werk

Capaciteit in de kinderopvang en ouderenzorg vrijwaren

18/01/2017

De SERV adviseert het voorontwerp van decreet dat de uitdoving van de ‘jongerenbonus non-profit’ regelt. De jongerenbonus vond zijn oorsprong in het Generatiepact maar door de zesde staatshervorming werd Vlaanderen bevoegd voor deze maatregel. De jongerenbonus richt zich tot jongeren onder de 30 die hoogstens over een diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs beschikken. Deze personen worden ingeschakeld in vier deelprojecten: buitenschoolse en voorschoolse kinderopvang, dagverzorgingscentra, extern vervoer bij dagverzorgingscentra en deeltijds leren/werken. De Vlaamse regering wil de eerste drie deelprojecten laten uitdoven. De SERV plaatst vraagtekens bij deze beslissing die 645 jongeren treft.

  1. Meer mensen aan de slag, in gemiddeld langere loopbanen en meer werkbare jobs vraagt om flankerend arbeidsmarktbeleid, met name het ondersteunen van de actieve bevolking bij de combinatie arbeid en gezin of bij de combinatie arbeid en zorg. Het is belangrijk de capaciteit in de kinderopvang en ouderenzorg te garanderen.
  2. Het afschaffen van de jongerenbonus zal een negatieve impact hebben op de (verdere) kwalificering en activering en instroom van laag- en middengeschoolde jongeren in de zorgsector.

Voor meer informatie kan je terecht bij Sandra Hellings

- 16/01/2017

Jongeman sleutelt aan onderkant autoDe SERV stelt zich vragen bij het voornemen van de Vlaamse regering om drie van de vier deelprojecten van de jongerenbonus te laten uitdoven. Als de maatregel wordt afgeschaft, vraagt de SERV dat de regering een volwaardig alternatief voorziet. Niet alleen voor de 645 jongeren die door deze beslissing worden getroffen maar voor alle betrokkenen. De jongerenbonus richt zich tot jongeren onder de 30 die hoogstens over een diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs beschikken en vond zijn oorsprong in het Generatiepact. Sinds de zesde staatshervorming is Vlaanderen bevoegd voor deze maatregel. 

- 16/01/2017

Persoon met syndroom van Down werkt achter een computerGelet op de grote en stijgende vraag, wensen de sociale partners dat het maximale contingent activeringsbegeleidingen wordt ingevuld en dus zeker niet verlaagd ten aanzien van het aantal activeringsbegeleidingen in 2016 (1250). Toch zullen er nog niet-werkende werkzoekenden met een medische, mentale, psychische en/of psychiatrische problematiek en advies activeringsbegeleiding uit de boot vallen. Gezien het beperkte aantal plaatsen en de beperkte doorstroom vanuit activeringszorg naar de arbeidsmarkt, maken de sociale partners zich zorgen over waar deze mensen terecht kunnen. We vragen u en de Vlaamse Regering om de vinger aan de pols te houden en hierrond initiatieven te nemen.  In dat kader vragen de sociale partners een stand van zaken van de geplande

- 23/12/2016

De SERV neemt akte van het principeakkoord tussen de sectorale werkgeversorganisaties en het beleid (minister, departement WSE en de VDAB) en het  maatwerkbesluit bis. De oplossing die hier overeengekomen is, moet de nodige juridische rust en een toekomstperspectief voor het collectieve maatwerk brengen. Het verhaal van maatwerk is daarmee echter nog niet af. De SERV hecht er belang aan dat in het verdere traject alle sociale partners actief betrokken en degelijk geïnformeerd worden op de verschillende relevante overlegniveaus. In het bijzonder moet de Vlaamse Regering duidelijkheid scheppen over de middelen die ter beschikking zullen worden gesteld voor de harmonisatieoefening in de sector.

- 19/12/2016

Deze nota geeft een chronologisch overzicht van de recente SERV-advisering inzake tijdelijke werkervaring en bundelt de krachtlijnen uit deze adviezen.

Zowel het Banenpact als een aantal recente SERV-adviezen gingen in op het thema Tijdelijke werkervaring. De Vlaamse sociale partners spraken zich onder meer uit over de doelgroep, de duurtijd, de toeleiding, de begeleiding en de incentives bij een traject tijdelijke werkervaring. Ook werd een gezamenlijke visie over de inkanteling van art.60§7/art.61 en over de hervorming van het PWA-system uitgestippeld.

De adviezen werden ter info ook achteraan in de nota opgenomen.

Het betreft:

­        Banenpact, Akkoord Vlaamse sociale partners (ABVV, ACLVB, ACV, Boerenbond, Unizo, Voka), Brussel, 21 oktober 2015;

­        SERV, Advies Conceptnota Tijdelijke werkervaring, Brussel, 30 november 2015;

­      

- 12/12/2016

oudere man met formulieren CV in de hand​De SERV is tevreden dat er een aanwervingsstimulans voor langdurig werkzoekenden komt na of los van het volgen van een traject tijdelijke werkervaring.

De SERV neemt akte van de invulling van de stimulans zoals voorgesteld in het BVR, alsook van het feit dat het voorstel van de sociale partners inhoudelijk niet wordt gevolgd. DE SERV stelt dat

- 14/11/2016

aragist geeft uitleg aan twee jongeren over de werking van een verbrandingsmotorDe sociale partners kunnen zich vinden in de mindswitch van het beleid: de studie, opleiding of stage moet passen binnen een traject naar werk. De sociale partners zijn het erover eens dat de werkzoekende ingeschreven blijft bij de VDAB en dat de voortgang van de opleiding wordt opgevolgd. Zij verwachten dat dit tot een efficiënter en effectiever gebruik van de vrijstelling zal leiden. Via deze opvolging worden meer werkzoekenden naar een juiste opleiding geleid om vervolgens snel en duurzaam aan het werk te gaan.

Om dit goed op te volgen, vragen de sociale partners aan de VDAB om een nauwgezette monitoring te voorzien (aantal toekenningen en weigeringen, type opleidingen, uitstroom naar werk, … ). Deze dient ook

Ook gevonden inMORASAR WGGVlaamse HavencommissieVlaamse Luchthavencommissie

Inhoud syndiceren