot 300.000 DWT voor het vervoer van ruwe aardolie.

VLCS

Very Large Container Ships zijn containerschepen met een capaciteit van ongeveer 6.000 tot 10.000 TEU.

Vloedhaven

Een vloedhaven is een haven waar schepen enkel bij vloed kunnen in- of uitvaren. Bij eb komen de schepen soms droog te staan aan de kaai.

Vluchthaven

Een vluchthaven is een haven waar schepen bij storm aanmeren om te schuilen.

Voet (Foot, ft)

1 voet = 12 duim (inch) = 0,3048 meter. 1 meter = 3,28 voet.

Voldekschip

Het voldekschip is een schip waarvan het bovenste dek volledig waterdicht gesloten kan worden. Het beantwoordt aan de hoogste eisen van de classificatiemaatschappijen inzake sterkte van de scheepsromp. Dit soort schip mag bijgevolg varen met een minimum vrijboord of uitwatering en een maximale diepgang. Bij voldekschepen reiken de waterdichte schotten (behalve de aanvaringsschotten) tot aan het bovenste doorlopend dek, dat het hoofddek of het meetdek is. Voldekschepen zijn specifiek voor het vervoer van zware stortgoederen.

Volgbrief (Delivery Order)

Wanneer goederen, die onder één cognossement worden vervoerd, tijdens het zeevervoer (aan verschillende partijen) worden doorverkocht, dan zal de ontvanger die de goederen heeft verkocht een volgbrief (delivery order) afgeven aan de verschillende kopers, elk voor het deel van de lading die zij hebben gekocht. De volgbrief is bijgevolg een document dat op verzoek van de oorspronkelijke ontvanger van de lading wordt afgegeven aan de nieuwe ontvangers. De cognossementen kunnen dus worden gesplitst. Door de afgifte van een volgbrief worden de originele cognossementen ingetrokken.

Voorzitterschap

2010: 1e helft Spanje - 2e helft België 2011: 1e helft Hongarije - 2e helft Polen 2012: 1e helft Denemarken - 2e helft Cyprus 2013: 1e helft Ierland - 2e helft Litouwen 2014: 1e helft Griekenland - 2e helft Italië 2015: 1e helft Letland - 2e helft Luxemburg 2016: 1e helft Nederland - 2e helft Slowakije 2017: 1e helft Malta - 2e helft Verenigd Koninkrijk 2018: 1e helft Estland - 2e helft Bulgarije 2019: 1e helft Oostenrijk - 2e helft Roemenië 2020: 1e helft Finland

Vracht betaalbaar op bestemming (Freight Collect)

Freight Collect is een zeevracht die betaalbaar is op bestemming. De agent van de rederij zal de vracht innen in de haven van bestemming vóór de goederen aan de houder van het originele cognossement worden vrijgegeven.

Vracht vooraf betaald (Freight Prepaid)

Freight Prepaid is zeevracht die op voorhand betaalbaar is in de haven van vertrek. Dus vooraleer het zeevervoer begint.

Vrachtlijst

De vrachtlijst is een lijst van de goederen dat het schip bij aankomst in een haven aan boord heeft met een gedetailleerde opsomming van het deel dat het schip in die haven zal lossen. De vrachtbrief moet aan de douane bij aankomst worden afgegeven.

Vrije hoogte (Air draft)

De vrije hoogte van het schip, meestal aangeduid als “air draft”, is de afstand tussen het wateroppervlak en het hoogste punt van het schip.

Vrijhaven

Een vrijhaven is een haven die de overheid, om bijzondere redenen, van de algemene tolwetten heeft ontheven en waar dus schepen van alle naties, zonder betaling van douanerechten, kunnen binnenlopen.

VTS

Vessel Traffic System. Scheepvaart-begeleidingsysteem voor het organiseren, begeleiden en opvolgen van de scheepsbewegingen in een vaargeul en/of een haven.

Wanvracht (Deadfreight)

Wanvracht is die vracht die moet worden betaald door de bevrachter aan de vervrachter wanneer hij de opgegeven hoeveelheid lading niet kan afschepen. De verplichting blijt immers de volledige vracht te betalen. De vracht die moet worden betaald over de ontbrekende hoeveelheid lading (of dus de opengebleven ruimte in het schip) is dus wanvracht.

Waterverplaatsing (volume of displacement)

De waterverplaatsing is het volume van het door het schip verplaatste hoeveelheid water of dus het volume van het onderwaterschip. Dit volume wordt uitgedrukt in m³ of ft³.

Werkhaven

Een werkhaven is een ligplaats voor vaartuigen die gebruikt worden voor de uitvoering van waterbouwkundige werken. Heel dikwijls zal een werkhaven een deel zijn van een bestaande haven dat tijdelijk wordt gebruikt door de aannemers die belast zijn met de uitvoering van belangrijke herstellings- of uitbreidingswerken.

Westbound

De termen “eastbound” en “westbound” worden gebruikt om de richting aan te duiden waarin een schip vaart op de lijn. Een containerschip dat van Europa naar Amerika vaart, vaart “westbound”. Een schip dat van Europa naar Azië vaart “eastbound”. Een schip dat van Amerika naar Azië vaart, vaart “westbound”.

Wet Major

Zie havenarbeid.

Witboek

Witboeken, die door de Commissie worden gepubliceerd, zijn documenten waarin voorstellen voor communautaire maatregelen op bepaalde terreinen zijn genomen. Soms zijn zij het vervolg op groenboeken die een raadplegingsprocedure op Europees niveau willen starten. Indien een Witboek gunstig wordt onthaald door de Raad, bestaat de mogelijkheid dat een communautair actieprogramma op het betrokken terrein wordt vastgelegd

Witboek (Europees)

Europese conceptnota bedoeld om, voorafgaand aan de redactie van de regelgeving zelf, al een eerste politiek en maatschappelijk overleg te organiseren over de wenselijkheid en inhoud van de nieuwe regelgeving

Worldscale (W)

De Worldscale (W) is een stelsel van vrachtbepaling voor reisbevrachting van tankers. De vracht is de prijs voor het huren van een schip. Oorspronkelijk bestond er een Brits en een Amerikaans stelsel. Beide systemen hadden gelijkaardige kenmerken: voor een aantal verkeersrelaties (laad- en loshavens) werden basisvrachten (flat rates) vastgesteld voor het vervoer van volle ladingen door tankers van een gegeven minimumtonnage. Op deze basisvrachten werden afwijkingen (differentials) toegepast op grond van factoren die met de exploitatiekosten van de tanker verband hielden, bijvoorbeeld de toeslag voor het aanlopen van meer dan één loshaven, een toeslag voor het lossen in een haven met minder goede karakteristieken enz. De vrachtkwoteringen bestonden uit de flat rates plus of min een zeker percentage (differential), bijvoorbeeld de “flat rate + 10 %” of de “flat rate – 5 %”. In het huidige stelsel, de Worldscale (W), werden de flat rates vervangen door het cijfer 100 en de kwotering wordt uitgedrukt door een getal dat in verhouding staat tot die 100. Zo kwoteert men dus nu niet meer “flat rate + 10 %”, maar W110 en ook niet meer “flat rate – 5 %”, maar W95. De stelsels werden in 1946 ingevoerd in Groot-Brittannië (INTASCALE – International Tanker Nominal Freight Scale) en in de Verenigde Staten van Amerika (A.T.R.S. – American Tanker Rate Scedule). In 1969 werden beide stelstels vervangen door één nieuw stelsel, de Worldwide Tanker Nominal Freight Scale of afgekort Worldscale (W).

Zeegaande duwbakken

Zeegaande duwbakken zijn schepen zonder voortstuwingsmachines aan boord. Ze worden meestal over zee gesleept door een hoogzeesleepboot en worden bij manoeuvres nabij en in de haven geduwd door diezelfde sleepboot. Sommige zeegaande duwbakken zijn achteraan voorzien van een inkeping in de romp, waarin de neus van de sleepboot wordt vastgemaakt en aldus één geheel vormt met de duwbak.

Zeehaven

Indien de haven overwegend bestemd is voor de behandeling van zeeschepen spreekt men van een zeehaven.

Zeemijl (Nautical mile)

Een zeemijl is een internationale meeteenheid gelijk aan 1.852 meter.

Zeevracht

De zeevracht is de prijs die de verscheper van goederen betaalt aan de rederij voor het vervoer over zee. Of die prijs naast het eigenlijke vervoer ook de laad- en loskosten en de kosten voor het eventueel stuwen, het vastzetten en het trimmen van de lading omvat, is afhankelijk van de liner terms.

Zomerdeplacement (maximum displacement)

Het zomerdeplacement of maximaal toegestaan deplacement is het gewicht van het schip als de waterlijn de zomerlaadlijn of constructiewaterlijn is. Dit deplacement in zeewater, afgeladen tot het zomervrijboordmerk S is een maat voor de grootte van het schip.

Zomervrijboord

Het zomervrijboord is de afstand vanaf de waterlijn tot het meetdek of hoofddek van het schip, wanneer het schip geladen is tot op het zomermerk van de laadlijn. Het zomervrijboordmerk duidt met andere woorden aan hoe ver het schip minimaal uit het water moet steken of hoe diep het schip maximaal geladen mag worden.

Zwaaien

Zwaaien is een scheepsmanoeuvre waarbij het schip om zijn as draait om van richting te veranderen. Een deel van een haven dat speciaal voor het zwaaien van schepen is aangelegd noemt men een zwaaikom.

Zware-ladingschip (Heavy-lift cargo ship)

Zware ladingschepen zijn speciaal gebouwd voor het vervoer van zware, ondeelbare en/of volumineuze ladingen. Hoe zwaarder en hoe volumineuzer een lading is, hoe minder schepen in staat zijn die lading aan boord te nemen. Daarom worden sommige schepen speciaal daarvoor gebouwd. De romp is extra versterkt en die schepen zijn uitgerust met laadbomen of kranen die, meestal in combinatie met elkaar, zeer grote gewichten kunnen heffen.

Ook gevonden inservMORASAR WGGVlaamse Luchthavencommissie