werkbaar werk

Best of Travel, een gespecialiseerde reisorganisatie, maakt werk van meer zelfsturing bij de medewerkers. De zaakvoerster probeert medewerkers niet alleen inspraak te geven in het beslissingsproces, maar hen ook meer verantwoordelijkheid te geven bij de uitvoering van de beslissingen. De zaakvoerster ervaart hierdoor meer betrokkenheid bij de medewerkers, een betere dienstverlening naar de klanten en heeft zelf meer tijd voor de strategie van de onderneming.

Context

Best of Travel is een gespecialiseerde reisorganisatie, bekend onder de merknamen Aussie Tours, Africa Tours en Latin Tours. Het bedrijf telt momenteel 13 medewerkers, allen bedienden.

De laatste jaren heeft de onderneming al duidelijk stappen gezet om de betrokkenheid van de medewerkers te vergroten. De zaakvoerster wil medewerkers meer aan de organisatie binden zodat langer met goesting blijven werken voor de organisatie en hun kennis en ervaring niet verloren gaat. In overleg met de medewerkers en met behulp van een externe adviseur maakte men een analyse van de belangrijkste pijnpunten binnen de organisatie. Er werd werk gemaakt van een duidelijke missie en visie, meer betrokkenheid van de medewerkers bij beslissingen, een duidelijk beloningssysteem, … Het laatste jaar werden er bijkomende stappen gezet naar meer zelfsturing bij de medewerkers.

Doel

“De bedoeling van de onderneming is niet om steeds verder te groeien, maar wel om de beste reisorganisatie te zijn en te blijven” stelt Els Verhoest, zaakvoerster. Deelname aan het KMO-project (Kleine, Moedige Ondernemingen) van Voka Oost-Vlaanderen was voor de onderneming een praktische manier om verder te werken rond het delegeren van meer verantwoordelijkheden en regelmogelijkheden naar de medewerkers.

Aanpak

De zaakvoerster van Best of Travel werd, zoals veel kleine maar groeiende ondernemingen, geconfronteerd met  uitdaging om een deel van het werk en de bijhorende verantwoordelijkheden en beslissingen over te dragen aan de medewerkers. De basis daarvoor werd een aantal jaren geleden reeds gelegd, bij het uitwerken van een uitgeschreven missie en visie van de organisatie.

Met behulp van een zogenaamde fleximatrix, werden aanwezige en nodige competenties in kaart gebracht. Op basis daarvan worden taken verdeeld, verantwoordelijkheden toegewezen. Het instrument is voor de zaakvoerster een hulpmiddel om blijvend oog te hebben voor een brede inzetbaarheid van medewerkers. Dat zorgt voor meer afwisseling in het werk, maar ook voor het borgen van kennis in de onderneming,

Delegeren van verantwoordelijkheden vergt meer dan verantwoordelijkheden verdelen. Beslissingen in verband met de onderneming werden al langer in groep genomen, maar nu wordt telkens ook de eindverantwoordelijkheid toegekend aan een bepaalde medewerker. Daarbij wordt rekening gehouden met de wensen, competenties en talenten van de medewerkers. Verlof wordt nu ook door medewerkers zelf geregeld.

“Medewerkers hebben bepaalde competenties en talenten die ze niet in de uitvoering van hun job nodig hebben, maar die wel ingezet kunnen worden in het bedrijf en die de medewerkers sterk kan motiveren. Door het sterker betrekken van de medewerkers krijg je daar als ondernemer een zicht op en kun je medewerkers daarop aanspreken. Zo bleek dat één van onze medewerkers veel kennis van IT heeft. Hij werkt nu een kennisborgingssysteem voor ons uit” vertelt Els Verhoest, zaakvoerster van Verhoest & Decorte.

Materiaal

Binnen het KMO-traject werd een instrument, de fleximatrix, ontwikkelt om medewerkers te plaatsen ten opzichte van alle taken en alle nodige competenties binnen de onderneming. Zo krijgt men een overzicht van nodige en aanwezige competenties.

Resultaten

De zaakvoerster ervaart heel wat positieve effecten, zowel voor de onderneming als voor de medewerkers. Zo ervaart ze een betere dienstverlening naar de klanten: meer flexibiliteit, meer continuïteit, … Door een brede inzetbaarheid van medewerkers kan er voor elke klant gezorgd worden voor een continue en kwaliteitsvolle dienstverlening. Er is een positief effect op verloop van de medewerkers. Medewerkers tonen meer betrokkenheid en hebben meer mogelijkheden om werk-prive op elkaar af te stemmen. De zaakvoerster stelt zelf meer ademruimte te hebben om zich te richten op de visie en strategie van de onderneming.

Reflectie en aandachtspunten

Als kleinere onderneming heeft men bij dit soort organisatieveranderingen vaak nood aan externe kennis. Er is enerzijds nood aan kennis en expertise die niet aanwezig is in de eigen onderneming, maar ook externe druk om blijvend werk te maken van de organisatieverandering. Deelnemen aan lerende netwerken zorgt dan weer voor het delen van kennis en ervaring met andere ondernemingen.

Bron

KMO: Kleine Moedige Ondernemingen. HR Square, nr. 108, extra editie, maart 2011.
Deze publicatie bundelt het verhaal van dertien bedrijven die hebben deelgenomen aan het project "KMO: Kleine Moeidge Ondernemingen" van Voka - Kamer Van Koophandel Oost-Vlaanderen, gesteund door het Europees Sociaal Fonds (ESF). Tijdens het project werden dertien kmo's met maximaal twaalf werknemers begeleid naar meer zelfsturing.

Hedebouw, L. (2011) Sociale innovatie in de Vlaamse bedrijfspraktijk. Een aantal praktijkvoorbeelden. SERV/Stichting Innovatie & Arbeid, Brussel. Deze publicatie kan u hier downloaden. Een uitgebreide praktijkbeschrijving van Verhoest & Decorte kan u hier downloaden.

Contact

Contactpersoon: Els Verhoest, zaakvoerster
Koestraat 187
8800 Roeselare
051/70.05.16
www.bestoftravel.be

Ruim helft van Vlaamse werknemers heeft werkbaar werk - vooral leermogelijkheden nemen verder toe

17/09/2010

logo werkbaar werk

54,3 % van de werknemers in Vlaanderen heeft werkbaar werk. Dat betekent dat ze geen last hebben van werkstress, gemotiveerd zijn, voldoende leermogelijkheden krijgen en werk en privé goed kunnen combineren. Vooral de leermogelijkheden zijn de voorbije jaren toegenomen. Dat blijkt uit de antwoorden van ca. 10.000 werknemers die in januari 2010 de werkbaarheidsenquête van de Stichting Innovatie & Arbeid (SERV) invulden.

Peter Leyman, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV): ”De driejaarlijkse metingen van de werkbaarheid in Vlaanderen vloeien voort uit het Pact van Vilvoorde (2001) en het Pact 2020. De sociale partners engageerden zich toen, samen met de Vlaamse regering, om de werkzaamheidsgraad te verhogen. Dat kan ondermeer door mensen langer aan het werk te houden en hen ‘doenbaar’ of ‘ werkbaar’ werk te geven. Deze bevraging houdt ons bij de les en geeft aan op welke punten we de volgende jaren verder moeten inzetten.

- 04/03/2016

jonge man met bril en geruit hemd kijkt vanop zijn werkplek lachend in de camera17,9% van de werknemers in Vlaanderen heeft werkbaar werk plus. In de werkbaarheidsmeting van 2013 behoren zij met hun job tot de beste helft voor werkstress, motivatie, leermogelijkheden en werk-privébalans. Alles wijst erop dat heel wat werknemers met werkbaar werk plus een job hebben die een langere loopbaan en duurzame inzetbaarheid toelaten. Zij achten zich vaker dan andere werknemers in staat om hun werk uit te voeren tot hun pensioen. Bovendien zijn ze minder op zoek naar ander werk en zijn ze minder ziek.

Open SERV-raad - Sectoren aan de slag met werkbaar werk

groep mannen en vrouwen uit allerlei beroepscategorieën

Wanneer?                 VOLZET!

Woensdag 16 maart 2016 van 10:30 tot 12:30.

Thema

De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) nodigt u uit voor zijn open SERV-raad over ‘sectoren aan de slag met werkbaar werk’. 

Helft van vrouwelijke zelfstandige ondernemers heeft werkbaar werk

29/09/2015

vrouwelijke zelfstandige ondernemer poseert in eigen horecazaakVan alle vrouwelijke zelfstandige ondernemers heeft de helft werkbaar werk. De overgrote meerderheid is sterk gemotiveerd en heeft een leerrijke job, maar ongeveer één op de drie ervaart problematische werkstress en heeft het moeilijk om werk en privé in balans te houden. Dat blijkt uit de resultaten van de werkbaarheidsenquête 2013 van de Stichting Innovatie & Arbeid.

 

 

Werkstress en werk-privé-balans voor één op de drie problematisch

De werkbaarheidsgraad voor de vrouwelijke zelfstandige ondernemers bedraagt 50,3%. Dat is ongeveer evenveel als die voor hun mannelijke collega’s (51,8%). Werk dat het label ‘werkbaar’ krijgt voldoet aan vier voorwaarden: het leidt niet tot (problematische) werkstress, het houdt evenwicht met het privéleven, het biedt voldoende leerkansen en blijft motiverend.

Figuur 1 Werkbaarheidsknelpunten bij mannen en vrouwen, zelfstandige ondernemers, 2013

Voor meer informatie kan je terecht bij Stephan Vanderhaeghe Ria Bourdeaud'hui

Hoe sterker de competenties, hoe langer een zelfstandige ondernemer wil werken

02/04/2015

vrouw poseert in eigen snackbarZelfstandige ondernemers die over sterke competenties beschikken, vinden hun job meer motiverend en achten zich vaker in staat dit werk te blijven doen tot aan hun pensioen. Ondanks de beschikbare leermogelijkheden en bijscholingen ervaart een groot deel van de zelfstandigen een tekort aan vaktechnische en managementcompetenties bij het uitoefenen van hun beroep. Dat blijkt uit een analyse van de competentiebehoeften van de Vlaamse zelfstandige ondernemers door de Stichting Innovatie & Arbeid.

Caroline Copers, voorzitter SERV: “Amper een vijfde van de zelfstandige ondernemers ervaart geen enkel competentietekort. Nochtans zijn ondernemers die sterk staan op het vlak van competenties bereid langer te werken, zijn ze meer tevreden over de keuze voor het zelfstandig ondernemerschap, verwachten ze vaker groei van hun economische activiteit en zijn ze meer tevreden met hun inkomen. Het is dan ook belangrijk dat het beleid inzet op een kwalitatieve competentieportfolio voor alle zelfstandige ondernemers.”

Voor meer informatie kan je terecht bij Katleen Havet

Werkbaarheidsprofiel zelfstandige ondernemers in zes sectoren

03/02/2015

personeel aan het werk in de keukenVan alle zelfstandige ondernemers in Vlaanderen heeft ongeveer de helft (51,4%) een werkbare job. Bij land- en tuinbouwers, waar 56% een werkbare job heeft, is de situatie iets beter. De horeca-uitbaters tekenen met 40% het laagste werkbaarheidscijfer op. Dat blijkt uit de werkbaarheidsprofielen die de Stichting Innovatie & Arbeid uittekende voor zelfstandige ondernemers uit zes verschillende branches: land-en tuinbouw, transport-productie, handel, vrije beroepen, bouwsector en horeca.

 

Slechts 4 op 10 horeca-uitbaters hebben werkbaar werk

Bij de zelfstandige ondernemers in de land- en tuinbouw (56%), transport en productie (52,6%) ligt de werkbaarheidsgraad hoger dan het gemiddelde (51,4%). Voor zelfstandigen uit de handel (49,7%), vrije beroepen (48,5%), bouw (48%) en horeca (40%) ligt het cijfer lager. De werkbaarheidsgraad geeft aan welk aandeel van de jobs voldoet aan vier voorwaarden:

Voor meer informatie kan je terecht bij Stephan Vanderhaeghe Ria Bourdeaud'hui

- 03/02/2015

personeel aan het werk in de keukenIn dit rapport wordt onderzocht in welke mate de werkbaarheidsproblemen hun oorzaak vinden in de arbeidssituatie van zelfstandige ondernemers. Vijf kenmerken werden in dit onderzoek als risicofactor betrokken: werkdruk, emotionele belasting, onvoldoende taakvariatie belastende arbeidsomstandigheden en aantal gewerkte uren. De analyse gebeurt onder controle van de relevante achtergrondkenmerken (zoals leeftijd, geslacht, sector) en met behulp van de techniek van logistische regressie. Deze werkwijze laat toe het zuivere risico-effect van een specifiek kenmerk van de arbeidssituatie te bepalen.

- 03/02/2015

personeel aan het werk in de keukenDit rapport geeft een overzicht van  de resultaten van de meting van de Vlaamse werkbaarheidsmonitor 2013 voor de zelfstandige ondernemers voor zes sectoren: bouwsector, handel, vrije beroepen, horeca, productie/transport en land- en tuinbouw. Enerzijds wordt aandacht toegespitst op vier facetten van de arbeidskwaliteit (werkbaarheidsindicatoren): de psychische vermoeidheid, het welbevinden in het werk, de leermogelijkheden en de werk-privé-balans. Anderzijds wordt ook ingezoomd op vier kernfactoren uit de arbeidssituatie die de werkbaarheid van de jobs bedreigen of bevorderen (risico-indicatoren): de werkdruk, de emotionele belasting, de taakvariatie en de (fysieke) arbeidsomstandigheden. Voor 2013 worden de cijfers voor elke sector vergeleken met het gemiddelde voor de zelfstandige

- 15/05/2014

kranten gsm autosleutels kinderflesDit dossier bekijkt hoe werkbaarheid beïnvloed wordt door de arbeidssituatie van de werknemer. Meer bepaald gaat het om een onderzoek naar de impact van de zes risicofactoren in de arbeidssituatie (werkdruk, emotionele belasting, taakvariatie, autonomie, ondersteuning door de directe leiding, arbeidsomstandigheden) op vier aspecten van werkbaar werk (psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden, werk-privé-balans). 

 

Ook gevonden inMORASAR WGGVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie

Inhoud syndiceren